De staalmeesters

Honderdvijftig procent vijandig. Zo noemt bestuursvoorzitter Guy Dollé van de Europese staalgigant Arcelor het bod dat op zijn onderneming is uitgebracht door Mittal Steel. Een schok is het bod met zijn waarde van 18,6 miljard euro zeker. Mittal, formeel gevestigd in Nederland en bestuurd vanuit Londen, is nu al het grootste staalbedrijf ter wereld. Het is door de Indiase Mittal-familie opgebouwd door een lange reeks overnames die reiken van Trinidad tot Oekraïne. Mittal Steel staat te boek als een concern dat slechtlopende staalfabrieken ombouwt tot producenten die de concurrentie aankunnen.

Arcelor is samengesteld uit Franse, Spaanse en Belgisch-Luxemburgse staalindustrieën. Het heeft door saneringen en reorganisaties een einde kunnen maken aan de decennialange malaise in de Europese staalsector. Mittal maakt vooral huis-, tuin- en keukenstaal; Arcelor heeft zich juist opgewerkt tot producent van veel hoogwaardiger staalproducten. Geen wonder dat het ongevraagde bod van Mittal niet goed valt. Toch valt er formeel weinig aan te merken op Mittals actie. Geografisch is er weinig overlap tussen de Europese activiteiten van Arcelor en de internationaal gespreide productie van Mittal, zodat de mededinging nauwelijks in het geding is. Zelfs als de overname slaagt, zal Mittal als grootste staalconcern ter wereld 10 procent van de wereldproductie in handen hebben. Bovendien hebben de Europese landen waar Arcelor gevestigd is niets te vertellen over dit bedrijf, dat beursgenoteerd is zonder speciale stemrechten of grote aandelenpakketten voor overheden. Frankrijk beschouwt Arcelor als een speerpunt van de eigen industrie, en de Franse minister van Financiën Thierry Breton uitte dit weekeinde 'serieuze bedenkingen' over het bod. Maar er veel tegen doen, kan hij niet. Als het bod slaagt, dan zal dit in de nog steeds gefragmenteerde staalsector ongetwijfeld leiden tot verdere consolidatie, iets waaraan ook het Brits-Nederlandse Corus niet zal kunnen ontkomen.

Aan Mittals vijandige bod kleven wel risico's. Terecht wijst Arcelor op het principe van behoorlijk bestuur van de onderneming, die bij Mittal voor het overgrote deel in handen is van de familie. Daar komt bij dat de jongste spurt van Mittals expansie zich heeft voltrokken in een wereldstaalmarkt met buitengewoon gunstige omstandigheden. De staalsector is notoir cyclisch en wisselt perioden van voorspoed af met magere tijden. Ondernemingen die razendsnel groeien door overnames, moeten sowieso met de nodige voorzichtigheid worden gevolgd. Het zal niet de eerste maal zijn dat een veelbelovende overnamemachine bezwijkt onder zijn eigen gewicht. En Mittal moet zijn eerste grote test onder minder gunstige marktomstandigheden nog krijgen.

De markt zal het oordeel vellen. Als de aandeelhouders verwachten dat Arcelor meer waarde schept onder de vleugels van Mittal, dan zullen zij hun stukken aanbieden. Als zij twijfelen, dan zullen zij een hogere prijs vragen, waaraan Mittal niet wil of kan voldoen. Hoe het ook zij, het is in alle gevallen beter als de twee ondernemingen in gesprek raken. Een vijandig bod moet kunnen, maar enkel als er geen andere mogelijkheid is. De weg van de dialoog lijkt in dit geval nog niet geheel bewandeld.