Klik, klik, scooter toto

Nederlands als voertaal op straat? Straat noch taal houdt zich aan regels. De geuzentaal van jongeren is Nederlands, vermengd met Grieks, Turks, Russisch en vooral Marokkaans. 'Iwa?' 'Tezz yemmesj esaw paga'. Kaan je wel zegge.

Europa, Nederland, Nieuwegein, 26-01-2006 Allochtone jongeren. Foto: Evelyne Jacq Jacq, Evelyne

Bij de lage bosjes voor de school staan Jannis Sakalis (15) en zijn vrienden. Jannis is Grieks. Hij is lang, cool, met zijn lome oogopslag, en ontwapenend: 'Ik ben maar een Griek', zegt hij schouderophalend. 'Ik heb niets in te brengen.' Een onverwacht tussenuur? Op naar de sportschoenenzaak Foodlocker. Jannis is de leider van 2 mavo.

Zijn beste vrienden zijn de kleine rustige Turk Emre Gümüs, de Marokkaan met het wilde haar en de beugel, Oussama Berragiy en de Rus met de felblauwe ogen, Vlad Kuptsov. Het is woensdagmiddag kwart over drie en de jongens zijn opgefokt. 'Wáát ga jij doen man?', gilt Oussama met overslaande stem, van hoog naar laag. 'Wáát, wáát?', echoot Emre. Sensatie. Jannis demonstreert hoe Abdelnasser uit de brugklas zojuist op een geleende scooter tegen een paaltje vloog.

'Tezzzzzz', sist Oussama.

'Wíe reed tegen dat paaltje?' vraagt Vlad.

'Die betonsjchaar', zegt Jannis en hij houdt zijn vlakke hand langs zijn middel om aan te geven hoe klein Abdelnasser is.

Vlad: 'Met die krulletjes?'

Jannis: 'Neej, dat is Zaka.' Hij zet de Z van Zaka zwaar aan. De scooter was tegen het paaltje gekaatst, wijst de Griek en daarna vol op een passerende bus gebotst. 'Gebroken been', concludeert hij. 'Scooter toto.'

De scooter was eigendom van een Nederlandse jongen. 'Die gekke Hollander laat hem zelf rijden', zegt Oussama. Hard gelach in de groep. 'Zegt-ie: 'jij gaat scooter dokken'.' Jannis imiteert de boze scootereigenaar. 'De Hollander krijgt de rekening van het ziekenhuis', merkt Emre de Turk op, met een scherpe z. Hij klikt met zijn tong twee keer snel tegen de achterkant van zijn voortanden. 'Tfoe! Abdelnasser was bijna dood door eigenaar.'

De jongens van de vmbo-school St. Gerardus Majella (sinds 1 januari Liefland College) in Utrecht hebben hun eigen taal voor op straat. Het klinkt als Nederlands met een zware Marokkaanse klemtoon op de eerste letter van elk woord, vooral die beginnend met een z of een g. 'Zeg, hoeZo moeten Wij nu naar Sjchool?', zegt Jannis. Niet alleen Marokkaanse scholieren gebruiken die accenten, ook Turken, Surinamers, Antillianen en zelfs Nederlanders.

'Het Nederlands dat minister Verdonk op straat wil horen', zegt Jannis, 'dat hoor ik nooit op straat. Het bestaat niet meer. Hoe wil ze dat nog terugdraaien?'

'Hoe gaat Verdonk dat controleren?' vroeg een brugklasleerling Turks van de St. Gerardus Majella aan zijn lerares Margreet Dorleijn. 'Dat kan ze niet', antwoordde zij.

Vorig jaar hoorde Dorleijn, behalve lerares ook sociolinguïst, in een Utrechtse supermarkt twee Turkse meisjes Nederlands praten met een zwaar Marokkaans accent. Dat had ze nog nooit gehoord. Samen met haar collega Jacomine Nortier onderzocht zij daarop het taalgebruik van Turkse en andere allochtone scholieren in de grote steden. Ze kwamen tot de conclusie dat veel jongeren, vooral jongens, onderling met een uitvergroot Marokkaans accent praten en eigen woorden toevoegen aan die taal. 'Het is een stadsdialect dat vooral door allochtone scholieren heel bewust wordt gesproken', zegt Dorleijn. Binnenkort publiceren Dorleijn en Nortier hun bevindingen.

