Zelfcensuur van Google

Om zijn service in China te verbeteren, heeft 's werelds grootste internet-zoekmachine Google een pact gesloten met de duivel. In ruil voor zelfcensuur op talloze zoektermen als 'Taiwan', 'democratie' of 'Dalai Lama', mag Google zijn servers op het Chinese vasteland zetten, zodat het zoeken op internet daar sneller en aantrekkelijker wordt. Ook kan exclusief voor de grote Chinese markt op Google worden geadverteerd. Maar voortaan worden de 100 miljoen Chinezen die nu de internationale site google.com intikken, automatisch doorgesluisd naar de minder vrije Chinese site google.cn. Google kwam met de gênante verklaring dat de zelfcensuur 'niet strookt met Google's missie'.

Veel andere internetbedrijven zijn al eerder gecapituleerd voor de Chinese eisen. Microsoft helpt de Chinese regering met het bouwen van filters die bepaalde woorden weren. Yahoo heeft het e-mailverkeer van een journalist aan de Chinese overheid gegeven, waarop de journalist is vervolgd en gevangen gezet. Westerse bedrijven zouden niet mogen helpen bij het schenden van typisch westerse vrijheidsrechten. Die zijn kennelijk te koop voor een aandeel in de grote Chinese markt.

Toch hebben de Chinese censoren nog niet gewonnen. China bouwt weliswaar een great firewall tegen ongewenste informatie, maar is niet geheel van het wereldwijde web afgekoppeld. Deelname aan het wereldwijde web blijkt te belangrijk voor de snel groeiende Chinese economie. Wie ervaring heeft met een zoekmachine, leert al gauw alternatieve termen te gebruiken om aan de gewenste informatie te komen. Censoren lopen altijd achter de feiten aan. Google helpt de gebruiker door hem te melden wanneer een bepaalde zoekopdracht is gecensureerd.

Het is te prijzen dat Google niet bereid is China e-mail- en weblog-diensten aan te bieden omdat het de privacy voor de gebruiker niet kan garanderen. Zo kan Google niet in de verleiding komen om, zoals Yahoo, gegevens van dissidenten aan de Chinese regering door te spelen. Google verzet zich ook al tegen de Amerikaanse regering, die gegevens over zoekopdrachten en e-mailverkeer eist. De Chinese regering probeert dus niet als enige greep te krijgen op internetgebruikers.

Een gecensureerd internet biedt nog steeds grotere informatievrijheid voor de burgers van een ondemocratisch land dan helemaal geen internet. Elektronisch verbreide informatie maakt hermetische afsluiting onmogelijk voor regeringen. In het verleden hebben radio en tv uit westerse landen die door de blokkades van voormalige Oostblokregeringen heen sijpelden, bijgedragen aan de snelle val van het IJzeren Gordijn. Ook het gekortwiekte internet bevrijdt onwetenden. Er ontstaat een elektronische wedloop tussen gebruikers en controleurs. Het blijft niettemin ontluisterend als westerse bedrijven en regeringen de vrijheid en de privacy van de internetgebruiker niet eerbiedigen. De zelfcensuur van Google is de zoveelste inbreuk op de vrijheid van informatie en uitwisseling op het wereldwijde web.