Onnavolgbare Alan Greenspan hielp de beleggers

Is hij de grootste centrale bankier aller tijden, of laat hij de Amerikaanse economie achter als een schuldbeladen boedel? Alan Greenspan, de scheidend voorzitter van de Federal Reserve, is nu al een legende.

Maarten Schinkel

Aanstaande dinsdag zit Alan Greenspan voor de laatste keer op deze stoel. Greenspan was bijna 19 jaar voorzitter van het stelsel van Amerikaanse banken. Foto AP ** FILE ** A nameplate is affixed to the chair of Federal Reserve Board Chairman Alan Greenspan in the main meeting room of the Board of Governors of the Federal Reserve System in Washington in this Jan. 25, 2005 file photo. (AP Photo/Lawrence Jackson, File) Associated Press

,,Als ik glashelder tegen u schijn te zijn geweest, dan moet u mij verkeerd hebben begrepen''. In de financiële wereld zal nog met heimwee worden teruggedacht aan de onnavolgbare zinsconstructies van Alan Greenspan, de scheidende voorzitter van de Amerikaanse centrale banken.

Bankiers en Congresleden, analisten en economen zijn niet de enigen die het te stellen kregen met het taalgebruik van de centrale bankier. Zijn huidige vrouw, de NBC-journaliste Andrea Mitchell, zei pas bij Greenspans derde huwelijksaanzoek 'ja' omdat de eerdere twee zo cryptisch waren dat zij ze niet als zodanig had begrepen.

Het tijdperk-Greenspan, dat begon met zijn aanstelling door president Reagan op 11 augustus 1987, loopt ten einde. Aanstaande dinsdag, als de centrale bank vergadert, is zijn laatste werkdag. Daarna neemt de econoom Ben Bernanke, nu nog economisch adviseur van president Bush, zijn functie over.

Op het eerste gezicht is het tijdperk-Greenspan een doorslaand succes. De economie maakte tijdens zijn bewind een lange periode van voorspoed door, die enkel is onderbroken door twee milde recessies. De aandelenkoersen stegen jaarlijks gemiddeld met 8,2 procent. Greenspan loodste de economie door tal van crises, van de aandelenkrach in oktober 1987, twee maanden na zijn aanstelling, tot de obligatiekrach van 1994, de financiële crises van 1997 en 1998, het spatten van de internetzeepbel, en de aanslagen op New York en Washington. De centrale bankier zag eerder dan iedereen aankomen dat de Verenigde Staten in de loop van de jaren negentig een adembenemende versnelling van de productiviteit doormaakten, en handelde daarnaar door de rente lager te houden dan gebruikelijk was. Al met al reden voor de Princeton-econoom Alan Blinder, zelf voormalig Fed-bestuurslid, en zijn collega Ricardo Reis om Greenspan vorig jaar al vast uit te roepen tot de 'Grootste centrale bankier aller tijden'.

Die lof is prematuur. Hoe de erfenis uitpakt, kan pas over enige jaren worden vastgesteld. Want wat is de staat van de Amerikaanse economie die Greenspan woensdag overdraagt aan opvolger Bernanke? Amerika's economie van dit moment laat zich kort samenvatten als een huishouden dat voorspoedig leeft op grote, en groeiende, schulden. Het overheidstekort zal in 2006 naar verwachting uitkomen op ruim 3 procent van het bruto binnenlands product, en de burgers sparen al lang niet meer. Stijgende huizenprijzen zorgen voor papieren vermogen, dat door de burgers wordt verzilverd in de vorm van oplopende hypotheken, en de particuliere schulden als percentage van het inkomen zijn nog nooit zo hoog geweest. Amerika heeft een huizenhoog tekort op zijn betalingsbalans (het saldo van de geldstromen met de rest van de wereld) en raakt daardoor ook internationaal diep in de schulden. De rest van de wereld moet op dit moment 3 miljard dollar per werkdag aan de VS lenen of investeren om het gat te vullen.