Waarom een Marokkaans accent en geen Surinaams, dat beter aansluit bij de MTV-hiphop-cultuur. of Turks? Dat komt volgens Dorleijn omdat de Marokkaanse cultuur in het lager beroepsonderwijs dominant aanwezig is. Voor de tweede generatie Marokkanen is het Nederlands de voertaal, terwijl jonge Turken thuis en onder elkaar vaak Turks spreken. Het Nederlands van Marokkanen wordt aangevuld met leenwoorden uit het Berbers, het Arabisch, het Turks en het Surinaams.

De Rus Vlad is drie jaar geleden met zijn ouders uit de Zuid-Russische stad Stavropol naar Nederland gekomen. Het gezin kreeg een woning toegewezen in de Utrechtse wijk Kanaleneiland, waar Vlad naar de basisschool ging. Zijn ouders zijn beiden werkloos. Inmiddels kan hij feilloos uitleggen wat een 'katvanger' is. 'Eigenlijk iemand die zijn scooter op andermans naam laat zetten, maar voor ons een sletje, een kapsonesmeisje, dat doet of ze mooi is.' En hij heeft met succes een nieuw woord uit het Russisch geïntroduceerd: Soeka - bitch, teef. Gejuich stijgt op in de groep. 'Een woord dat je niet kent, neem je zo over', zegt Jannis.

De jongens zitten in het biologielokaal en geven een lesje straattaal. Het meest gebruikte vreemde woord is 'iwa'. 'Marokkaans voor 'Hé, alles goed?' in één', legt Oussama uit. 'Als je met je vader op stap bent, zeg je 'salamu alikom', vrede zij met jullie.' 'Thalla' als groet is wel turbotaal. Het betekent zorg goed voor jezelf, een verbastering van het Marokkaanse 'thallay'.

De vier vrienden zijn dol op 'zehma', 'zogenaamd'. Met zehma kun je iemand op zijn plaats zetten. 'Een jongen met nieuwe Prada sportschoenen', zegt Jannis. ''Zehma Prada', zeggen we dan. Of als een rapper stoer gaat doen. Het is een woord voor moeilijke mensen.'

'Moeilijke moslims', rijmt Jannis, 'noem ik wel eens schapie.'

'Ja?', zegt Oussama. 'Fuck you vriend!'

Emre laat zijn tong twee keer afkeurend achter zijn voortanden snerpen. Dat noemen de jongens de 'geheime klikcode', die volgens hun afhankelijk van de situatie positief of negatief wordt bedoeld, als een uitdrukking van verbazing.

Het kuifje van biologieleraar Ferdinand Schutte steekt om de hoek van de deur. Van drie kanten klinkt de geheime klikcode. 'Straattaal?', roept Schutte joviaal, 'dat kennen we hier niet.' De school verbiedt in het gebouw alle talen behalve Nederlands, Engels, Frans en Duits. Turks mag alleen in de les Turks worden gesproken. 'We kunnen dus pas praten in de pauze', zegt Emre.

Jannis laat zijn vrienden op zijn mobiele telefoon de rap Zal ik het bloed heet laten worden? van D-men horen. 'We zijn bloed bloedheet/Wat je goed goed weet/Dus je doet doet mee/Want we flippen em.'

'Die zetten beetje mensen voor schut', oordeelt hij. 'Dat is pas goed dissen.'

Jannis stelt voor de volgende dag naar Nieuwegein te gaan, naar de meisjes van het Anna van Rijn College. Hij laat zijn mobiele telefoon rond gaan met drie foto's van zijn blonde vriendin. 'Mijn laatste vier, vijf vriendinnen waren Nederlands', zegt hij. 'Wat Ga ik Daar Doen Man?', antwoordt Vlad. 'Ik heb hier chickies genoeg.'

