Cultheld kan niet meer bij het stoplicht wachten

Marcos Baghdatis (20) is de revelatie van de Australian Open. De tennisser uit Cyprus staat morgen voor de eerste keer in zijn carrière in de finale van een grandslamtoernooi.

Marcos Baghdatis of Cyprus celebrates winning a point during his match against David Nalbandian of Argentina at the Australian Open tennis tournament in Melbourne January 26, 2006. REUTERS/David Gray REUTERS

Opnieuw kleurde de Rod Laver Arena donderdag blauw en wit, en opnieuw stapte Marcos Baghdatis als de verrassende winnaar van de baan, luidkeels aangemoedigd door het Griek-Cypriotische supporterslegioen op de tribunes. Dankzij een heroïsche overwinning (3-6, 5-7, 6-3, 6-4 en 6-4) op David Nalbandian staat de kleurrijke en ongeplaatste tennisser uit Limassol morgen voor de eerste keer in zijn carrière in de finale van een grandslamtoernooi.

Australië volgt het sprookje van de nummer 54 van de wereld met stijgende verbazing. Anderhalve week geleden, in zijn tweede-rondeduel tegen de TsjechRadek Stepanek, leek de twintigjarige balkunstenaar op sterven na dood. Maar zijn als voetbalfans uitgedoste supporters weigerden te capituleren, ondanks de moordende hitte, en 'droegen' hun held over de streep.

Sindsdien verkeert Baghdatis in wat topsporters 'the zone' noemen: een bedwelmende overwinningsroes waaruit hij maar niet kan en wil ontwaken, met als gevolg dat hij nagenoeg onklopbaar (b)lijkt. 'Ongelooflijk', stamelde hij donderdag na zijn - in de slotfase door de regen onderbroken - zege op de als vierde geplaatste Argentijn. 'Het is alsof ik droom.'

Andy Roddick vuurde zondag de ene na de andere kanonskogel op hem af, maar het wapengekletter van de Amerikaanse hardserveerder bracht Baghdatis geenszins in verlegenheid. Hij bokste de ballen terug alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Hetzelfde gebeurde twee dagen later, toen de Kroaat Ivan Ljubicic langzaam maar zeker het gevoel bekroop dat hij tegenover een muur stond.

Baghdatis is in anderhalve week uitgegroeid tot een cultheld in Melbourne. Waar hij gaat of staat, daar ontstaan opstoppingen. 'Ik kan niet alleen meer bij het stoplicht wachten', verzuchtte hij dinsdag. Een dag eerder streek hij, geflankeerd door zijn helblonde vriendin op wie de tabloids de jacht hebben geopend, neer in een pretpark. Een ritje in de achtbaan had hem naar eigen zeggen misselijk gemaakt, maar de symboliek ontging niemand: Baghdatis is de chauffeur van zijn eigen emotionele rollercoaster. Donderdag kwam de verbouwereerde Nalbandian onder zijn wielen.

Hij vertolkt de rol die Martin Verkerk drie jaar geleden en Gustavo Kuerten negen jaar geleden opeiste op het gravel van Roland Garros. Vrijwel niemand had ooit gehoord van de ranke Braziliaan, maar op zijn weg naar de finale vloerde hij met zijn swingende backhand de ene na de andere voormalige kampioen. Het jongensboekachtige optreden bracht de samba naar Parijs, waar Kuerten in totaal driemaal de titel veroverde.

Net als zijn Latijnse geestverwant beschikt de ogenschijnlijk immer opgewekte Baghdatis over een nagenoeg compleet slagenarsenaal. Hij speelt op intuïtie, en loopt over van zelfvertrouwen, want: 'Mijn coach gelooft in mij, mijn familie gelooft in mij, en dus geloof ik in mijzelf', luidde zijn even rake als simpele verklaring voor zijn opmerkelijke opmars Down Under.

Aandoenlijk waren de voorbije dagen sowieso zijn antwoorden. Baghdatis vertoont ook buiten de baan alle kenmerken van een entertainer pur sang. Gevraagd naar het verloop van zijn carrière tot dusver antwoordde hij: 'Toen ik veertien was, ging ik naar Parijs om kampioen te worden. That's it.' Alsof hij zeggen wilde: ik kan het ook niet helpen dat het allemaal zo gelopen is.

Christos Baghdatis gooide zijn zoon al op jonge leeftijd in het diepe door hem aan te melden bij de befaamde Mouratoglou Tennis Academy in Parijs. 'Het was niet eenvoudig om me daar als veertienjarige staande te houden, terwijl ik de taal niet sprak', herinnerde junior aan zijn Franse periode. 'Ik was eenzaam en sprak de taal niet, maar ik ben goed opgevangen en heb daar heel veel geleerd. Ik ben vroeg zelfstandig geworden.'

Vorig jaar al deed Baghdatis van zich spreken op Melbourne Park, toen de voormalige nummer één bij de junioren (2003) als qualifier doordrong tot het hoofdtoernooi en uiteindelijk pas strandde in de vierde ronde door toedoen van 's werelds nummer één, die morgen opnieuw tegenover hem staat: Roger Federer. Dat wapenfeit leverde hem in eigen land de uitverkiezing op van zowel de Sportman als de Man van het Jaar. Het eerste grandslamtoernooi van het jaar beschouwt hij sindsdien dan ook als het zijne. Al was het maar omdat hij maar liefst negen ooms en 21 neven, allen van Libanese afkomst, heeft die in Australië wonen. Melbourne is na Athene bovendien de stad met de meeste Griekse inwoners.

Ook in eigen land is de gekte inmiddels compleet. Donderdag lag het openbare leven plat op het vakantie-eiland. 'Mensen dansen en zwemmen in de fonteinen', zo had Baghdatis vernomen. En dat in een door politieke tegenstellingen verscheurd land, met een Turks (noord) en Grieks (zuid) deel, dat slechts 54 banen en 5.650 geregistreerde tennisspelers telt, verspreid over twaalf clubs.

Maar het is vooralsnog niet louter jubel op Cyprus. Baghdatis senior vreest dat het geduld van de autoriteiten op is en zijn zoon, na een paar keer uitstel te hebben gekregen, alsnog oproepen wordt voor de verplichte militaire dienstplicht (26 maanden). Het zou de carrière van junior, in Melbourne definitief ontstoken, ernstig vertragen.