Lijstduwer is ‘een chic woord voor nepkandidaat’

Als lijstduwers gekozen worden, gaan ze niet in de gemeenteraad. Dat is kiezersbedrog, vinden hoogleraren. „Sorry hoor, het heet toch niet voor niets een kandidatenlijst?”

DENHAAG:JAN2002 VVD_kamerlid Frans Weisglas FOTO TWEEDE CAMERA Rozenburg, Roel

Ex-voetballer Wim Rijsbergen, minister Karla Peijs van het CDA en Tweede-Kamerlid Lousewies van der Laan van D66 hebben iets gemeen. Ze staan allen op een kandidatenlijst voor de gemeenteraadsverkiezingen van 7 maart. Maar als ze gekozen worden, piekert geen van hen erover om een raadszetel in te nemen.

Lijstduwers, bekende en minder bekende Nederlanders die zich als stemmentrekker onder op kieslijsten laten plaatsen, duiken weer overal op nu de lijsten zijn vastgesteld voor de komende gemeenteraadsverkiezingen. Het lijstduwerschap is vooral in trek onder (ex)politici, maar ook bij voetballers, zangers en andere beroemdheden.

„Lijstduwer is een chic woord voor nepkandidaat”, zegt Joop van Holsteyn, hoogleraar aan de Universiteit Leiden. Hij onderzoekt verkiezingen en stemgedrag, en vindt al jaren dat de lijstduwer een onwenselijk verschijnsel is.

Wie zich op een lijst laat zetten zonder de uitdrukkelijke bedoeling in de gemeenteraad te willen pleegt volgens hem kiezersbedrog. Maar zijn oproep, gedeeld door andere politicologen, aan lijstduwers alleen kandidaat te zijn als ze serieus overwegen in de raad te gaan, vindt geen enkel gehoor.

Onzin, zegt bijvoorbeeld Tweede-Kamerlid Nicolien van Vroonhoven (CDA), die kandiaat in Den Haag is. Verkozen worden brengt geen verplichting met zich mee, vindt zij. „Of je wel of niet in de raad gaat is een persoonlijke afweging.” Ze zegt hetzelfde als veel lijstduwers: je doet het niet om gekozen te worden, maar om te laten zien dat je hart hebt voor de lokale politiek en hopelijk ook om wat stemmen binnen te slepen.

Een dubieuze redenering, denkt Van Holsteyn. „Als ik een slecht mens zou zijn, zou ik denken: een erg goedkope en makkelijke manier om je partij te steunen.”

[vervolg LIJSTDUWERS: pagina 3]

LIJSTDUWERS

‘Iedereen weet dat nr. 30 niet op de lijst wil’

[vervolg van pagina 1]

„Ze kunnen ook folderen, geld geven of telefoonrondes doen”, vindt Van Holsteyn over de lijstduwers. „En daarvoor hoef je niet op een kieslijst te staan.”

Kiezersbedrog is het absoluut niet, zeggen lijstduwers. Want in Nederland weet iedereen dat als je naam onder aan een kieslijst hangt, je daar niet staat omdat je in de gemeenteraad wil.

Met die redenering draaien ze de zaak om, zegt Van Holsteyn. „Sorry hoor, het heet toch niet voor niets een kandidatenlijst? De mensen die daarop staan moeten allemaal in de gemeenteraad willen.”

„Kijk, het is heel simpel: of mensen weten dat het fake is, en dan zullen ze niet op je stemmen. Maar waarom zou je dan op die lijst gaan staan? Dat doe je alleen omdat je denkt dat het wel effect heeft, zodat mensen die niet weten dat jij niet wil, tóch op je stemmen. Kiezersbedrog dus.”

„Formeel heeft deze man natuurlijk gelijk”, zegt Frans Weisglas. Zelf, zegt hij, is hij heel zuiver in de leer. Als Tweede-Kamervoorzitter ijvert hij voor een strikte interpretatie van de parlementaire omgangsvormen.

Maar niet op een kandidatenlijst willen staan omdat je niet in de gemeenteraad wil, vindt hij overdreven. „Iedereen weet dat nummer dertig van een lijst niet in de raad wil.”

Want dat is Weisglas zelf ook, een nummer dertig, voor de VVD in Rotterdam. Hij is gevraagd als stemmentrekker. „Maar ik doe het ook om te laten zien dat Frans Weisglas een Rotterdammer is, en achter zijn stad staat.” Deze „morele steun” voor zijn partij betekent niet dat hij campagne gaat voeren. In zijn positie moet hij „elk moment van de dag neutraal zijn”.

Is dat voor de kiezer niet wat verwarrend? Nee hoor, denkt Weisglas, het is volkomen transparant. Zeker als je zoals hij steeds benadrukt niet de raad in te gaan. En voor wie dat niet heeft gehoord: „Men weet dat de Kamervoorzitter zijn werk niet met een raadszetel kan combineren.”

Lousewies van der Laan van D66 vertrouwt op de intelligentie van de kiezers om haar uit de gemeenteraad te houden. „Mensen weten donders goed dat ik niet van plan ben in de raad te gaan”, zegt het Tweede-Kamerlid. Ze staat in Den Haag op de lijst omdat ze „heel betrokken” is, en „omdat het voor mensen prettig is namen te zien die ze kennen en vertrouwen”.

Wordt de onderkant van een kandidatenlijst zo niet een soort comité van aanbeveling? „Ja, dat is een leuke manier om het uit te drukken”, zegt Van der Laan.

Hoogleraar empirische politicologie Rudy Andeweg van de Universiteit in Leiden, doet onderzoek naar kiesgedrag en de kloof tussen burger en politiek. Hij denkt net als veel politici dat de meeste kiezers het fenomeen lijstduwer wel begrijpen – hoewel hij beaamt dat „deze oude traditie” voor bijvoorbeeld allochtonen heel wat minder vanzelfsprekend is.

Wel „echt verwerpelijk” is volgens Andeweg wat onder andere Weisglas en minister Peijs doen: op de kandidatenlijst staan en tegelijkertijd aankondigen dat je in geen geval in de raad zal gaan.

„Eigenlijk sta je dan onder valse voorwendselen op de lijst”, zegt Andeweg. Hij verwijst naar de Kieswet waarin staat dat iemand op de lijst verplicht is schriftelijk te verklaren dat hij kandidaat is én deze „verklaring van instemming” niet kan intrekken. Een kandidaat die van tevoren al zegt niet in de raad te zullen gaan, handelt volgens Andeweg in strijd met die wet. „Ik ben geen jurist, maar voor mij komt het dicht in de buurt van frauduleus handelen.”

Als je lijstduwer bent en je wordt gekozen – zoals schrijver Ronald Giphart in 1998 en schaatser Hilbert van den Duim in 1994 overkwam – is het voor Andeweg duidelijk: „Dan heeft niet de kiezer pech, maar heb jij pech, dan moet je in de raad”.

Een analyse die Van der Duim deelde, maar niet Giphart, die weigerde zijn zetel in de Utrechtse raad te bezetten.

    • Derk Stokmans