Praat Vlad thuis ook zo tegen zijn moeder? Hij drukt zijn handpalmen tegen zijn slapen. 'Neej! Gelijk klap. Zij begrijpen dat niet, weet je.'

Jannis zijn ouders hebben een restaurant. Zijn moeder woont sinds haar derde in Utrecht. Haar ouders verlieten Alexandroupolis nadat haar vader begin jaren zestig in Utrecht werk vond als timmerman. Ze ging naar school bij de nonnen. 'Daat kaan je wel zegge', antwoordt ze met langgerekte Utrechtse 'a' op de vraag of Jannis thuis ook een Marokkaans accent heeft. 'Brutáál!' Ze schudt haar hoofd. Op haar arm wiegt ze een klein beige hondje.

'Ik heb de laatste paar jaar een veel grotere mond tegen mijn moeder', geeft Jannis toe. 'Ik zeg 'malaka' tegen haar. Dat bedoel ik niet negatief. Ik zeg 'malaka' tegen mijn Griekse vrienden. Dan betekent het gewoon 'ha jongen!'. Soms heb je het gewoon niet door.'

De blonde dochters van Jacomine Nortier, sociolinguïst aan de Universiteit Utrecht, kennen ook Berberse woorden van school. Zes jaar geleden zei Loura, nu achttien jaar, al 'sjebebesj' [eet je vader] aan tafel. Dat zeiden kinderen als ze op het Dr F.H. de Bruijne Lyceum uit de klas werden gestuurd. Nortier deed in die tijd haar eerste onderzoek naar straattaal en interetnische vriendschappen. Haar dochters fungeerden als antenne. Nu kent Loura vooral Surinaamse woorden van haar vriendin. 'Als je stoned bent, ga je skaffa [trippen]. En: tapibigimoffo [houd je grote mond].'

Nortier drinkt thee met haar dochters thuis in de Utrechtse wijk Lunetten. De meisjes kennen wel een woordje straattaal, maar alleen voor de grap. Er zijn Nederlandse meisjes die het serieus spreken op het schoolplein. 'Ordinaire meisjes', zegt Emma (15). 'Met grote oorringen in en trainingspakken aan.' De meeste straattaalsprekers op het De Bruijne zijn 'buitenlanders' zoals zij zichzelf noemen.

Toch is er in zes jaar iets wezenlijks veranderd, vindt Nortier. Het nieuwe Marokkaanse accent heeft niet alleen met stoerheid te maken. 'Veel allochtonen hebben het gevoel dat ze in een hoek worden gezet. In ons onderzoek zei een Afghaanse jongen: 'Als ze iets over Marokkanen zeggen, voel ik me aangesproken. Ik ben ook buitenlander'. Sommige Turkse of Marokkaanse meisjes die accentloos Nederlands spreken, gaan een hoofddoek dragen en een zwaarder accent gebruiken. Ze trekken zich terug op hun stellingen.'

Nortier maakt een vergelijking met Groot-Brittannië. Migranten uit het Caïribisch gebied, zoals de Jamaicanen, kenden een eilandidentiteit. Eenmaal in Engeland wisselden zij die in voor een ruimere Afro-caribische identiteit. De eilandbewoners hadden een groep gevormd. Nortier: 'In Nederland is een allochtone identiteit ontstaan. Daar hoort een gemeenschappelijk accent bij. Zo vertelde een Turks meisje dat ze zich meer allochtoon dan Turkse voelt.'

De straattaal wordt vooral op de middelbare school gesproken. 'Het hoort bij de anti-cultuur van pubers om zich af te zetten tegen de samenleving', zegt Nortier. Na die tijd gaan andere, sociaal-economische, motieven een rol spelen. Keurige Surinaamse dames spreken geen Sranan, Surinaams. Ik ga wel eens met een Sranan-woord dat ik niet ken naar de kantine om te vragen wat het betekent. Dan zegt de Surinaamse kassajuffrouw: 'Dat is wel ongepast'.'

