Altijd tuk op terugkeer

Nobelprijswinnaar Peter Debye was ten opzichte van de nazi's een schaamteloze opportunist.

Dirk van Delft

Peter Debye in zijn laboratorium in Berlijn, november 1936. FOTO AP Dr. Peter Jospeh Debye, professor of physics in the University of Berlin, is shown on Nov. 20, 1936. Debye is winner of this year's Nobel Prize in chemistry for his research in the field of molecular structures. (AP Photo) Associated Press

De Nederlandse Nobelprijswinnaar Peter Debye (Scheikunde, 1936) sympathiseerde sterker met de nazi's dan altijd is aangenomen. Dat blijkt uit het deze week verschenen boek Einstein in Nederland van wetenschapshistoricus Sybe Rispens. Rispens stuitte in een Berlijns archief op een brief van 9 december 1938 waarin Debye als voorzitter van de Deutsche Physikalische Gesellschaft alle niet-arische leden verzoekt uit te treden - eindigend met 'Heil Hitler!'. Debye, zo valt uit de door Rispens opgevoerde documenten af te leiden, was niet de politieke naïeveling die Duitsland in januari 1940 alsnog de rug toekeerde. Eerder was hij een opportunist die in juni 1941 vanuit Amerika een telegram naar Berlijn stuurde met de boodschap dat hij 'te allen tijde' bereid was de leiding van het Kaiser Wilhelm Institut für Physik weer op zich te willen nemen.

Peter 'Pie' Debye, in 1884 geboren in Maastricht, studeerde aan de Technische Hogeschool van Aken. Hij promoveerde in 1908 in München, waar hij assistent was van de theoretisch fysicus Arnold Sommergeld. In 1911 werd Debye hoogleraar in Utrecht, onder andere dankzij een aanbeveling van Einstein, maar uit onvrede met de hem geboden laboratoriumfaciliteiten vertrok hij binnen twee jaar naar Göttingen. In Duitsland verrichtte Debye baanbrekend röntgenonderzoek naar de elektronenverdeling in moleculen, in 1936 bekroond met de Nobelprijs voor de chemie.

Op dat moment was Debye een jaar directeur van het Kaiser Wilhelm Instituut in Berlijn, als opvolger van Albert Einstein. Toen die in 1933 Nazi-Duitsland vol afschuw de rug toekeerde en de post aan Debye werd aangeboden, zei deze direct ja. Omdat Debye vreesde als Duitser een zeker schijnende Nobelprijs mis te lopen, hield hij vast aan zijn Nederlanderschap. Als directeur ontvouwde Debye grootse plannen, maar tot zijn verdriet bemoeiden de nazi-machthebbers zich meer met het wetenschappelijk bedrijf dan hem lief was.

Een nazi was Debye niet. Zo hielp hij juli 1938 zijn joodse medewerkster Lise Meitner, die na de Anschluss van Oosternrijk acuut gevaar liep, Duitsland te ontvluchten. Een paar maanden later zette hij in opdracht joden en andere niet-ariërs buiten de Physikalische Gesellschaft - kennelijk zonder veel overtuiging want nazi-machthebbers gaven Debye te verstaan dat hij 'het benodigde politieke begrip' miste.

Na het uitbreken van de oorlog, september 1939, komt Debyes instituut onder direct militair gezag. De nazi's eisen dat de directeur alsnog de Duitse nationaliteit aanneemt, anders moet hij een half jaar met verlof. In het besef dat 'gewoon' onderzoek in Berlijn voorlopig niet aan de orde is, stapt Debye januari 1940 op de boot naar Amerika. Maar hij laat alle opties op terugkeer open - vrouw en dochter blijven achter in de Berlijnse dienstwoning. In Ithaca (New York) begint Debye aan een gastdocentschap aan Cornell University.

brief

Wanneer Einstein, die in 1933 onderdak heeft gevonden bij het Institute for Advanced Study in Princeton, van Debyes komst naar de Verenigde Staten hoort, doet hij iets wat hij nooit eerder heeft gedaan: hij schrijft collega's een brief waarin hij ze op de hoogte stelt van Debyes contacten met het nazi-regime en zegt uit betrouwbare bron te hebben vernomen dat die contacten voortduren. Debye, in zijn wiek geschoten, antwoordt naar waarheid dat hij geweigerd heeft de Duitse nationaliteit aan te nemen. Maar hij voegt er twee leugens aan toe. Ten eerste dat hij vanwege zijn vasthouden aan het Nederlanderschap zijn positie als directeur van het Kaiser Wilhelm Instituut heeft moeten neerleggen. En ten tweede dat hij geen enkel contact met Duitse kringen onderhoudt. Dat is niet waar, want Debyes betaalde verlof wordt steeds verlengd en 23 juni 1941 verstuurt hij het bovenvermelde telegram waarin hij aangeeft zijn directeurspost in Berlijn weer te willen bekleden. Tot het eind van de oorlog wacht Debye tevergeefs op antwoord, waarna hij besluit in Amerika te blijven. Hij zou Cornell tot zijn dood in 1966 trouw blijven, sinds 1946 als Amerikaans staatsburger.

De episode over Debye is het opvallendste element uit Einstein in Nederland. Andere hoofdstukken gaan over Einsteins contacten met de theoretisch fysici H.A. Lorentz en Paul Ehrenfest, en met de astronoom Willem de Sitter, allen hoogleraar in Leiden. Uit wetenschapshistorisch oogpunt bieden ze minder verrassingen. Maar het is de verdienste van Rispens dat hij Einsteins Nederlandse connecties vanuit intellectueel perspectief benadert en daarbij zorgvuldig omspringt met het rijke bronnenmateriaal. Daartoe behoren de uitvoerige briefwisselingen die Einstein in de periode 1909-1927 met Lorentz en Ehrenfest onderhield. Resultaat: een fraai kijkje in de keuken van de wetenschap, en een toegankelijk en zeer leesbaar boek.

Intussen hebben Rispens' onthullingen over Debye de universiteiten van Maastricht (Peter Debye Prijs) en Utrecht (Debye-instituut) in verlegenheid gebracht. Alvorens maatregelen te treffen, zo deelden de universiteiten donderdag mee, is het NIOD gevraagd de belastende informatie op betrouwbaarheid te toetsen.

Sybe Rispens, 'Einstein in Nederland. Een intellectuele biografie'. Geïll., 243 blz., Ambo. ISBN 90 263 19037. Prijs: €18,95.

    • Dirk van Delft