Oostenrijk jammert om nationaal cultureel erfgoed

Het kabinet moet beslissen over teruggave van de Goudstikker-collectie. In Oostenrijk is onlangs een claim toegewezen.

In de dagen na het vonnis dat de schilderijen van Gustav Klimt moesten worden teruggegeven aan de rechtmatige eigenaren trok het Weense Belvedere veel meer bezoekers dan anders. Op de muur links het Portret van Adele Bloch-Bauer II.Foto Reuters Visitors admire paintings by Art Nouveau Master Gustav Klimt, "Adele Bloch-Bauer II" (L) and "Hauser in Unterach am Attersee" (R) in Austria's Belvedere Gallery in Vienna January 17, 2006. An arbitration court ordered Austria to return five Klimt paintings to Maria Altmann, heir of their Jewish former owner who fled the country under the Nazis. Altmann said she wants the most famous works to stay in Austria. REUTERS/Herbert Neubauer REUTERS

ROTTERDAM, 28 JAN. - Op vrijdag 20 januari was het drukker dan anders aan de kassa van het Belvedere Museum in Wenen. Een menigte bezoekers kwam afscheid nemen van de beide 'Adeles', de 'appelboom' en de andere schilderijen van Gustav Klimt die krachtens een uitspraak van het Oostenrijkse hof van arbitrage moeten worden teruggegeven aan de rechtmatige eigenaars, Maria Altmann, haar neef en twee nichten, de erfgenamen van de joods-Tsjechische suikermagnaat en kunstverzamelaar Ferdinand Bloch-Bauer. Maar al bij de ingang keerden veel bezoekers weer om, toen hun duidelijk gemaakt werd dat de werken van Klimt naar het depot waren gebracht. De nacht tevoren was per e-mail een dreigement ontvangen, dat de kunstwerken zouden worden vernietigd om teruggave of verkoop te voorkomen. De e-mail was gestuurd naar de advocaat van Altmann en de boodschap was duidelijk: de joodse erfgenamen mochten de schilderijen niet terugkrijgen, noch het geld daarvoor. Later bleek, volgens een woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken, de e-mail afkomstig te zijn van een 50-jarige man uit Niederösterreich, die had toegegeven dat hij de mail in dronken toestand had verstuurd.

Dronken man of niet, het incident zegt in elk geval iets over de moeite die het Oostenrijk kost te accepteren dat 'zijn' Klimts nu moeten worden teruggegeven aan de wettige erfgenamen. Zeven jaar heeft Maria Altmann moeten wachten op deze uitspraak. Haar familie raakte de schilderijen kwijt na de Anschluss van 1938, toen Oostenrijk aan Hitler-Duitsland werd vastgeklonken. De nazi's onteigenden Bloch-Bauer en verkochten diens schilderijen aan de Oostenrijkse Galerie Belvedere en aan het museum.

Na de oorlog ging Robert Bentley, een neef van Bloch-Bauer, op zoek naar het verloren bezit, waaronder het wereldberoemde portret van zijn tante Adele Bloch-Bauer, de zogenoemde Goldene Adele. In 1957 bereikte deze erfgenaam overeenstemming met de Oostenrijkse regering over de suikerfabriek van zijn oom. Maar met een beroep op het testament van Adele uit 1923 - waarin zij haar man verzocht de schilderijen na zijn dood aan het Belvedere te schenken - hield Galerie Belvedere vol dat zij de rechtmatige eigenaar was. Uiteindelijk legde de familie zich daarbij neer, vooral omdat ze bang was anders geen vergunning te krijgen voor de uitvoer van de overige schilderijen uit de collectie.

Waarom is Vergangenheitsbewältigung en Wiedergutmachung zo'n moeilijke opgave voor Oostenrijk? Dat komt doordat het land zich op het standpunt heeft gesteld dat het Duits bezet gebied is geweest tijdens de oorlog, en geen bondgenoot van het eerste uur. Na de oorlog kreeg Oostenrijk ook geen vredesverdag van de geallieerden voorgelegd, zoals Duitsland en Japan, maar een Staatsverdrag, waarin het land de status van eerste slachtoffer van Hitler kreeg. Officieel had het land met de Anschluss van 1938 opgehouden te bestaan en werd het een Duitse provincie, de Ostmark.

Na de oorlog verwees de Oostenrijkse regering in kwesties van aansprakelijkheid en vergoedingen de slachtoffers meestal door naar Duitsland als rechtmatige opvolger van het nazi-regime. Vergoedingen en teruggave zouden voor Oostenrijk een impliciete erkenning van (mede)schuld aan de nazi-misdaden betekenen. Pas in 1991 erkende bondskanselier Franz Vranitzky (SP-) de medeschuld van Oostenrijk aan de misdaden van het nazi-regime en pas daarna kwam de regering schoorvoetend met een royaler programma van Vergangenheitsbewältigung en Wiedergutmachung. In 1998 nam Oostenrijk, na grote internationale druk, een wet aan voor de teruggave van geroofde kunst, waarmee de erven van Ferdinand Bloch-Bauer alsnog de wettelijke mogelijkheid kregen, aanspraak te maken op de Klimt-schilderijen. Dat deed Altmann dus meteen.

Minister Elisabeth Gehrer van Onderwijs opende daarop besprekingen met de erfgenamen. Na een 'suikerzoete' ontmoeting, zoals Altmann later in de Oostenrijkse pers zou opmerken, probeerde de minister de zaak vooral te traineren om vervolgens niets meer te laten horen. Brieven van Altmann met het verzoek om een nieuwe afspraak bleven botweg onbeantwoord.

Altmann, die in eerste instantie nog bereid was tot een schikking, kwam tot een onverzoenlijker houding. De Oostenrijkers dwongen haar tot betaling van 4 miljoen euro proceskosten, vooraf te voldoen. (Oorspronkelijk had Justitie de kosten zelfs op 20 miljoen euro willen stellen, maar daartegen tekende Altmanns advocaat met succes beroep aan.) De eis was nu onverkort: teruggave van de geroofde Klimts en daarin heeft het hof van arbitrage Altmann op 17 januari dit jaar gelijk gegeven. Het Oostenrijkse restitutiebeleid betitelde de 90-jarige erfgename de afgelopen week in de Zwitserse Weltwoche fijntjes als 'charmant, maar gemeen'.

Sinds 17 januari proberen politici en opinieleiders allerlei initiatieven te bedenken waarmee de vijf onbetaalbare Klimts alsnog voor Oostenrijk behouden kunnen blijven. Wat Altmann betreft mogen de twee portretten van Adele Bloch-Bauer, de pronkstukken van de collectie, in het Belvedere blijven hangen, maar de regering weet niet waar het de middelen vandaan moet halen. Alleen al de waarde van de 'Goldene Adele' wordt op meer dan 100 miljoen euro geschat.

Minister Gehrer heeft al gezegd dat aankoop de financiële mogelijkheden van de staat ver te boven gaan. De grote banken is gevraagd of zij niet gezamenlijk een fonds kunnen beheren waarmee de schilderijen kunnen worden teruggekocht. Onmogelijk, liet een anonieme bankier de Weense pers weten. 'Alleen de verzekeringspremie zou ons al de das om doen.'

    • Johan van Beek