Overal loert gevaar

Webtijdschrift The Edge vroeg 119 wetenschappers naar 'gevaarlijke ideeën'. Wat als de werkelijkheid toch niet is wat we denken? Ellen de Bruin

Scène uit 'The Matrix Revolutions', deel drie van een filmtrilogie waarin de gewone werkelijkheid een misleidende computersimulatie blijkt te zijn. The matrix revolutions Year: 2003 Director: Andy et Larry Wachowski Hugo Weaving PHOTOS12

Toen Copernicus in 1543 beweerde dat de aarde niet het middelpunt van het heelal is, was dat een gevaarlijk idee. Niet voor hem - hij publiceerde De Revolutionibus Orbium Coelestium vanaf zijn sterfbed, en de katholieke kerk reageerde pas echt chagrijnig toen Galileo Galilei de theorie een eeuw later verder onderbouwde. Maar Copernicus' denkbeeld wordt nu algemeen gezien als de eerste les in nederigheid voor de moderne mens. Drie eeuwen later kwam Charles Darwin met de tweede les: het idee dat mensen, net als andere dieren, geëvolueerd zijn uit primitievere soorten. Mensen zijn niet het centrum van alles, we hebben geen uitverkoren positie.

De ideeën van Copernicus en Darwin waren gevaarlijk, in hun tijd, omdat ze aannemelijk maakten dat er geen god is die ons naar zijn evenbeeld geschapen en op een centrale plek gezet heeft. Ze ondermijnden de machtige positie van de kerk in de samenleving, die daarvoor onaantastbaar leek, en trokken daarmee ook de morele gedragsregels uit de bijbel in twijfel: het was niet meer glashelder hoe een mens wel en niet hoort te leven.

Zijn er nu nog zulke wereldschokkende, gevaarlijke ideeën denkbaar - ontdekkingen die, als ze waar zouden zijn, in sociaal, moreel of emotioneel opzicht een enorme schok in de samenleving teweeg zouden brengen? Het webtijdschrift The Edge (www.edge.org) legde deze vraag voor aan 119 van de vooraanstaande wetenschappers en wetenschappelijk gezinde 'denkers' die regelmatig aan deze 'internetsalon' deelnemen. The Edge stelt jaarlijks zo'n wetenschappelijke of wetenschapsfilosofische kwestie aan de orde, dit jaar voor de negende keer. De eerste vraag, in januari 1998, luidde bijvoorbeeld 'welke vragen stelt u zichzelf?'; na 9/11 was de vraag 'wat nu?', en de 120 antwoorden op de vraag van vorig jaar, 'van welk idee denkt u dat het waar is, terwijl u het niet kunt bewijzen?', zijn zojuist in boekvorm verschenen (What We Believe But Cannot Prove: Today's Leading Thinkers on Science in the Age of Certainty), met een voorwoord van schrijver Ian McEwan.

'The Edge Annual Question 2006' werd bedacht door psycholoog Steven Pinker. Zijn eigen gevaarlijke idee is dat er genetische verschillen kunnen worden aangetoond tussen groepen mensen als het gaat om waar ze goed in zijn en wat ze belangrijk vinden in het leven. Zulke verschillen bestaan inderdaad, mannen hebben gemiddeld andere talenten en prioriteiten dan vrouwen. Er zijn zelfs wetenschappers die beweren dat joden genetisch intelligenter en zwarten genetisch dommer zijn dan arische westerlingen, aldus Pinker, en hoewel de bewijzen daarvoor zwak zijn, zal het niet lang meer duren voordat zulke uitspraken echt goed getest kunnen worden - met mogelijk alle maatschappelijke gevolgen van dien.

Drie soorten gevaar

Over het algemeen zien de 119 denkers drie soorten gevaar: een intellectueel gevaar (de wereld blijkt heel anders dan we nu denken), een sociaal/moreel gevaar (dat de wetenschap bewijst dat er geen vrije wil bestaat, of dat God wèl bestaat) en natuurlijk het totale gevaar (algehele vernietiging van de mensheid, bijvoorbeeld door een nieuwe bom).

