Het alziend oog van de fiscus

Leuk is anders, maar iedereen moet er weer aan geloven. Het is weer tijd voor de aangifte van de belasting over 2005. Belastingadviseur Carolien Hagemeijer geeft een aantal tips.

Carolien Hagemeijer: 'Voor buitenlandse inkomsten geldt een navorderingstermijn van 12 jaar.' FOTO Jonathan Vos Portret van Carolien Hagemeijer. Zij werkt bij Mazars in Amterdam en zij houd zich bezig met belastingszaken. voor de rubriek geld telt. Door Jonathan Vos Vos, Jonathan

Elk jaar kiest de Belastingdienst een groep belastingplichtigen die op extra controle kunnen rekenen. In 2006 - dus voor de aangifte over 2005 - zijn dat de mensen die, vaak naast hun baan, werk doen waar geen loonheffing op wordt ingehouden. Officieel heet dit 'resultaat uit overige werkzaamheden'. Het zijn bijvoorbeeld mensen die bij een administratiekantoor in dienst zijn en die in hun vrije tijd tegen betaling aangiftes voor anderen invullen. Of mensen die een vaste baan hebben in het onderwijs en die in de avonduren leerstof schrijven voor een educatieve uitgeverij. Naar schatting zijn er meer dan 300.000 van deze zogeheten 'resultaatgenieters' .

'De Belastingdienst zal hen niet allemaal controleren', zegt Carolien Hagemeijer, belastingadviseur bij Mazars in Amsterdam. 'Er geldt ongetwijfeld een drempel, maar die is geheim. Bijvoorbeeld dat mensen alleen maar gecontroleerd zullen worden als ze meer dan 1.000 euro per jaar bijverdienen, omdat anders het fiscaal belang niet groot genoeg is.'

Proberen om zoveel mogelijk kosten op te voeren om daarmee de dans te ontspringen, heeft geen zin. De Belastingdienst kijkt namelijk niet naar de nettowinst (de opbrengsten min de kosten), maar naar het bedrag dat iemand heeft verdiend.

Voor resultaatgenieters is het belangrijk dat ze hun administratie goed op orde hebben. Gemaakte onkosten in mindering brengen op de bijverdiensten is mogelijk, maar daar moeten wel bonnetjes of andere bewijzen tegenover staan. Inkomsten verzwijgen helpt niet, want opdrachtgevers zijn verplicht om aan de Belastingdienst door te geven wat hun freelancers in 2005 verdiend hebben. Met deze opgaven maakt de Belastingdienst een selectie van de mensen die op extra controle kunnen rekenen.

Voor freelancers die met hun opdrachtgever een zogeheten opting-in-constructie hebben afgesproken, geldt de extra controle niet. In dit geval keert de werkgever niet bruto uit, maar houdt hij rechtstreeks belasting en premies in op het honorarium. Dat scheelt de freelancer veel administratieve rompslomp. Bovendien kan hij gebruikmaken van dezelfde voordeeltjes als werknemers, zoals meedoen aan de levensloop- of spaarloonregeling. Het nadeel van opting-in is dat de freelancer, net zoals werknemers, gemaakte onkosten niet mag aftrekken. Wie voor zijn bijverdiensten veel onkosten maakt die niet door de opdrachtgever vergoed worden, kan daarom beter niet voor opting-in kiezen en de extra belastingcontroles af en toe maar voor lief nemen.

Op de aangifte moeten belastingplichtigen hun inkomen uit tegenwoordige arbeid en uit vroegere arbeid vermelden. Het gebeurt nogal eens dat mensen deze vakjes met elkaar verwisselen. 'Daardoor kun je de arbeidskorting van meer dan 1.000 euro mislopen', zegt Hagemeijer, 'Die krijg je namelijk niet bij inkomsten uit vroegere arbeid.'

Inkomsten uit vroegere arbeid zijn bijvoorbeeld uitkeringen of pensioenen. Hagemeijer maakt steeds vaker mee dat haar klanten niet alleen pensioen ontvangen dat in Nederland is opgebouwd, maar ook pensioenen die voortkomen uit dienstbetrekkingen in het buitenland. 'De wereld wordt steeds kleiner en veel mensen werken een tijdje in het buitenland.' Vaak gaat het om kleine pensioentjes, maar ze moeten wel opgegeven worden. 'Wie dat niet doet, kan met terugwerkende kracht van maximaal 12 jaar een navordering krijgen. Dat is de termijn die geldt voor buitenlandse inkomsten.'

Nederland heeft met verschillende landen belastingverdragen, waarin is afgesproken welk land belasting mag heffen over het pensioen. Bij overheidspensioenen is dat doorgaans het land dat de pensioenen uitkeert. Bij pensioenen die in het bedrijfsleven zijn opgebouwd, is dat meestal het land waar de belastingplichtige woont. Wie een pensioen ontvangt waarover in het buitenland al belasting is geheven, moet toch het bruto bedrag invullen. Om te voorkomen dat er dubbel belasting wordt betaald, krijgt de belastingplichtige een korting. Maar soms betekent dat toch dat er nog iets bijbetaald moet worden. 'Het omgekeerde kan niet', zegt Hagemeijer. 'Als je in het buitenland voor een hoger tarief bent aangeslagen dan in Nederland het geval zou zijn, krijg je het verschil niet terug.'

