Er ontstaat een crisis in de democratie

Er is een kloof tussen burger en politiek en tussen burger en rechters, zo concludeerden rechters, politici en academici somber, na een middag palaveren. Wat te doen?

De meeste conclusies waren niet vrolijk. Het Nederlandse staatsbestel verkeert in een crisis (hoogleraar Rechtsfilosofie René Foqué). Tussen media en politiek is een incestueuze relatie ontstaan (Tweede-Kamerlid Wim van de Camp). Of, op een iets aardiger manier gezegd: pers en politiek spelen kluitjesvoetbal, omdat zij in de gunst van het grote publiek proberen te komen (voorzitter Jacob Kohnstamm van het College bescherming persoonsgegevens).

Tweede Kamerleden en vooral heel veel rechters praatten gisteren in de Oude Zaal van de Tweede Kamer over de situatie van de Trias Politica in Nederland. Dit onderscheid tussen wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht - uitgewerkt door de Franse Verlichtingsdenker Montesquieu - geldt nog altijd als de basis van het Nederlandse staatsbestel.

Dát deze Trias Politica onder grote druk staat, betwistte bijna niemand. Het vertrouwen van de bevolking in parlement, regering en rechterlijke macht daalt - en de grenzen tussen de instituties vervagen. Daarmee wordt de scheiding van machten theoretisch en ontstaat er, zoals veel gezegd werd, een crisis in de democratie.

Met deze vaststelling hield de overeenstemming overigens ook op. Want over de vraag waar deze druk op het staatsbestel vandaan komt, verschilden de meningen.

Waar vice-voorzitter Herman Tjeenk Willink van de Raad van State grote gevaren zag in de toenemende neiging van politiek om bedrijfsmatig te werken, vond Tweede-Kamervoorzitter Frans Weisglas dat de onervarenheid van Tweede-Kamerleden een grote rol speelt in het wantrouwen van de burger in politiek.

Nee, zei op zijn beurt Tweede-Kamerlid Dubbelboer (PvdA). Dat is niets vergeleken met de afstand tussen rechter en burger. Reden voor hem om te pleiten voor de invoering van lekenrechters en, als zijn fractie het ook een goed idee vindt, juryrechtspraak.

Hoofdprobleem blijft, betoogde de Leuvense hoogleraar Rechtsfilosofie Foqué, dat de democratie aan alle kanten onder druk staat. Zij heeft geen antwoord op de opkomst van het moslimfundamentalisme, het verdwijnen van sociale verbanden en de 'vermarkting en verambtelijking van het publieke domein'. De gevolgen daarvan merken vooral de rechters, betoogde Foqué. Die worden steeds meer onder druk gezet om met rechtspraak particuliere problemen op te lossen, waardoor er ook steeds meer kritiek op de rechters komt.

Voorzitter A. van Delden van de Raad voor de Rechtspraak ontkende dat er een crisis in de rechtspraak is. Wel was hij kritisch op de, in zijn ogen, toenemende neiging van politici om commentaar te leveren op zaken die nog onder de rechter zijn. 'Een verdachte lijkt al te zijn veroordeeld, nog voordat de zaak behoorlijk is uitgezocht.'

Nee, het is juist de plícht van volksvertegenwoordigers om hun mening te geven op de rechtspraak, vond Kamerlid Eerdmans (LPF). 'Ik moet gevoelens die op straat leven een stem geven, zonder de bedoeling de rechtsgang te beïnvloeden. Maar ik heb evenmin zin om krampachtig kritiek op de rechtsgang te moeten vermijden.'

Eerdmans kreeg steun van de Utrechtse universitair hoofddocent T. Zwart, die een pleidooi hield voor meer openheid in de rechtspraak. 'In de ons omringende landen wordt er precies zo over gedacht. Rechters moeten de indruk vermijden dat ze iets te verbergen hebben.'

Kamerlid Eerdmans ziet een ander probleem: sommige rechters vervullen ook politieke functies, zoals fractievoorzitter in de gemeenteraad, of een tweede functie binnen de rechterlijke macht. Hij zal een amendement indienen om dat te laten verbieden.

Eerdmans' collega Rouvoet (ChristenUnie) zocht de oorzaak van het afnemende vertrouwen in instituties in de eerste plaats bij de politiek zelf. Kabinet en regeringsfracties in de Tweede Kamer gijzelen elkaar in een regeerakkoord, terwijl het volgens de achttiende-eeuwse ideeën toch gescheiden machten zijn. 'Een parlement moet de regering controleren. Aan die taak komt de Kamer minder toe door coalitieafspraken.'

Bovendien laat de volksvertegenwoordiging zich te vaak leiden door populisme en 'gelegenheidswetgeving', betoogde Rouvoet. Toen twee jaar geleden jongerenomroep BNN dreigde te verdwijnen door een te laag ledenaantal, ging de Eerste Kamer akkoord met een spoedwet om deze regel te omzeilen. Rouvoet: 'Een verkeerd gebruik van bevoegdheden.'

Extra complicatie is bovendien de opkomst van de massamedia. Volgens Tweede-Kamerlid Wim van de Camp zijn media en politiek zo verstrengeld geraakt, dat dit 'een bedreiging voor de democratie' vormt. 'Politici durven de pers niet te bekritiseren. Wij krijgen geen aandacht als we het nieuws niet in leuke brokken opdienen.' In plaats van hun tijd te verspillen aan kritiek op rechtszaken zouden politici die kritiek kunnen geven op de media, vond Van de Camp. 'Ik begrijp dat dat moeilijk is. Ik heb na twintig jaar politiek de statuur bereikt dat ik 'nee' kan zeggen, maar er zijn ook backbenchers die die ruggengraat nog niet hebben.'

hoofdartikel pagina 17