Onder het eerste type vallen de onschuldigste gevaarlijke ideeën, ideeën waarin vooral wetenschappers of de naïeve wetenschapper in elk van ons het gevaar ziet. Wat als het universum waarin we leven fundamenteel onbegrijpelijk is voor mensen en we komen daar nooit achter? Wat als tijd niet bestaat? Wat als de kosmologische constante (die later is toegevoegd aan de vergelijkingen in Einsteins algemene relativiteitstheorie omdat anders het heelal niet stabiel kan zijn) niet constant is? Wat als 'donkere energie', ook een manier van natuurkundigen om het steeds sneller uitdijen van het heelal te verklaren, niet bestaat? Wat als de natuurwetten alleen voor ons opgaan, en dat we ze daardoor ontdekt hebben? Wat als er nog veel meer universums zijn, waar andere natuurwetten bestaan?

Het doet zulke ideeën natuurlijk geen recht om ze in één zin samen te vatten - het zouden revoluties zijn in de betreffende vakgebieden. Maar op zich zijn het allemaal nog wel hanteerbare gevaren: zelfs als het heelal snel uitdijt en tijd een volledig relatief begrip is, kun je nog elke ochtend naar de bakker voor vers brood. Hooguit maken wat wetenschappers, althans in deze steekproef, zich druk over de arbeidsmoraal van toekomstige generaties theoretisch natuurkundigen als de natuurwetten per universum blijken te verschillen.

De sociale orde aangetast

Maar de echte risico's komen natuurlijk pas bij de tweede soort gevaarlijke ideeën: ontdekkingen of ontwikkelingen die duidelijke gevolgen hebben voor de bestaande sociale en maatschappelijke structuren. Een deel van de genoemde ideeën in deze categorie gaat nog steeds, net als de ideeën van Copernicus en Darwin, over de plaats van religie in de samenleving. De gedachte dat er iets goddelijks bestaat, als onderdeel van de natuurlijke orde, is wetenschappelijk te onderzoeken, stelt bijvoorbeeld Harvard-psycholoog Stephen Kosslyn. Andere wetenschappers vragen zich af hoe we zullen reageren als we uitsluitsel krijgen over de vraag of er meer leven in het heelal is. Als we ontdekken dat we de enige levende wezens in het universum zijn, kunnen we daar misschien zó slecht niet tegen, dat we ons allemaal in wanhoop wenden tot religie, oppert artificiële-intelligentiedeskundige Rodney Brooks. Misschien, schrijven enkelen, moet wetenschap die rol op zich nemen, compleet met nieuw uit te vinden rituelen - misschien is wetenschap wel al een soort religie.

Verschillende ondervraagden maken zich zorgen over een heel ander existentieel probleem: het idee dat we geen vrije wil hebben, dat veel van ons gedrag onbewust wordt aangestuurd, en dat we er achteraf een verantwoording bij verzinnen. Daar zijn steeds meer wetenschappelijk aanwijzingen voor. Maar kunnen we die gedachte ooit echt toelaten zonder gek te worden, vraagt cognitiewetenschapper Thomas Metzinger zich af. En erger nog, onze hele samenleving is gebaseerd op het idee van persoonlijke verantwoordelijkheid van mensen voor hun gedrag - hoe zit het daar dan mee, schrijven bioloog Richard Dawkins, biochemicus Eric Kandel en netwerkdeskundige Clay Shirky: is het niet eens tijd om over een nieuw rechts- en regeringssysteem na te denken? Volgens natuurkundige Haim Hariri heeft de democratie toch zijn beste tijd gehad, en staat die op het punt om wereldwijd vervangen te worden door een meer totalitaire staatsvorm. Daar staat tegenover dat wetenschapsjournalist Matt Ridley juist vindt dat regeringen radicaal minder macht zouden moeten krijgen, omdat de geschiedenis heeft aangetoond dat er altijd problemen ontstaan bij te hoge machtsconcentraties.

Het ontstaan en de structuur van het heelal, het bestaan van god en de vrije wil, het zoeken naar de optimale regeringsvorm - het gros van de ondervraagde denkers komt met 'reeds de oude Grieken'-achtige onderwerpen voor hun gevaarlijke ideeën. Het maakt de bijdragen van mensen die heel specifieke, concrete gevaren noemen des te interessanter en origineler. En vooral: deze wetenschappers zeggen echt iets over onze tijd.

