Belgen crossen zonder nationale gevoelens

Erwin Vervecken werd gisteren voor de tweede keer wereldkampioen veldrijden. In het tricot van België, maar het ploegbelang stond voorop.

Zeddam, 30 jan. - Er bestaan geen Belgen. De bekende mededeling aan koning Albert I is ook bij het veldrijden van toepassing, zo bleek gisteren weer eens tijdens de WK in Zeddam. Van Vlaams-Waalse twisten is alleen geen sprake, de strijd ging tussen de wielerploegen Fidea en Rabobank.

'Wij hebben duidelijk van te voren gezegd dat wij van Fidea als één blok zouden rijden. Nys en de rest was gewaarschuwd', zei Bart Wellens gisteren na de race. Een half uur eerder had hij zijn teamgenoot Erwin Vervecken wereldkampioen zien worden. Regerend wereldkampioen Sven Nys en het sterk rijdende talent Sven Vanthourenhout - beiden Rabobank - waren na respectievelijk een valpartij en een lekke band kansloos.

Dat Wellens zo overduidelijk elke nationale solidariteit had uitgesloten, had een historische reden. De laatste keer dat het WK veldrijden in Nederland was verreden - in 2001 in Sint-Michielsgestel - was het uitgelopen op een groot nationaal debat in België: Richard Groenendaal behaalde goud, mede omdat de Belgen achter hem openlijk ruzie maakten. Nys, ploeggenoot van de Nederlander, weigerde tot ontzetting van veel Belgen destijds de achtervolging in te zetten.

Na de glasheldere woorden van Wellens aan de vooravond van wederom een WK in Nederland durfde zelfs de Belgische bondscoach Rudy de Bie niet meer te rekenen op nationale gevoelens. Wellens begon gisteren als een raket en Nys, dit seizoen veruit de sterkste onder de veldrijders, moest direct in de achtervolging. 'Nys schreeuwde zelfs naar Gerben de Knegt [Nederlandse renner van Rabobank] dat hij op kop moest rijden. Toen wist ik wel dat hij in paniek was', gniffelde Wellens over zijn landgenoot.

De ster uit de Vlaamse reallife-soap Wellens en Wee was gisteren volgens vriend en vijand veruit de sterkste veldrijder onder de profs, maar de overwinning belandde bij Vervecken die na een schakelfoutje van Wellens de kop overnam. Vervecken mocht van hem winnen. 'Met een eerste en tweede plaats ben ik zeer tevreden', zei een stralende Wellens.

De zege van de 33-jarige Vervecken betekende zijn tweede regenboogtrui. Anders dan bijvoorbeeld zijn rivaal Nys laat hij zich altijd laat in - het toch al korte - veldrijseizoen zien. Nys boekte het bijna afgelopen seizoen 22 overwinningen, voor Vervecken was het gisteren zijn vierde wedstrijdzege. 'De laatste weken had Nys niet meer de macht van het begin van het seizoen. Wellens en ik hebben ons de laatste tijd toch vooral op deze wedstrijd gericht.'

Terwijl Vervecken en Wellens werden gehuldigd, kon het Rabo-kamp de wonden likken. Nys had een zere heup opgelopen nadat hij in vierde positie onderuit was gegaan op het harde en gladde parcours. Voor De Knegt en Richard Groenendaal was de wedstrijd vooral in overdrachtelijke zin pijnlijk. Nederlands kampioen De Knegt werd achtste, routinier Groenendaal moest zelfs genoegen nemen met een 21ste plaats.

Een deceptie voor het Nederlandse team, noemde Groenendaal het. 'Met hangen en wurgen hebben we iemand bij de eerste tien, terwijl de rest van de Nederlandse ploeg het zo goed heeft gedaan'.

De wereldkampioen van Sint-Michielsgestel had ondanks het thuisvoordeel geen moment de illusie gehad om wederom voor verwarring in het Belgische kamp te zorgen. Een slechte start wierp hem direct ver naar achteren. De Knegt maakte net als zovelen een duikeling terwijl hij net aan een opmars bezig was. Extra vervelend, want een paar uur eerder was hij al door zijn rug gegaan. 'Ik wilde mijn rugnummer van de grond rapen en toen schoot het erin. Na een urenlange massage en pijnstillers heb ik geprobeerd het beste ervan te maken.'

De grootste concurrentie voor de Belgen moest uit Frankrijk en Tsjechië komen. De Franse coureur Francis Mourey kwam in het wiel van Wellens uit op een derde plaats. 'Ik stond nooit eerder op het podium. Ik ben zeer tevreden.' Met zijn bronzen medaille voorkwam Mourey dat het podium voor het vijfde achtereenvolgende jaar geheel Belgisch zou zijn.

Opvallend sterk waren ook de Tsjechen die gewend zijn om op bevroren terrein te koersen. Kamil Ausbuher en Radomir Simunek gaven de Belgen enige concurrentie, maar het was onvoldoende om gebruik te kunnen maken van hun interne verdeeldheid. Simunek nam halverwege wel de kop, maar ook hij was slachtoffer van een valpartij. Daardoor kon hij het voorbeeld van zijn vader niet volgen: die was in 1991 wereldkampioen.

    • Erik van der Walle