Economie gedijt bij onderwijs en vruchtbaarheid

Discussies over het onderwijs in Duitsland gaan alleen maar over kosten, en niet over kansen. Dat is raar, meent het Duitse opinieweekblad Die Zeit, want de welvaart van morgen staat of valt met de kwaliteit van het onderwijs nu. De Duitse overheid geeft ruim 100 miljard euro uit aan onderwijs. Toch blijven de schoolprestaties ver achter bij de top drie, Finland, Korea en Nederland. Dat blijkt uit een bekend internationaal onderzoek, Program for International Student Assessment, PISA, waarin de schoolprestaties worden afgezet tegen factoren als het werkloosheidspercentage, onderwijsuitgaven en lerarensalarissen.

En dat terwijl het verband tussen onderwijs en welvaart toch overduidelijk is. Uit onderzoek van de afdeling research van de Deutsche Bank blijkt bijvoorbeeld, schrijft het blad, dat 'de middelmatigheid van de Duitse scholen er mede verantwoordelijk voor is dat de economische groei in Duitsland sinds de jaren zeventig steeds zwakker werd'. Onderzoek van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, OESO, leert hoe belangrijk alleen al een vaardigheid als lezen is voor de economie: 'Een land dat met de leesvaardigheid van zijn kinderen maar één procent beter presteert dan het gemiddelde haalt een 2,5 procent hogere arbeidsproductiviteit.'

Er is veel te verbeteren, te beginnen in het kleuteronderwijs. Het blad is het eens met adviesbureau McKinsey dat 'alle ouders, zowel de sociaal zwakkere als de sterkere, verplicht moeten worden hun kinderen gratis kleuteronderwijs te laten volgen'.

Dat kost volgens McKinsey 2,1 miljard euro aan nieuwe accommodaties en nog eens 2,6 miljard voor meer en betere onderwijzers. Dat is duur, erkent het blad, maar het is echt niet veel als je bedenkt dat de steenkolensubsidies alleen al in 2005 2,1 miljard euro bedroegen.

Het rekensommetje van McKinsey staat eveneens centraal in het Duitse zakenweekblad Wirtschaftswoche. In het omslagverhaal is het blad het roerend eens met Die Zeit, zijn politieke tegenvoeter. In Duitsland werkt 66 procent van de vrouwen, minder dan in de VS en in Nederland waar 69,2 procent van de vrouwen werkt, en veel minder dan in Zweden waar maar liefst 76,6 procent van de vrouwen deel uit maakt van de arbeidsmarkt. Die achterstand is volgens het blad 'een bedreiging van onze economische groei'.

Dat moet dus anders. Zo heeft de minister van gezinszaken, Ursula von der Leyen, moeder van zeven kinderen, laten uitrekenen dat een betere integratie van gezin en beroep het bruto binnenlands product in de periode van 2006 tot 2020 met 248 miljard euro zou verhogen. Daarnaast zou de productiviteit van de gemiddelde werknemer 1,6 procent stijgen, zouden er 221.00 nieuwe banen ontstaan en zouden de uitgaven aan werkloosheidsuitkeringen 54 miljard euro dalen.

Geen wonder dus dat ook het bedrijfsleven het thema gezin en beroep heeft ontdekt. Volgens het blad zijn er steeds meer bedrijven die hun eigen kinderopvangcentra inrichten, vaak op initiatief van managers die zelf kinderen hebben. Het wordt hoog tijd dat de overheid het advies van McKinsey ter harte neemt en fors investeert in kinderopvang en kleuteronderwijs, concludeert het blad.

Is het nu de overheid of het bedrijfsleven die op maatschappelijk terrein het voortouw moet nemen? Zelfs voor het Britse weekblad The Economist, erkend kampioen van de vrije markt is het geen uitgemaakte zaak dat de vrije markt alleen zaligmakend is, zeker niet in de gezondheidszorg. In een special over het Amerikaanse gezondheidszorgsysteem constateert het blad dat 'elk land een ongemakkelijk compromis hanteert tussen het stimuleren van de marktwerking en het gebruik van overheidsgeld'.

Het blad meent overigens dat het huidige Amerikaanse systeem op instorten staat, omdat de kosten uit de hand lopen. Dat komt doordat het percentage werkgevers dat de ziekteverzekering voor hun werknemers betaalt, is gedaald van 70 procent eind jaren zeventig tot 60 procent nu. Tegelijkertijd groeien de kosten voor de publieke gezondheidszorg, onder andere als gevolg van de vergrijzing, zodat de overheid nu al 45 procent betaalt van alle kosten in de Amerikaanse gezondheidszorg.

Dat wordt alleen maar erger, voorspelt het blad. Als er niks gebeurt zullen die kosten tot 2020 verdubbelen. Daar komt bij dat 46 miljoen Amerikanen helemaal niet verzekerd zijn. De maatregelen die de regering Bush onlangs heeft voorgesteld versterken de huidige trends, meent het blad en zullen de ineenstorting van het systeem alleen maar bespoedigen.

Zelfs als rijke particulieren geld willen geven aan publieke voorzieningen als universiteiten is dat lang niet altijd welkom, zo waarschuwt het Amerikaanse financiële maandblad Worth. Het instellen en subsidiëren van een leerstoel is volgens het blad te vergelijken met het aangaan van een huwelijk. De verkeringstijd moet je gebruiken om na te gaan waarom een universiteit een bepaalde leerstoel zou willen. Doe je dat niet, dan kan het gebeuren dat je je geld ongebruikt terug krijgt. Want universiteiten zullen nooit donaties aannemen, aldus de moraal van het verhaal, waar een luchtje aan zit. Niemand wil een leerstoel business ethiek, aldus het blad, die de naam draagt van Kenneth Lay, de topman van Enron die volgende week voor de rechtbank moet verschijnen op verdenking van fraude.

Herman Frijlink

    • Herman Frijlink