Europarlement is democratie

Het Europese Parlement gebruikt zijn macht verkeerd, betoogde Derk Jan Eppink (Opiniepagina, 24 januari: 'Europarlement draait Europa de nek om'). Met minder homogene politieke fracties is het stemgedrag instabiel geworden. Opmerkelijk is volgens Eppink dat het europarlement uitgerekend de wetgeving onderuithaalt die Europa economisch in de wereld wil opstoten. Europarlementariërs voelen zich aangesproken.

Goed dat europarlement wetsvoorstellen afwijst

Derk Jan Eppink stelt dat het europarlement zijn macht gebruikt om op belangrijke onderwerpen tegen te stemmen. De feiten tonen aan dat de regel nog altijd is dat het parlement vóór een (geamendeerd) voorstel is en dat afstemmen de uitzondering vormt.

Volgens Eppink wordt uitgerekend die wetgeving onderuitgehaald die Europa tot de meest competitieve en dynamische economie ter wereld moet maken, zoals de Havendienstenrichtlijn en het voorstel voor softwarepatenten. Dit waren voor vriend en vijand bekende voorbeelden van beroerde voorstellen van de Europese Commissie.

Ondanks alle kritiek past de Commissie die voorstellen niet aan, zoals het Nederlandse kabinet doorgaans wel doet. Had de Commissie bijvoorbeeld de wens van de overgrote meerderheid van het parlement gevolgd en uit de Havendienstenrichtlijn de 'zelfafhandeling' (afhandeling van vracht door personeel van de schepen) geschrapt, dan had het voorstel meer kans gemaakt om in gewijzigde vorm aanvaard te worden.

Ook het voorstel over softwarepatenten rammelde aan alle kanten met groot risico van eindeloze juridische procedures.

Regelmatig komen in het europarlement voorstellen van de Europese Commissie aan de orde met doorgeschoten liberalisering, zonder de nodige waarborgen; te veel en te instrumentele regelgeving; en voorstellen die te veel willen regelen op Europees niveau terwijl het ook aan de lidstaten of de markt kan worden overgelaten. Het is maar goed dat het Europarlement dan wetsvoorstellen naar de prullenbak verwijst.

Eppink generaliseert wel heel erg dat het europarlement geen meerderheid kan vinden. Het is wel complexer met een parlement dat bestaat uit 25 nationaliteiten/culturen, waarbij de kiezer bepaald heeft dat er niet een duidelijke overmacht van links of rechts is. Dan komt het steeds meer aan op het vakmanschap en de manoeuvreerkunst van de rapporteur en woordvoerders van de fracties. Dat is bijvoorbeeld een probleem bij de Dienstenrichtlijn, waar de socialistische rapporteur meer op zoek lijkt het eigen gelijk te halen dan in te zetten op een solide meerderheid. Eppink heeft wel een punt als hij stelt dat door een veelheid aan wijzigingsvoorstellen soms niet duidelijk is wat het 'eindplaatje' is waar we voor stemmen in het europarlement.

Corien Wortmann-Kool

Lid Europees Parlement voor het CDA/EVP-ED

Europa wordt politiek: wennen voor ambtenaren

Eppinks klaagzang overtuigt niet. Het is de taak van het Europese Parlement om politieke keuzen te maken en voorstellen van de Commissie goed te keuren of af te wijzen. Dat doet het Europees Parlement steeds beter.

De Europese Unie is een democratie waarin het parlement de wetsvoorstellen van de Commissie controleert. Soms zijn de voorstellen in één keer goed, maar vaak verdienen ze verbetering en in het uiterste geval zelfs verwerping.

In zijn artikel geeft Eppink, werkzaam bij de Europese Commissie, aan vooral verbaasd te zijn dat de europarlementariërs het waagden de Europese havenrichtlijn en het software patent te verwerpen. Verder is hij bang dat de Europese Dienstenrichtlijn begin februari zal worden gewijzigd of zelfs zal worden afgekeurd.

Niet alleen in het Europese Parlement werd uitgebreid gediscussieerd over het softwarepatent, maar ook in de nationale parlementen bestond grote controverse over de plannen van de Europese Commissie.

Het is voor de politieke partijen vervolgens een politieke afweging geweest om het plan te steunen of niet. Dat de meerderheid in het Europees Parlement ervoor heeft gekozen het plan te verwerpen is onderdeel van het proces. Dat is geen onmacht, maar democratie.

Ook over de Europese Havenrichtlijn bestond veel discussie in de lidstaten en het Europees Parlement. Bij deze richtlijn leek het er echter op dat Europees Commissaris Barrot het plan zelf een duwtje richting de afgrond wilde geven. Zelfs hij leek niet overtuigd van de richtlijn, en verdedigde het door zijn voorganger De Palacio ingediende voorstel dermate zwak, dat de europarlementariërs die nog niet wisten wat te stemmen, na zijn betoog waarschijnlijk wél overtuigd waren om het plan af te wijzen.

Ook bij de behandeling van zijn dienstenrichtlijn vertoont de eurocommissaris McGreevy tot onze spijt een opvallende passiviteit

Op terreinen waar de EU te langzaam vooruitgang boekt (flexibeler maken arbeidsmarkt, investeren in kennis, samenwerken in bestrijden van internationale criminaliteit, een coherent buitenlands beleid voeren) ligt het probleem bij de regeringen, niet bij het Europese Parlement. Democratische controle is lastig voor wie meent de macht te hebben.

Jules Maaten en Sophie in ´t Veld

leden van de fractie van Liberalen en Democraten in het Europees Parlement, respectievelijk delegatievoorzitter van VVD en D66

Polen mogen voor hun belangen opkomen

Jarenlang heeft de Europese Commissie de Polen gebombardeerd met de boodschap dat zij lid moesten worden van de EU omdat dat in hun belang zou zijn. Nu beschermen de Polen hun belangen en klimt Eppink in de pen om dat in de kiem te willen smoren. Hij klaagt dat de Europese Commissie elke keer een nieuwe meerderheid moet vinden in het Parlement. Maar is dat niet juist een democratisch principe?

Eppink vindt het vooral lastig, maar blijkbaar alleen als het parlement de commissievoorstellen niet slikt. Afwijzen is taboe en wordt door hem afgedaan als zwakte onder druk van burgers, economisch nationalisme of het de nek omdraaien van Europa.

Eppink zegt niet te begrijpen waarom volksvertegenwoordigers uit 25 landen niet dezelfde mening hebben. Zijn blinde geloof in de onfeilbaarheid van de Europese Commissie en het heil dat verwacht zou mogen worden van liberaliseringsmaatregelen als de Havenrichtlijn en de Dienstenrichtlijn staan dat ook niet toe. Maar stel dat op 16 februari een meerderheid van het Europese Parlement de Dienstenrichtlijn afwijst, dan zal hij dat toch gewoon moeten accepteren.

Voor- én tegenstemmers in het parlement hebben zo hun eigen redenen, allen vanuit hun eigen achtergrond en ideologie. Deze pluriformiteit is juist het wezen van elke democratische instellingen.

Kartika Liotard lid europarlement voor de SP en rapporteur Dienstenrichtlijn

Erik Meijer lid europarlement voor de SP en fractiewoordvoerder Havenrichtlijn