Depressieve mensen hebben vaak kaakbotziekten

Depressieve mensen hebben vaak ook tandvlees- en kaakbotaandoeningen. Dat blijkt uit werk van Weense onderzoekers (Journal of Clinical Periodontology, dec 2005). Zij vergeleken een groep van 40 patiënten met tandvlees- en kaakbotziekten (parodontale afwijkingen) met een vergelijkbare groep van 40 andere mensen die niet aan deze gebitsafwijking leed. Of iemand een depressie had werd bepaald met vragenlijst en door een score van een psychiater. Daarnaast vulden alle proefpersonen vragenlijsten die een score opleveren op het vlak van slaapstoornissen, ervaren kwaliteit van leven en persoonlijkheidsvariabelen. De onderzoekers concludeerden dat de groep mensen met ernstige gebitsaandoeningen significant vaker depressief was. Voorts bleek dat deze groep aangaf meer angsten en slaapstoornissen te hebben, meer gezondheidsklachten had en ook op de kwaliteit van het leven minder hoog scoorde dan de controlegroep. Deze resultaten bleven bestaan wanneer men bekende risicofactoren voor het krijgen van gebitsafwijkingen, zoals roken, leeftijd en de hoeveelheid tandplaque, in aanmerking nam.

De Weense onderzoeksgegevens ondersteunen het idee dat verhoogde bloed- en speekselwaarden van bepaalde hormonen zoals cortisol die bij depressie ontstaan een verwoestend effect op de mond kunnen hebben. Deze stoffen hebben een negatief effect op de afweerstoffen die gebit en kaak beschermen. Maar de onderzoekers constateren ook dat depressieve stemmingen waarschijnlijk leiden tot verwaarlozing van de mondhygiëne en tot ontrouw tandartsbezoek, en als zodanig tot een grotere kans op het hebben van de parodontale afwijking. Zij vragen zich af wat nu eigenlijk het echte verband is tussen depressie en gebitsziekte.

M.A.J. Eijkman

    • M.A.J. Eijkman