Ook voor buitenlandse spaartegoeden geldt sinds een half jaar een regeling die voorkomt dat spaarders dubbel belast worden.

Het belastingjaar 2005 is het laatste jaar waarin de auto van de zaak uitsluitend via de inkomstenbelasting wordt belast. De cataloguswaarde van de auto wordt opgeteld bij het inkomen en daarover moet de werknemer belasting betalen. In 2006 is dit het terrein van de werkgever. Hij moet loonheffing inhouden op de waarde van de auto. 'Dat is voor werknemers eenvoudiger, maar het kan wel een liquiditeitsnadeel opleveren', zegt Hagemeijer. 'Wie gewend was eens per jaar af te rekenen, wordt nu elke maand geconfronteerd met een lager netto salaris.'

Ingewikkelder wordt het voor mensen die jaarlijks niet meer dan 500 prive kilometers rijden in de auto van de zaak. Als zij dit met een rittenregistratie kunnen aantonen, krijgen zij geen bijtelling. Een werkgever zal er echter niet zomaar van uitgaan dat mensen prive weinig rijden. 'Als je wilt dat je werkgever de auto van de zaak niet betrekt in de loonheffing, heb je een beschikking van de belastinginspecteur nodig', zegt Hagemeijer. 'Met een beschikking ligt de verantwoordelijkheid bij de werknemer. Zonder beschikking loopt de werkgever het risico van een naheffing.'

Hagemeijer waarschuwt dat de rittenadministratie waterdicht moet zijn. 'De Belastingdienst heeft tal van manieren om het rijgedrag te controleren. Als jij zegt dat je op een bepaalde dag voor je werk in Brussel was, terwijl uit je tankpas blijkt dat je die dag in Groningen was, heb je iets uit te leggen.'

Wie de fiscale effecten van de auto van de zaak binnen de perken wil houden, doet er goed aan de auto zo sober mogelijk van de fabriek te laten komen. De cataloguswaarde wordt namelijk gerekend vanaf de fabriek. 'Als je allerlei accessoires wilt hebben, kun je dat beter met de garage regelen', zegt Hagemeijer 'Dan l tellen ze niet mee voor de cataloguswaarde.'

Voor wie een lijfrenteverzekering wil afsluiten heeft de auto van de zaak een voordeel. Omdat de bijtelling niet meetelt voor de pensioengrondslag, heeft de zakelijke automobilist extra ruimte om de premie af te trekken, iets wat veel andere belastingplichtigen niet meer hebben. Een premie die betaald wordt voor 1 april 2006, mag nog in mindering gebracht worden op het inkomen over 2005. Ook overbruggingslijfrentes, bijvoorbeeld voor een uitkering tussen het 60e en 65e jaar, zijn nog in 2005 aftrekbaar als de premie voor 1 april 2006 betaald wordt. Deze lijfrentes zijn in 2006 niet meer aftrekbaar.

Belastingjaar 2005 is het eerste jaar waarin mensen zonder hypotheekschuld, of met een kleine schuld, geen belasting meer hoeven te betalen over het eigenwoningforfait. Ze moeten het forfait wel aangeven, maar ze kunnen dit verderop weer aftrekken. Wie bijvoorbeeld een eigenwoningforfait heeft van 1.400 euro en 1.000 euro hypotheekrente kan aftrekken, valt onder deze regeling. 'Als je een kleine hypotheekschuld hebt, kan het dus lonend zijn de hypotheek helemaal af te lossen.'

Het komt tegenwoordig ook nogal eens voor dat mensen twee huizen hebben. Ze hebben een nieuw huis gekocht, maar ze zijn het oude nog niet kwijt. Of bij echtscheiding. Wie bijvoorbeeld voor het andere huis ook een eigenwoningforfait heeft van 1.400 euro en 2.000 euro hypotheekrente mag aftrekken, zou uitkomen op een aftrek van 600 euro. In werkelijkheid mag er slechts 200 euro afgetrokken worden, namelijk het verschil tussen de positieve 400 euro van het ene huis en de negatieve 600 euro van het andere huis.

Wie van plan is een ander huis te kopen, kan te maken krijgen met de bijleenregeling. In dat geval is het niet zo gunstig als de hele hypotheek al afgelost is. Bij verkoop van het huis komt namelijk de eigenwoningreserve om de hoek kijken. Dit is de verkoopopbrengst van het oude huis minus de hypotheekschuld. De rente van de nieuwe hypotheek is alleen aftrekbaar voor het deel dat de eigen woningreserve overstijgt. Maar voor mensen die een goedkoper huis kopen maakt de fiscus een uitzondering.

Bij een huis dat voor 220.000 euro verkocht wordt met een hypotheekschuld van 100.000 euro is de eigenwoningreserve - ook wel de overwaarde -120.000 euro. Bij een nieuw huis van 150.000 euro zou er volgens de nieuwe regels slechts 30.000 euro aftrekbaar geleend kunnen worden. Maar mensen mogen in dit geval de hypotheekrente van 100.000 euro aftrekken, dus hoeft de nieuwe lening niet lager te zijn dan de oude.

    • Wilma van Hoeflaken