Zo rekent neurowetenschapper Terrence Sejnowski voor dat de opslag- en communicatiecapaciteit van het internet zo rond 2015 die van één menselijk brein zal overtreffen, en vraagt zich af wanneer het internet zich van zichzelf bewust zal worden: Het probleem is dat we niet eens weten welke van onze medeschepselen op deze planeet zich van zichzelf bewust zijn. Net zo goed kan internet zich al bewust zijn van zichzelf.' En psycholoog Daniel Goleman, auteur van Emotional Intelligence, merkt op dat het psychologische systeem dat bij mensen de zelfbeheersing reguleert, misschien niet goed werkt als mensen via computers met elkaar communiceren, omdat het daar niet op gebouwd is - en dat dat de reden is dat tieners pesten via MSN en zich zo gemakkelijk uitkleden voor de webcam.

Andere ideeën gelden de net iets verdere nabije toekomst. Psycholoog Diane Halpern is bang dat zodra mensen in staat zijn om de sekse van hun kinderen te kiezen, er meer jongetjes dan meisjes geboren zullen worden, omdat individuele ouders wereldwijd liever een jongetje willen en ze de gevolgen voor de maatschappij persoonlijk minder interessant vinden. Antropoloog Helen Fisher is ervan overtuigd dat het massaal voorschrijven van bepaalde soorten antidepressiva zoals Prozac, waarvan is aangetoond dat ze romantische en seksuele gevoelens sterk verminderen, de bestaande patronen van liefdesrelaties zullen veranderen, omdat steeds meer mensen niet in staat zijn om verliefd te worden of om een relatie goed te houden. Natuurkundige Freeman Dyson denkt dat biotechnologie de komende vijftig jaar zo gedomesticeerd raakt, dat we zelf onze eigen huisdieren en tuinplanten zullen kunnen ontwerpen, en hij hoopt dat we de behoefte van ambitieuze ouders om designbaby's te maken en die van slimme wizkids om dodelijke microben te creëren, daarbij onder controle weten te houden.

totale vernietiging

Die laatste drie ideeën raken al een beetje aan het derde, gevaarlijkste type gevaar: de totale vernietiging van de mensheid. Opvallend genoeg zijn er maar een paar wetenschappers die die mogelijkheid expliciet noemen - ook de mensen die vanuit hun expertise best iets zouden kunnen zeggen over het broeikaseffect of radicale vergrijzing beginnen er meestal niet over. Nature-redacteur Oliver Morton is een uitzondering. Zijn gevaarlijke idee luidt dat onze planeet niet in gevaar is. We denken, in verband met het broeikaseffect en allerlei andere milieuproblemen, graag dat dat wel zo is, zegt hij: volgens mij vleien mensen zichzelf op een perverse manier met de gedachte dat hun levensstijl de hele planeet bedreigt'. Maar terwijl de ene soort na de andere is uitgestorven, is de Aarde altijd gewoon blijven bestaan, merkt hij op, dus we kunnen ons beter zorgen maken over onszelf. Natuurkundige Jeremy Bernstein voegt hieraan toe dat we erg veel plutonium opgeslagen hebben liggen in onze kernwapens en dat we nog niet zo veel van deze extreem dodelijke stof begrijpen, en zijn collega Frank Tipler filosofeert over de mogelijkheid van een deeltjesversnellende bom, even sterk als een kernbom van 1.000 megaton, die door terroristen in een klein fabriekje gemaakt kan worden en vervolgens in de kofferbak van een auto past.

Maar de meeste ondervraagden beginnen niet over dat soort zaken. Dat heeft deels waarschijnlijk te maken met het gevaar van gevaarlijke ideeën. Natuurkundige en computerwetenschapper Daniel Hillis zegt bijvoorbeeld duidelijk dat hij zijn gevaarlijkste ideeën, ideeën die angst en pijn en chaos kunnen veroorzaken, nooit zou willen delen. Psychiater Randolph Nesse vindt dat inderdaad de belangrijkste verantwoordelijkheid van wetenschappers. En is daarnaast geïnteresseerd in het fenomeen 'onuitspreekbare ideeën', ideeën die een gevaar opleveren voor degene die ze uit. Hij noemt het voorbeeld van iemand die er openlijk voor uit komt dat hij alleen maar dingen doet waar hij zelf voordeel van heeft - dat zou een vorm van sociale zelfmoord zijn.

Er zijn nog veel meer voorbeelden', schrijft Nesse verder, maar ik moet het hierbij laten. Als ik nog meer zeg, breng ik mezelf in moeilijkheden of ik haal mijn eigen stelling onderuit. Zal ik mijn 'Onuitspreekbare Essays' ooit publiceren? Dat zou wel gedurfd zijn, hè?'