Angola's levenslijn ligt in duizend stukken

Voordat in 1975 in Angola een burgeroorlog uitbrak, verbond de Benguela-spoorbaan een half continent. Volgende week, vier jaar na het einde van de oorlog, begint de restauratie. Reis langs een spoor van verhalen.

In hotel Terminus in Lobito herinnert een foto van de spoorbaan aan de Portugees-koloniale tijd.

Langs dit spoor begon de burgeroorlog van Angola. Niet ver van dit spoor eindigde die ook. Met dit spoor bouwden de Portugese kolonisten hun imperium. En over dit spoor vertrokken ze ook weer. 'Dit spoor is onze geschiedenis', zoals Christiano d'Almeira zegt, de veteraan onder de machinisten die altijd goedlachs is, ondanks zijn treurige verleden.

Hij volgt het spoor van Benguela nu ruim veertig jaar. Tegen de tijd dat Angola in 1975 onafhankelijk werd, had hij tientallen aanslagen op zijn treinen overleefd. De vrijheidsstrijders van de MPLA, de latere regering, en de rebellen van Unita waren toen al in gevecht om de levenslijn van Angola.

Toen de strijd in het zuiden van het land te fel werd, vroeg Almeira zijn vrouw en twee dochters veiligheid te zoeken in de hoofdstad Luanda, 700 kilometer noordwaarts. 'Die zomer zouden ze terugkomen voor een korte vakantie', vertelt hij in zijn kantoor. 'Ik hoorde het nieuws toen ik nog onderweg was vanuit het oosten. Een mortieraanval bij Huambo had de trein met mijn vrouw en kinderen erin van het spoor geblazen. Ik ben zo snel als ik kon gekomen. Maar niet snel genoeg. Ik heb hun lichamen nooit teruggevonden.'

Ongeveer een eeuw geleden aangelegd, verbonden de 1344 kilometer lange treinrails van Benguela niet alleen de kust met het oosten van het land. Ze verbonden een half continent. Als ze nog intact waren, zou je via de kopermijnen in Zambia en Congo tot Mombasa in Kenia kunnen reizen.

Dertig jaar oorlog heeft de spoorweg van Benguela in duizend stukken gebroken. De 23 spoorbruggen zijn opgeblazen, de rails omgeven door mijnenvelden, de bielzen vermolmd of opgestookt. Volgende week, precies vier jaar na het einde van de oorlog, moet het herstel van dat spoor beginnen. President José dos Santos noemt de restauratie onderdeel van 'een masterplan' dat nieuw leven moet pompen in zijn verschraalde land. Een Chinese investeerder heeft beloofd de klus van 300 miljoen dollar te klaren. Vóór augustus 2007. Zo lang kunnen Angolezen niet wachten. De vier miljoen ontheemden van deze oorlog die naar huis willen, hebben nog geen vervoer.

Hoe lang duurt reizen in na-oorlogs Angola? Hoe lang ben je bezig om van beginstation Lobito aan de kust bijvoorbeeld in Huambo te komen, de eerste grote stad op het traject, zo'n 300 kilometer oostwaarts?

De reis begint met navraag bij het chauffeurscafé, met uitzicht op de haven en de oude koloniale stad. 'De weg is stukken veiliger nu', zegt trucker Antonio João Cassingo. 'We worden niet langer onder vuur genomen door Unita.' Nee, niet door Unita. Maar wel door rovers. In de afgelopen drie maanden werden twee konvooien overvallen. 'Zwaar bewapende en goed getrainde jongens', grinnikt Cassingo, gebogen over een lekke band. 'Het waren ex-soldaten van het Angolese leger, of Unita. Niemand weet het zeker.'

De truckers rijden niet naar Huambo vandaag. Morgen ook niet. Drie dagen per week rijdt er wel een boemeltreintje naar Cubal, halverwege de weg naar Huambo. De Angolese spoorwegen repareerden vorig jaar de eerste 150 kilometer rails. Hoe je daarna verder komt, kan niemand hier vertellen.

