Wetenschap versus politiek

De in 2001 ingevoerde inkomstenbelasting (IB2001) is jarig. Als dat al geen reden is voor een feestje, dan toch zeker voor een terugblik. Heeft de ingrijpende herzieningsoperatie zin gehad en valt er nog wat aan te verbeteren? De Tweede Kamer beschikt over een lijvige evaluatie van CDA-staatssecretaris Joop Wijn (Financiën). Hij is enthousiast over het werk van zijn voorgangers. Inmiddels heeft ook de wetenschap een evaluatie afgerond, maar die is aanmerkelijk minder positief.

Het is de eerste keer dat de universiteiten op fiscaal terrein zo eendrachtig samenwerken. En dat bovendien ter ondersteuning van de Tweede Kamer. De doorwrochte wetenschap en de vluchtige politiek zijn twee tegenpolen. Maar wetenschappers leven van gemeenschapsgeld en zo'n bijdrage aan de maatschappelijke discussie is een welkome en verantwoorde besteding daarvan. De bevindingen van de tientallen fiscale toponderzoekers zijn op internet gepubliceerd, al zitten ze wat verstopt: www.law.leidenuniv.nl/org/fisceco/belastingrecht/congresbijdragen.jsp.

Eigenlijk stonden de wetenschappers voor een onmogelijke opgave. Cijfermateriaal was nauwelijks beschikbaar, de uitgangspunten van de belastingherziening waren vaag en de nieuwe belastingwet was maar één factor in een reeks van stormachtige ontwikkelingen aan het begin van deze eeuw. Bovendien spendeerde de overheid 2,4 miljard euro om maatschappelijke weerstanden te omzeilen. Welke effecten kun je aan de nieuwe regels toeschrijven en welke aan die geldinjectie?

Het tekort aan strikt wetenschappelijke uitgangspunten geeft de onderzoekers alle ruimte hun stokpaardjes te bereiden, waardoor het onderzoek alles weg heeft van een lappendeken. Toch valt te begrijpen dat de wetenschappers vorige week vrijdag trots uitstraalden toen ze hun resultaten op een (gratis) congres in Tilburg presenteerden. Ze hadden de volle aandacht van bijna alle Tweede Kamerleden die er in het fiscale debat toe doen. Alleen de PvdA liet verstek gaan.

Na hun presentatie riepen de wetenschappers verwachtingsvol de Kamerleden naar voren. Gaan de Kamerleden door de nieuw verworven kennis anders om met de komende herziening van de vennootschapsbelasting (Vpb2007)? Fouten uit 2001 moeten in 2007 toch makkelijk vermeden kunnen worden? Dat zijn enkele vragen die de Rotterdamse hoogleraar Leo Stevens gepassioneerd op de Kamerleden afvuurde.

De antwoorden zinden hem niet. De Kamerleden plukken uit de wetenschappelijke evaluatie vooral wat in hun kraam van pas komt, zo onthulde Nicolien van Vroonhoven (CDA) zichtbaar ongemakkelijk onder de staccatovragen van Stevens. Ze verzweeg nog dat waarschijnlijk geen van de fiscale woordvoerders de driehonderd pagina's aan wetenschap gaat doorploegen. De Kamerleden wachten af welke fiscale knelpunten in de maatschappelijke discussie boven komen drijven, welke fouten hun partijgenoten als de meest hinderlijke ervaren en hoe zij hun politieke tegenstanders een hak kunnen zetten. Dat alles toetsen ze aan de idealen van hun partij. Hun invalshoek is dus meer politiek dan fiscaal-technisch en ze hebben geen tijd om zich in de vele tientallen kritische opmerkingen van de wetenschappers te verdiepen. Volgens bijvoorbeeld CDA-fractievoorzitter Maxime Verhagen is dat ook helemaal niet de bedoeling. Hij bepleit discussies in grote lijnen en wil dat afdwingen door het aantal zetels in de Tweede Kamer terug te brengen van 150 naar 100.

Toch mogen de aanbevelingen van de wetenschappers niet tussen de wal en het schip vallen. Het gaat om suggesties om de wet eerlijker en begrijpelijker te maken. Zo'n belangrijk werkstuk moet meer zijn dan een grabbelton voor politici. Hoogleraar en CDA-senator Peter Essers kwam met de suggestie om zo'n evaluatie volgende keer samen met het ministerie van Financiën op te zetten. Dat wil staatssecretaris Wijn niet. De wetenschappelijk onderzoekers hebben daardoor een grote informatieachterstand. Ze beschikten zelfs niet over de statistische belastinggegevens uit 2001.

Op het ministerie van Financiën heerst helaas een egeltjesmentaliteit. Op het Tilburgse symposium lichtte een Financiënambtenaar weliswaar de hoofdzaken van de evaluatie van het ministerie toe, maar toen het op discussiëren aankwam, toonden de aanwezige ambtenaren voluit hun autistische kant. Het is volstrekt onduidelijk wat Financiën met de evaluatie wil doen. GroenLinks-Kamerlid Kees Vendrik beschouwt de wetenschappers als 'het intellectuele kapitaal van Nederland'. Als de wetgever geen manier vindt dat kapitaal te gelde te maken, dan blijven we zitten met belastingwetten van een te lage kwaliteit.

Anderzijds kan het geen kwaad als de wetenschappers beseffen dat Kamerleden niet in alle rust in een stofvrij laboratorium aan belastingwetten knutselen. Zij moeten reageren op wat leeft in de samenleving. Op Stevens' herhaalde verwijt dat politici met 'hun speeltjes' de belastingwet nodeloos compliceren, beet Vendrik fel van zich af: 'Dat laat ik me niet zeggen'. Stevens stoort zich aan de talrijke gedetailleerde toeslagen en aftrekposten die specifieke groepen voordeeltjes in handen moeten spelen. Fiscaal-technisch zijn ze een gruwel en economisch blijken ze zelden effectief. Voor de boze Vendrik zijn de 'speeltjes' in werkelijkheid serieuze en weloverwogen democratische ingrepen om sommige mensen de helpende hand toe te steken. Een onlangs door de Tweede Kamer geëiste belastingaftrek van 250 euro voor 150.000 mantelzorgers is waarschijnlijk vooral een symbolische geste. Ze is lastig uit te voeren, moeilijk controleerbaar en weinig meer dan een druppel op de gloeiende plaat. Maar als de Kamerleden niets zouden doen aan een kwestie die de samenleving sterk beroert, krijgen ze subiet het verwijt buiten de maatschappij te staan. Dan maar liever een kloof tussen wetenschappers en Kamerleden dan tussen de samenleving en de Kamer.