'De verhoudingen in Nederland zijn op scherp gesteld', beaamt sociolinguist Dorleijn. 'Er heerst een moslimangst en moslims voelen dat. 'Ik voel me dan een allochtoon', zeggen ze. Deze geuzentaal is daar de uitdrukking van.' Volgens haar vinden volwassenen straattaal 'brutaal'. Op de St. Gerardus Majella kun je uit de klas worden gezet als je in de klas Marokkaanse woorden gebruikt of de geheime klikcode.

'In de stad kijken ze allemaal vies naar je', zegt Jannis de Griek. 'Ze hebben een slechte indruk van buitenlanders. Daarom gaan we naar Nieuwegein of Houten. Daar kijken ze niet zo.' 'Vaak oudere mensen', knikt Oussama. 'Je ziet meteen aan zijn gezicht of iemand niet aardig is. Maar er zijn ook strakke oudere mensen.' 'Bij de Mediamarkt gaat de bewaking meteen parallel met ons lopen als wij binnen komen', zegt Emre de Turk. Oussama: 'Dan roep ik: 'Kan je het zien?'.' 'Als iemand zo tegen mij doet', zegt Jannis, 'doet ik zo terug.'

Soms treden de vrienden zelf op tegen onrecht. Zoals pas geleden bij McDonald's bij de Jaarbeurs. Jannis vertelt. 'Een Surinamer had een hamburger besteld. Hij moest 25 cent meer betalen dan bij McDonald's in de stad. Achter de kassa stond een Surinaamse oma. 'Esaw!', zei die Surinaamse nigger tegen haar. Dat betekent: 'hé zwarte'. Toen hebben wij hem even een grote mond gegeven.'

'Turken zijn illies', schrijft Jannis op het schoolbord. Illies zijn illegalen. Turken spreken slecht Nederlands vinden de jongens. 'Wie is Hem Zus?', imiteert Jannis. 'Doe de tv dicht! Doe het raam aan. Wat is deeze?' In het Turks is er geen verschil tussen 'aan' en 'open' en tussen 'uit' en 'dicht', verduidelijkt Oussama, de Marokkaan. Emre de Turk knikt.

Tweeëneenhalf jaar geleden kwam de St. Gerardus Majella in het nieuws omdat de toenmalige rector Ton van Vught het Turks als schoolvak verplicht wilde stellen voor de brugklassen. Vanaf het tweede jaar zou het Turks als examenvak worden aangeboden. De school nam het besluit op verzoek van vijftien leerlingen. 'Turkse leerlingen willen hun moederstaal leren', gaf rector Van Vught destijds als reden op, 'en autochtone leerlingen krijgen de mogelijkheid om met een andere cultuur in aanraking te komen.' Volgens hem was het vak juist bevorderlijk voor de integratie. De school heeft 270 leerlingen waarvan tachtig procent van Marokkaanse of Turkse afkomst is.

Drie dagen na de bekendmaking, trok de school het voornemen Turks verplicht te stellen onder druk van de publieke opinie weer in. Het werd een keuzevak, gegeven door een Nederlandse leraar.

Inmiddels heeft Margreet Dorleijn, lerares Turks op St. Gerardus Majella, te horen gekregen dat het Turks helemaal wordt afgeschaft. Kostenbesparing, zegt de huidige rector. Vijf Turkse en twee Nederlandse leerlingen volgen de lessen nog.

De volgende dag, donderdag, staan de jongens na school klaar in de aula om op meidenjacht naar Nieuwegein te vertrekken. De haren rechtovereind met behulp van het flesje Junior-gel van Jannis. Leren jackjes aan, niet geschikt voor de tijd van het jaar. De sportschoenen worden gecontroleerd op vlekken, strippenkaarten worden uitgewisseld. Ze zijn zenuwachtig. Op het plein voor de school drommen brugklassers om hen heen. Ze roepen vieze woorden om op te vallen. 'Paga, paga' [aftrekken] en 'yemmesj' [eet je moeder] . Jannis duwt de kleine jongens rustig weg en wandelt superieur naar de bushalte. 'Thalla.''