Kijken met de ogen van Klimt

Twee biografische films over de levens van een schilder tonen het verschil tussen zien en niet zien.

Het sneeuwt binnen. Het is zo'n beeld dat je wel vaker tegenkomt in films, zo voor de hand liggend onmogelijk dat je het kan turven. In Klimt van Raúl Ruiz regent het ook nog bloemblaadjes en bladgoud. Klimt is een film over de Oostenrijkse schilder Gustav Klimt. In de catalogus belooft Ruiz geen gewone biopic. Nee, we gaan beelden zien alsof ze door Klimt zelf gezien worden. Een belofte die het publiek naar de zaal zou moeten doen stromen. Het publiek als Klimt! Zien wat de kunstenaar zag. Eindelijk

Het valt bitter tegen. Wat Klimt zag is, als Ruiz gelijk heeft, van heel wat minder niveau dan wat hij schilderde. Dat moet ook wel, want kunstenaars hebben geen andere ogen dan gewone stervelingen. Toch moet dit misverstand een van de redenen zijn waarom er juist over schilders zoveel films zijn gemaakt. In het Vita Brevis-programmma gaat meer dan de helft van de films over beeldend kunstenaars. Het is ook zo verleidelijk om Van Gogh in een door Van Gogh geschilderde wereld te laten rondlopen.

Hugues De Montalembert is ook een schilder, maar in Black Sun loopt hij niet door zijn eigen wereld. Er komt ook geen enkel schilderij van hem in de film voor, en we krijgen hem evenmin te zien. We horen hem wel. Hij vertelt hoe hij in 1978 blind is geworden. Een overvaller gooide verfoplosser in zijn gezicht. Maar zien kan hij nog wel. Zelfs van mensen die hij pas na zijn ongeluk ontmoet, construeert hij een gezicht. Het zijn beelden die hij alleen kan beschrijven, hij kan ze niet laten zien. Gary Tarn filmde achteraf de beelden bij Montalemberts woorden. Ze zijn angstwekkend neutraal; op geen enkele manier gefilterd door een kunstenaar. Black Sun is een film waarbij je af en toe je ogen wilt sluiten.