Deze nationale en internationale 'onevenwichtigheden' leiden tot toenemende bezorgdheid bij veel economen, want het is moeilijk in te zien hoe de situatie kan doorgaan. Maar in hoeverre is dit Greenspan aan te rekenen? Zeker niet volledig. Het omslaan van de begrotingsoverschotten die onder president Clinton werden bereikt, in de tekorten onder president Bush zijn een gevolg van de lichte recessie net na de eeuwwisseling, de oorlog in Irak en de doelbewuste belastingverlagingen die door Bush zijn doorgevoerd.

Anderzijds laat Greenspans beleid wel een patroon zien dat heeft kunnen leiden tot de huidige excessen. Centrale banken zijn er om de inflatie in toom te houden, en sinds het begin van de jaren tachtig is dat gevecht met groot succes gevoerd. Het gevolg is een soepeler monetair beleid met relatief lage rentes, want als de inflatie niet langer een probleem is, hoeft deze ook niet met een hoge rente te worden bedwongen. Door die lage rente wordt wel een grotere geldschepping ontketend, want het wordt goedkoper om te lenen. De toenemende hoeveelheid geld in omloop drijft niet langer de prijzen op van goederen en diensten (de gangbare definitie van inflatie), maar kan wel leiden tot hogere prijzen van aandelen, obligaties of onroerend goed. Centrale banken weten nog steeds niet hoe ze met dergelijke zeepbellen moeten omgaan, en zelfs niet of dergelijke verschijnselen óók tot de inflatie moeten worden gerekend die zij geacht worden te bestrijden. Greenspan zelf heeft altijd op het standpunt gestaan dat een financiële zeepbel op het moment zelf nooit als zodanig kan worden herkend, en dus ook niet met een hogere rente kan worden bestreden. Het enige dat een centrale bank kan doen is de gevolgen van het knappen van een zeepbel verzachten, door middel van renteverlagingen achteraf.

Greenspan zelf werd kort na zijn aantreden al geconfronteerd met zijn eerste crisis, toen in oktober 1987 de aandelen kelderden. Hij verlaagde de rente. In 1989 volgde een kleinschalige herhaling, met dezelfde reactie. Toen in 1998 het bankroet van Rusland en het omvallen van het hedge fund Long Term Capital Management angst zaaiden op de financiële markten, verlaagde Greenspan weer de rente. Dat gebeurde ook in de nasleep van het knappen van de aandelenzeepbel in 2000. Het antwoord van de centrale bank op de aanslagen in New York in september 2001 was een versnelling van de renteverlagingen die al plaatsvonden.

Voor professionals en particulieren op de financiële markten is Greenspan alleen daarom al een held: hij hielp ze altijd uit de brand. Er was zelfs een term voor het vertrouwen in een goede afloop: de Greenspan put, een verwijzing naar de zogenoemde put-optie als bescherming tegen koersdalingen. Greenspan verlaagde de rente in 2003 zelfs ruim een jaar lang naar naar slechts 1 procent, het laagste peil sinds de jaren vijftig, en hield zo de economie op de been. Het resultaat is wel dat de economische voorspoed sindsdien goeddeels is gebaseerd op binnenlandse en buitenlandse schulden. En die binnenlandse schulden zijn weer mogelijk door de lage rente en de navenant gestegen prijzen van het onderpand: de woningmarkt in de Verenigde Staten. De vraag wordt nu: is hier sprake van een nieuwe zeepbel, en wat gebeurt er als die knapt? Is de Amerikaanse economie enkel op de been gehouden door een ontoelaatbaar ultrasoepel monetair beleid, en wordt de schuldenlast straks ondraaglijk en blijft het buitenland het Amerikaanse spaartekort financieren? Is er, kortom, onder Greenspan een enorm voorschot genomen op de toekomst, en wordt straks de rekening betaald?

Om het in Amerikaanse termen te zeggen: the jury is still out. Greenspan zal er de komende jaren vast op terugkomen, want zijn naam circuleert nu al in het uiterst lucratieve lezingencircuit. Verwacht inkomen: 150.000 dollar per voordracht, en dat is bijna een geheel jaarsalaris van een voorzitter van de Fed.

    • Maarten Schinkel