Mus en walvis

Een kleiduif is een schijf van gebakken klei die met een katapult over de kleiduivenbaan wordt geschoten. Daar staan de jagers, in een Brits aandoend jachtpak, jagershoedje op en jachtgeweer. Ze schieten op de kleiduiven. Dat heeft veel voordelen. Er worden geen dieren doodgemaakt. Mensen beleven op een maatschappelijk verantwoorde manier de lust die wordt veroorzaakt door iets kapot te maken. (Vroeger ook op de kermis in de 'vrolijke keuken' waar je met stenen oud aardewerk aan scherven kon gooien; nu virtueel in computergames.) En bij voltreffers zijn ze trots op hun eigen virtuositeit. Het nadeel voor de schutter is dat een kleiduif niet 'echt' is. Maar omdat het tenslotte om het schieten en raken gaat, vinden de jagers dat van minder belang. Er zijn zelfs kampioenschappen kleiduiven schieten.

Eens, misschien nog in de vorige eeuw, was het me opgevallen dat de publiciteit van onze tijd vaak veel weg heeft van een kleiduivenschietbaan. Hier of daar wordt weer zo'n stuk dode klei gelanceerd, en meteen begint het geweervuur te knetteren. Ik schreef er een stukje over, 'Kleiduiven voor columnisten', waarin ik opperde dat er instanties zijn die zulke projectielen opzettelijk afschieten, om geraas, rumoer, kabaal te veroorzaken. Iedereen weet wel dat zo'n kleiduif niets voorstelt, maar toch gooit iedereen zich in het debat en schiet erop los zodat je denkt dat er een burgeroorlog op uitbreken staat.

Zo'n kleiduif leek me het idee van minister R.Verdonk om op straat het Nederlands spreken verplicht te stellen. (Er worden door dit kabinet trouwens ontzettend veel kleiduiven afgeschoten, er zijn zelfs ministers die zich persoonlijk tot kleiduif hebben gemaakt.) In de loop van de jaren met Verdonks gedachtewereld vertrouwd geworden, weten we ongeveer waar de vondst vandaan komt. En binnen een seconde hebben we ook de onzinnigheid en onuitvoerbaarheid beseft. Het is diepe flauwekul, serieus opgedist. Overmorgen vergeten, maar gisteren nog het doelwit van een trommelvuur. Het beste vond ik een tekening van Jos Collignon in de Volkskrant, waarop een paar jongeren in hun eigen soort Nederlands over het denkbeeld van gedachten wisselen.

Een kleiduif van formaat leek me ook de Nederlandse mus die wereldberoemd is geworden nadat hij of zij meer dan dertigduizend dominostenen had omgegooid waarna het vogeltje voor straf werd doodgeschoten, waarna deze schutter door anonymi met de dood werd bedreigd, waarna ten slotte de mus werd gebalsemd en nu ter bezichtiging in een vitrine ligt. Wereldberoemd. Ik las de hele tragedie in de New York Times. Maar bij nader inzien: is dit wel een echte kleiduif?

Om te beginnen: het zien omvallen van tienduizenden dominostenen en het luisteren naar het daarmee gepaard gaand geritsel is een sensatie. Eén keer, jaren geleden, heb ik het op de televisie gezien, en sindsdien ernaar verlangd, er een keer zelf bij te zijn. Als dan een stom diertje met één wiekslag de voorstelling bederft voor die goed en wel is begonnen, ja, dat is om razend te worden. Maar dan moet je beseffen dat die mus het niet expres heeft gedaan. Alleen opzet mag worden gestraft, en dieren hebben geen bewustzijn dat tot opzet in staat stelt. Hoogstens kunnen ze gedresseerd worden. Dus handen af van de mus! Je moet wel door het dolle heen domino-bezeten zijn om dan je buks te pakken en het vogeltje zo lang te achtervolgen tot je het op de korrel hebt, en het lang genoeg blijft zitten om het te kunnen neerschieten.

Het nieuws bereikt de media. Onvermijdelijk komen nu de dierenvrienden in het geweer. (Geen woordspeling.) Onder deze vrienden zijn tegenwoordig veel e-mailers en bloggers. Wat is eenvoudiger dan deze mussenmoordenaar op zijn beurt met de dood te bedreigen? De tijd dat je brieven, geschreven in verdraaid blokschrift of met uit de krant geknipte letters in de bus kreeg, is voorgoed voorbij. Ook het dreigement is gedemocratiseerd. Deze schutter wordt dus de stuipen op het lijf gejaagd. En ten slotte, voorzover nog mogelijk, eind goed al goed: de mus wordt opgezet en in een vitrine tentoongesteld.

Mogen we dit verloop van gebeurtenissen nog een kleiduif voor de media noemen? In de bres gaan staan voor een dier is altijd goed. Denk aan de pogingen om de walvis uit de Theems te redden. Hoewel ik me niet aan deze raad houd, heb ik grote sympathie voor het Eet geen kip! waarmee Wim T. Schippers in radioboodschappen de vogelpest bestrijdt. De Turkse kippen die voor de camera levend in plastic zakken worden gepropt: een gruwel. Het redden van een dier is het verdedigen van een onschuld waarvan de mensen geen weet hebben.

De drama's waarin de mus en de walvis ten onder gingen, horen dus niet tot de orde van de kleiduiven. De walvis was waarschijnlijk verdwaald en wat dat aangaat gewoon als een mens radeloos geworden. En als er geen Guiness Book of Records was geweest, had de mus nog ongestoord rondgevlogen. Zie de lotgevallen en het einde van dit vogeltje dus eerder als samenballing van eigentijdse gekte.