De trein die om zes uur in de ochtend Lobito binnenrijdt, zit al vol voor hij stilstaat. Een dampende meute knokt om de beste plaatsen bij het raam. Teiltjes met bananen, maniok, maïs en shampoo waggelen langs de raampjes op onzichtbare hoofden voorbij. De gerestaureerde treinrails zullen de transportkosten voor boeren twee tot drie keer goedkoper maken, heeft de spoorwegmaatschappij een dag eerder verteld. 'Voor Lobito is de maïs uit Huambo nu duurder dan de import uit Zuid-Afrika', zegt een woordvoerder. Dertig jaar lang is er niets aan de Angolese wegen gedaan. Te zien aan de bagagerekken vol graanzakken is de concurrentieslag met de importeurs al begonnen.

Een verhaal voor elk station. Op station Négrão vertelt de oude dame over de Portugezen, die hier hun slaven verzamelden voor doorvoer naar Brazilië. Nu staan er groene legertenten voor de Chinese spoorwerkers. Op station Catenque vertelt Hernani Abel, met een snor als Don Quijote, over de dag in 1982 waarop hij in de trein zat die Unita onder vuur nam. 'Ze vielen aan vanuit de heuvels', wijst hij. Aan de voet van de heuvel liggen verroeste treinkarkassen op hun kant. 1.700 aanvallen met explosieven, 584 ontsporingen, 1.120 vernielde wagons en locomotieven. Dat is het verhaal van de Benguela-spoorweg.

Kinderstemmen waaien naar binnen. Na zes uur rijden is daar Cubal, voorlopig eindstation. De menigte die wacht op het perron is groter en sterker dan de massa die uit de trein moet. Tassen en passagiers verlaten de trein via het raam. Cubal is gehavend, muren vol kogelgaten en huizen zonder daken. In het centrum staan zes pas geschilderde lantaarnpalen. 'Een typisch Angolese manier van problemen oplossen' noemt Justin Pearce dat in zijn juist verschenen boek An Outbreak of Peace. 'Maak je druk om details, de structurele oplossing kan nog wel een dagje wachten.'

De weg naar Ganda bestaat niet, er zijn alleen dunne strookjes asfalt en vervaarlijk diepe greppels. Vijftig kilometer met een schildersbusje duurt zo tweeënhalf uur. Tot in Ganda, waar de vrachtwagen naar het volgende dorp al vertrokken blijkt. Dan maar achterop de scooter. De chauffeur belooft de vrachtwagen naar Ganda in te halen. Dat blijkt eenvoudig, want de truck staat een kilometer verderop met een afgebroken voorwiel langs de berm. Vijftig passagiers wachten in de brandende zon.

Babaera, Quingenge, Cuma. Zonder het Benguela-spoor hadden deze stippen op de kaart nooit bestaan. Hier volgen we het spoor niet. Het spoor volgt ons. Kilometers lang zijn de houten dwarsliggers die het roestig ijzer bij elkaar houden onzichtbaar. Dan duikt het ineens weer op uit zijn sluipgang van manshoog gras, maïskolven en bananenbomen. Een Italiaans bedrijf beloofde in 1997 de rails te repareren, in ruil voor exploitatie van de eucalyptusbomen. De deal ketste af en nu zaagt een parlementslid hier bomen.

Van vier uur zitten achterop een scooter worden de benen en de rug stram. Als de avond valt, komen de malariamuggen, die zich door de neusgaten naar binnen wurmen, tot je ze proeft. Dus als de chauffeur na acht uur 's avonds in het volgende gehucht, 100 kilometer voor Huambo, aankomt, wil hij niet verder. Niet nu het zo laat is en regent. Hier wil alleen de trucker naar Huambo. Hij heeft zijn vrachtwagen volgeladen met passagiers en kippen. Maar voor hij gaat wil hij een uurtje met zijn vaste prostituee, die zolang heeft gewacht. Als hij na tweeënhalf uur buiten staat, bedenkt hij zich. 'Ik denk dat ik morgen naar Huambo ga.'

De taxichauffeur die dronken in de bar zit, wil na middernacht nog wel rijden langs het laatste deel van de spoorweg naar Huambo. Daarvoor vraagt hij 75 dollar, de prijs voor een vliegticket van Lobito naar Huambo. Huambo, de in de jaren negentig belegerde en gebombardeerde stad, het Dresden van Angola, voelt tegen die tijd als het paradijs. Lobito is een ander land.

    • Bram Vermeulen