Broeierig

Een nieuwe cd van Neil Diamond zou normaal gesproken de moeite van het signaleren amper waard zijn. Want wat moet je met zo'n man, die in de jaren zeventig nog wel vlotte hits scoorde en vervolgens verzonk in een zee vol kitsch en vergetelheid? Topproducer Rick Rubin nam de uitdaging aan en kijk, dan gaan we de oren spitsen. Want diezelfde Rubin zette immers ook Johnny Cash weer op het goede spoor met zijn tot op het bot versoberde, intense productie van diens American Recordings.

NO MORE KITSCH: Neil Diamond maakt op zijn oude dag introverte, droevige liedjes Foto AP Neil Diamond performs at Kemper Arena in Kansas City, Mo., Tuesday, Dec.13, 2005. (AP Photo/The Kansas City Star, Chris Oberholtz) ** NO MAGS NO SALES ** Associated Press

De overeenkomsten tussen die plaat en 12 Songs liggen er dus dik bovenop, maar de verschillen ook. Want countryrebel Johnny Cash had al een geloofwaardige reputatie, zodat de donkere kanten die Rubin blootlegde niet eens echt als een verrassing kwamen. Dat ligt bij Diamond, zoals we zagen, net even anders, waarmee deze plaat toch weer nieuw licht laat schijnen op zijn talent. Ook al omdat Rubin hem flink aan het schrijven heeft gezet: nog een groot verschil met de plaat van Cash die vooral covers bevatte (toevallig, of niet, was het bijna-titelnummer van diens American III: 'Solitary Man' van Diamonds hand).

Want hoewel Diamonds platen van de laatste kwart eeuw nogal gemakzuchtig dreven op andermans werk, is hij van oorsprong immers een songschrijver, die in de jaren zestig op bestelling leverde en die lui als Cliff Richard, Lulu, Bobby Womack, UB 40, The Monkees ('I'm A Believer', jawel) en zowaar hardrockgroep Deep Purple aan vette hits hielp. In de handen van Rubin heeft dit songschrijverschap een diepe, persoonlijke en introspectieve draai gekregen, hetgeen in de productie prachtig weerspiegeld wordt.

Rubin koos, en dat is dan weer geen verrassing, voor een akoestische, sterk uitgebeende aanpak. Zelfs als er een orkest aan te pas komt, voegt dat zich bescheiden onder Diamonds lichtelijk gebronsd en eigenlijk ook wel wat gebutst klinkende stem. Beschaafd aangeslagen akoestische gitaren en een voorzichtig zoemend orgel (van Billy Preston) dwarrelen eromheen, discreet en geprononceerd tegelijk. Zodat de nadruk ligt op die fraaie, broeierige liedjes die zo'n versoberde verpakking heel goed verdragen.

Het is niet allemaal naar binnen gekeerde droevigheid: 'We' is een luchtig liedje met jazzy huppel-kwaliteiten, hetgeen het voorafgaande weer enigszins relativeert.

JACOB HAAGSMA

Neil Diamond 12 Songs (Columbia, distr. Sony BMG)****