geld@nrc.nl

Veel vrouwen die voor 1981 zijn gescheiden blijven worstelen met het onrecht dat zij alleen AOW krijgen, terwijl hun ex rustig van zijn pensioen geniet.

Gescheiden voor 1981

In deze rubriek staan geregeld brieven van vrouwen die gescheiden zijn voor 1981. Zij moeten leven van uitsluitend AOW, terwijl de ex rustig van zijn pensioen geniet. Dit is volstrekt in strijd met het huidige rechtsgevoel. De stichting Recht op Recht voor '81 pleit voor een fonds dat naar rato van het aantal huwelijksjaren een aanvulling op de AOW verschaft. Na jarenlang strijden lijkt het erop dat er eindelijk iets gaat gebeuren. Dit jaar wordt de wet Verevening Pensioenrechten bij scheiding ge-evalueerd. Vorige maand heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen waarin staat dat er ook aandacht besteed zal worden aan de vrouwen die voor 1981 gescheiden zijn en die niet voor verevening in aanmerking komen. Er wordt gewerkt aan een regeling die tegemoet komt aan de problemen van deze groep. Uiterlijk 1 juni is er meer bekend.

(C.d.S.A.)

Dat is goed nieuws. Veel van deze vrouwen zijn getrouwd in de jaren vijftig of zestig. In die tijd betekende een huwelijk vaak automatisch ontslag. Zelf pensioen opbouwen was er al helemaal niet bij. Het is krom dat de echtgenoot bij een scheiding zijn pensioen dan helemaal zelf mag houden.

FPU of levensloop?

Eerlijk gezegd stop ik liever vandaag dan morgen met werken. U begrijpt dat ik dan ook gebruik zal maken van alle mogelijkheden die de levensloopregeling biedt. Ik wil daarom mijn FPU-opbouw overhevelen naar de levensloopregeling. Op mijn werk krijg ik hierover tegenstrijdige informatie.

(J.V.)

Wettelijk bestaat inderdaad de mogelijkheid om vroegpensioenopbouw door te sluizen naar de levensloopregeling, maar de wetgever laat dit over aan de pensioenfondsen. In uw geval is nog niet bekend wat de mogelijkheden zijn, want het ABP-bestuur heeft hierover nog geen besluit genomen. Ik neem aan dat alle deelnemers hierover informatie ontvangen zodra dit wel het geval is.

Vreemde effecten

Ben je over het gespaarde bedrag van de levensloopregeling wanneer dit wordt uitgekeerd nog zorgpremie verschuldigd? Dit zou vreemde effecten kunnen opleveren. Stel dat iemand van 54 met een bruto inkomen van 50.000 euro gedurende 8 jaar 12.000 euro wegzet in de levensloopregeling. Van zijn 62e tot zijn 64e laat hij jaarlijks circa 30.000 euro uitbetalen. Hij trekt de 12.000 euro af tegen 42 procent en ontvangt tegen het lage tarief, wat dus een klein belastingvoordeel zou opleveren. Maar als hij over deze 30.000 euro 6,5 procent zorgpremie

verschuldigd is, is er juist sprake van een nadeel. Dit zou onbillijk zijn, maar met lijfrenteuitkeringen - ook een vorm van uitgesteld inkomen - gaat het wel zo, zij het dat mensen over deze uitkering geen 6,5 procent, maar 4,4 procent betalen. Het bizarre is dat er mensen zijn die koopsompolissen hebben gekocht, terwijl hun inkomen onder de ziekenfondsgrens zat. Zij hebben over hun inkomen al ziekenfondspremie betaald, maar straks betalen ze over hetzelfde inkomen ook nog eens zorgpremie. Misschien denkt u dat dit in de praktijk weinig voorkomt, maar dat is niet het geval. Uit mijn eigen aangiftepraktijk ken ik veel schrijnende gevallen. Het gaat vooral om mensen in verzorgende of andere zware beroepen, die voorzagen dat zij niet fulltime konden werken tot hun 65e. En zonder een riant inkomen, namen ze hun eigen verantwoordelijkheid, waar het kabinet nu de mond zo vol van heeft.

(M.V.)

In de levensloopregeling geldt voor de zorgpremie de omkeerregel. Over het bedrag dat opzij gezet wordt, betaalt u geen zorgpremie. Deze premie betaalt u pas als u de uitkeringen uit de levensloopregeling ontvangt. Maar met uw opmerking over de koopsompolissen hebt u wel een punt. Mensen die destijds ziekenfondspremie hebben betaald, betalen straks over hun lijfrenteuitkeringen 4,4 procent zorgpremie. Dit lijkt mij nou typisch zo'n probleem dat wetgevingsambtenaren en waarschijnlijk ook Kamerleden over het hoofd zien. Ik kan mij voorstellen dat de groep mensen die hiervan de dupe is, vrij groot is. Niet alleen de mensen in fysiek zware beroepen, die u noemt. Maar ook veel kleine ondernemers, denk ik. Veel kleine ondernemers zaten tot 1 januari 2006 verplicht in het ziekenfonds. Zij betaalden zowel het werkgevers- als het werknemersdeel van de premie, wat in 2005 neerkwam op 8,2 procent. Ondanks hun vrij lage inkomen, zullen ze vaak lijfrenteverzekeringen afgesloten hebben. Juist ondernemers bouwen op deze manier immers een oudedagsvoorziening op. Reparatie lijkt mij niet onredelijk.

Voor of na 1950? (3)

Sinds 1981 werkte ik bij de overheid en bouwde ik pensioen op bij ABP. Sinds 2003 werk ik bij een bedrijf dat onder de CAO-welzijn valt en ben ik aangesloten bij PGGM. Dit bedrijf heft zichzelf op per 1 april 2006. Ik heb geluk, want op mijn 57e heb ik een nieuwe baan gevonden. Ik ga werken bij een gemeente en kom dus weer bij ABP terecht. Omdat ik niet voldoe aan de eis dat ik tien jaar aaneengesloten pensioen opbouwde bij ABP, verlies ik mijn recht op flexpensioen. Ook voor mij geldt dus de na-1950-regeling. Een geruststelling is wel dat PGGM mijn opgebouwde flexpensioenrechten bewaart als ik niet kies voor waardeoverdracht. Maar ik kan verder niet opbouwen. Mijn vakbond adviseert bezwaar aan te tekenen bij ABP. Ik heb de bond namelijk benaderd omdat zij deel uitmaken van het ABP-bestuur en omdat ik vind dat deze regel niet past in de huidige tijd. Ouderen worden gestimuleerd om te blijven werken, maar deze regel belet de mobiliteit. Stuurt u mijn reactie door naar A.T?

(A.P.)

Wilma van Hoeflaken

Wilma van Hoeflaken behandelt wekelijks pensioenzaken

    • Wilma van Hoeflaken