Trias Politica: tijd voor een staakt-het-vuren

In het binnenwerk van het Nederlandse staatsbestel bestoken de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht elkaar vanuit zelf opgetrokken torens. De beeldspraak komt van voorzitter Van Delden van de Raad voor de Rechtspraak. Tijdens een uitzonderlijk treffen gisteren in de Oude Zaal van de Tweede Kamer bogen Kamerleden, rechters en minister Donner (Justitie, CDA) zich over de vraag of het constitutionele systeem van macht en tegenmacht nog wel in balans is. De Tweede Kamer had, op initiatief van GroenLinks-fractievoorzitter Halsema, terecht vastgesteld dat het tijd is voor groot onderhoud. Aanleiding was een reeks incidenten waarbij Kamerleden en ministers publiekelijk commentaar gaven op strafzaken die nog onder de rechter waren, op vonnissen of op de strafeis van het OM in individuele zaken.

Dat die staatsrechtelijke spelverruwing ernstige consequenties kan hebben, staat buiten kijf. Om nogmaals Van Delden te parafraseren: inmenging door politici kan het vertrouwen in de rechtspraak ondermijnen, en daarmee de rechtstaat in hart treffen. Dat heeft ook gevolgen voor de andere twee staatsmachten, want bestuurders, politici en rechters moeten - ofschoon zij gescheiden verantwoordelijkheden hebben - hetzelfde algemene belang dienen en dat is de instandhouding van de rechtstaat, de democratie en de geordende samenleving.

Op de vraag welke ontwikkelingen de kennelijke crisis in het staatsbestel hebben veroorzaakt, valt geen eenduidig antwoord te geven. De trend waarbij een officier van justitie zich profileert als crimefighter om te scoren in de publiciteit zou de gezagsinflatie van de magistratuur in de hand kunnen werken. Maar de oorzaak kan ook worden gezocht bij Kamerleden en ministers die de grenzen opzoeken van wat zij kunnen zeggen - en daar overheen gaan, al dan niet verleid door de media.

Het schema van de drie gescheiden machten, de door achttiende-eeuwse juristen en filosofen ontworpen trias politica, is nog altijd actueel, maar het is wel een verregaande simplificatie van de huidige werkelijkheid. De Nederlandse staat vervaagt door internationalisering. De wetgevende macht zit niet meer alleen in Den Haag, maar ook in Brussel. Bovendien hebben rechters, politici en bestuurders gezelschap gekregen van moderne concurrenten, al dan niet ambtelijke managers, experts of toezichthouders. Minister Donner zei het zo: 'Wetgeving en rechtspraak verleggen zich ten dele naar het bovennationaal niveau, terwijl bestuur en uitvoering naar lokaal of regionaal niveau verschuiven.'

Zijn opvatting van de verhouding tussen de machten van de trias politica roept echter vragen op. Donner laat het recht niet graag over aan de rechter. Hij vindt dat niet de rechter steeds wetten moet interpreteren in een veranderende samenleving. Veeleer dient de wetgever de wetten aan te passen aan de omstandigheden. Recht is in de woorden van de minister een 'gebruiksartikel'. Donner vergeleek de drie machten met de 'vingers van één hand: onderscheiden maar niet gescheiden'. Maar die organische vergelijking laat in het duister wie dan die hand bestuurt.

Van dit zelfonderzoek van de drie staatsmachten moeten geen overdreven verwachtingen worden gekoesterd. Alle actoren worden voortgedreven door interne logica. Het valt te hopen dat het visioen van het algemeen belang in elk geval leidt tot terughoudendheid. Wetgevers horen niet op de stoel van de rechter, en omgekeerd.