Drankpegel

Koud was het in Oost-Europa, de afgelopen weken. Ontzettend koud. In Moskou en Vilnius was het wel min dertig graden, de Russen en Litouwers wisten niet wat ze overkwam. De verwarming viel uit en links en rechts lieten zij het leven. De kou had ze totaal overvallen.

A crack is seen in the ice recovering the Ammersee lake near Stegen, southern Germany, 26 January 2006, where temperatures remain below zero degrees celsius. AFP PHOTO DDP/JOHANNES SIMON GERMANY OUT AFP

Vreemd is dat, want wij hier aan de oevers van de Noordzee weten niet beter of het is 's winters altijd snerpend koud in Moskou of Vilnius. Je spuugt er op de grond en het speeksel klettert als ijs op de keien. Maar de eerste de beste meteorologische statistiek wijst uit dat het bijvoorbeeld in Vilnius 's winters helemaal niet zo koud is. In Vilnius wordt al sinds 1777 zonder noemenswaardige onderbreking de buitentemperatuur bijgehouden en die lag tussen 1961 en 1990 in januari (de koudste maand) gemiddeld rond de min zes graden Celsius. Voor november is de waarde plus één.

Waarom denken wij toch dat het tussen Polen en Oeral 's winters zo ontzettend koud is? Het kan bijna niet anders of dat is een herinnering uit 1812 die wèl bewaard is gebleven. In de zomer van 1812 hoopte Napoleon met een reuzenleger tsaar Alexander bij Vilnius te verslaan. De benauwde Russen ontweken het gevecht en lokten de Fransen al doende, maar onbedoeld, Rusland binnen. Eerst was het heet, toen was het nat en op de terugtocht uit het afgebrande Moskou viel de Russische winter in. Toen werd het net zo koud als in de afgelopen weken. Op 6 november sloeg het weer om, op 14 november was het al min 21 en op 7 december, vlak voor Vilnius, was het min 30 graden. Réaumur wel te verstaan, in Celsius is het nog eens 1,25 keer zo erg.

Min dertig graden Réaumur, je komt dat precieze getal voor die speciale dag bij diverse auteurs tegen. Onder meer in het verslag over de veldtocht van Charles Joseph Minard, Inspecteur Général des Pont et Chaussées. Ook Adam Zamoyski noteert het in zijn recente '1812: Napoleon's fatal march on Moscow'. Op 7 december kwam aan het schrijven van dagboeken en brieven een eind want de inkt was in de inktpotten bevroren.

Toen pas. De vraag is natuurlijk hoe betrouwbaar de temperatuurmeting was. Hoeveel militairen lopen op een veldtocht naar Moskou met een thermometer op zak? Het was er precies één, meende de Amerikaan dr. Achilles Rose die een medisch-historische analyse van de tocht maakte die op internet staat. Het was er één: niemand minder dan de vermaarde chef-legerchirurg Dominique-Jean Larrey, vertrouweling van Napoleon. Hij had een thermometer bevestigd op zijn jas.

Het klinkt niet onaannemelijk, want Larrey was een academisch geschoold man met een academische belangstelling. Na behouden terugkeer in Frankrijk schreef hij een vierdelig werk over de inwerking van kou op de gezondheid en weerbaarheid van soldaten. Kale mannen zonder bontmuts hadden het niet lang uitgehouden op de lange mars, noteerde hij. En het eten van sneeuw of ijs om de dorst te lessen moest worden afgeraden, beter was het koffie of wijn te drinken.

Wijn! Alsof die niet allang bevroren moest zijn. Wel de inkt, niet de wijn? De buitenstaander krijgt de indruk dat er wat schortte aan de metingen van Larrey en vraagt zich af of hij de kou niet wat te zwaar heeft aangezet. Zelfs op Nova-Zembla is een wintertemperatuur van min veertig graden Celsius een zeldzaamheid. Daar valt trouwens aan toe te voegen dat de reisgenoten van Barentsz en Van Heemskerck al in de eerste week van oktober 1596 vaststelden dat de meeste vaten bier aan boord van hun vastgelopen schip waren kapotgevroren. Toen was de ergste kou nog vèr weg.

Zat Larrey ernaast? Wat voor thermometer gebruikte hij eigenlijk, een ouderwetse alcohol-meter of een modernere kwik-thermometer van het soort dat toen meestal bij -35 °C vastliep? Bij welke temperaturen bevriezen galnoteninkt, bier en wijn? Volop ruimte voor experimenteel archeologisch onderzoek is hier weer. Wat betreft bier en wijn hoeft er niet eens veel werk verzet te worden want het vriespunt van alcohol-water mengsels is al lang geleden tot achter de komma bepaald. Bier, alcoholgehalte 5 volumeprocent, bevriest bij ongeveer -5°C, wijn (12 volumeprocent) bij zo'n -8°C. Tabellen te over.

Is dat niet louter theorie, vraagt de lezer. Helemaal niet of in ieder geval: niet helemaal. In het AW-laboratorium is geregeld vastgesteld dat een fles Olifant-jenever die wegens plaatsgebrek elders in de diepvriesla van de koelkast werd opgeborgen al na korte tijd een begin van ijsvorming vertoonde. Veel aandacht trok het nooit, soms bleef er wat verbazing hangen over de waarneming dat het bevriezen nooit dóórzette. Er vormde zich nooit meer ijs dan een soort drijvende ijspegel die misschien 5 procent van het flesvolume innam.

Gisteren drong opeens het besef door dat dit ook logisch is. Wat daar bevriest in een fles jenever waarin ijsvorming optreedt is, mag je aannemen, zuiver water. De alcohol past niet in het kristalrooster. Maar dat betekent dat tijdens het bevriezen het alcoholgehalte van de jenever stijgt. Voor een acohol-water mengsel met 35 volumeprocent alcohol wordt een vriespunt van ongeveer -21°C opgegeven (VDI Warmeatlas). Zo koud kan het in een diepvriesla inderdaad worden, al is -15°C gebruikelijker. Makkelijk rekent men uit dat het alcoholgehalte van jenever al tot 40 volumeprocent is opgelopen als er een ijspegel drijft die 12 procent van het oorspronkelijke volume vult. Maar dat mengsel bevriest pas bij - 25,5°C. Al bevriezend verlaagt de jenever zijn eigen vriespunt, er kàn nooit meer dan een klein beetje ijs ontstaan. Het volume van de ijspegel in een fles jenever is dus in principe een maat voor de temperatuur. Andere conclusie: de kleine man heeft een heel doeltreffend middel in handen om het alcohol-gehalte van zijn sterke drank op te voeren, bij voorbeeld met het oog op een lichtgewicht survivalvakantie. Niet destilleren maar uitvriezen.

    • Karel Knip