Z-Korea laat meer films toe

Zuid-Korea zet de deuren van zijn bioscopen wijder open voor buitenlandse films. In de huidige regeling zijn bioscopen verplicht om 146 dagen per jaar Koreaanse films te vertonen. Vanaf juli zakt die eis naar 73 dagen. Dat heeft het ministerie van Toerisme en Cultuur gisteren bekendgemaakt, aldus het Amerikaanse filmvakblad Variety.

De maatregel is na grote druk van de Verenigde Staten afgekondigd. De Amerikanen wilden alleen een handelsovereenkomst sluiten met het Zuid-Koreaanse ministerie van Financiën als dit quota-systeem voor de film op de helling zou gaan.

Voorzitter Dan Glickman van de Motion Picture Association of America (MPAA), de belangenorganisatie voor de Amerikaanse film, verheugt zich erop 'dat wij meer Amerikaanse films bij het Koreaanse bioscooppubliek kunnen brengen.'

De Coalitie voor Culturele Verscheidenheid in Beeld betitelde het voorstel als 'een culturele staatsgreep' Minister van Financiën Han Duck-soo bracht op een persconferentie naar voren dat Koreaanse films in Zuid-Korea nu een even sterke positie in de bioscoop hebben als buitenlandse. In 2005 werden in Zuid-Korea 143 miljoen bioscoopkaartjes verkocht, goed voor een recette van 734 miljoen euro. Het marktaandeel van Koreaanse films is 59 procent.