Lesgeven wel intensiever, maar ook interessanter 2

Als Paul Ophey echt verstand heeft van de tweede fase weet hij dat docenten veel harder moesten werken aan steeds vervelender taken als correctie van het schrijfdossier, controle van het leesdossier, de steeds maar herkansbare toetsen, de administratie enz. De echte leraar had al vrij snel in de gaten, dat je met 32 leerlingen in de klas, die allerlei niet-schoolse zaken veel belangrijker vinden dan Nederlandse taalvaardigheid en/of letterkunde, geen studiehuisje kunt spelen met individuele begeleiding. De les is al voorbij, vóór je de helft van de leerlingen hebt gesproken.

Dus ik, als bijna zestiger, nog steeds zeer enthousiast werkend met aardige kinderen, heb het verschrikkelijk druk met het verzinnen van uitdagende opdrachten. Na 35 jaar voor de klas bereid ik me nog steeds voor op een literatuurles waarin ik nog eens een verhaal vertel, probeer aan te tonen hoe mooi een paar willekeurige woorden bij elkaar gezet zijn door een dichter.

Ik geef aan dat ik een hekel heb aan werkwoorden die verkeerd gespeld zijn, terwijl de regels eigenlijk zo eenvoudig zijn. Ik haal artikelen uit deze krant over het hufterige gedrag van de Nederlander en verzin daar opdrachten bij. Ik organiseer een debat met leerlingen over het nut van de nieuwe spellingsregels. Hoezo ingedut!