Verplicht Nederlands praten riekt naar onderdrukking 1

In het haastig geaborteerde plannetje van minister Verdonk om Nederlands verplicht te stellen op straat, is de premisse waarneembaar dat Nederlanders de baas zijn in dit land. De behoefte om onze voortreffelijke democratie en onze hoogstaande cultuur nog maar eens te onderstrepen door andere bevolkingsgroepen hun koeterwaals af te nemen, is typerend voor de houding van Verdonk.

Frits Abrahams haalde in deze krant van 24 januari terecht de woorden van minister Donner aan, die ons erop attent maakt dat we geen natie meer zijn van 'christelijke dominantie'. Onze God is niet meer de enige; een pragmatische en integere conclusie, die Donners collega kennelijk nog niet heeft getrokken. Want in plaats van te erkennen dat we in elk geval de komende decennia een land zullen zijn van mengculturen, speelt Verdonk met haar naar onderdrukking riekende voorstellen de mensen die er een nog verwerpelijker gedachtegoed op nahouden dan zij grotelijks in de kaart. Om Verdonk te troosten is het leuk om op te merken dat ons land al eeuwenlang gewend is aan de komst van en de betrekkingen met andersdenkenden en anderstaligen, waarvan de nazaten voorzover ze hier wonen vlekkeloos Nederlands spreken. De stroom nieuwkomers van de afgelopen veertig jaar zal op termijn geruisloos overgaan in een Nederlandse mengcultuur. Hoe minder Verdonk zich hiermee bemoeit, hoe geruislozer het proces en hoe korter de termijn. Het duurt even, maar straks voelt iedereen zich hier weer helemaal senang.

    • Rik Oerlemans