Vulkaan in de Waddenzee

Nederland is een plat land. Nergens een berg te bekennen, laat staan een vulkaan. Dat is geen nieuws. Iedereen weet het, iedereen kan het zien. Maar is het ook werkelijk zo? Nee niet helemaal, niet alles is zichtbaar. Tijdens boringen in de Waddenzee is op tweeduizend meter diepte een begraven vulkaan ontdekt. Die vulkaan, miljoenen jaren oud, kan niet meer uitbarsten. Een vulkaan die dat nog wel kan is The Quill op St. Eustatius. Dat eiland hoort bij de Nederlandse Antillen. Stiekem is die vulkaan daarom ook een beetje van ons.

Harry Seijmonsbergen weet alles van vulkanen. Hij is geoloog. Een aardkundige dus. In het Amsterdamse museum NEMO vertelt hij op een zondagmorgen over vulkaanuitbarstingen en hoe je ze kunt voorspellen. Zo is er in NEMO iedere maand een andere wetenschapper die over een bepaald onderwerp een lezing houdt voor kinderen van acht tot twaalf jaar. Je hoeft geen WizKid te zijn om zo'n verhaal te begrijpen. Toch blijkt tijdens de lezing al gauw dat geoloog Harry niet de enige geleerde is. Voor de meisjes en jongens die aan zijn lippen hangen lijken begrippen als schuivende continenten, spleeterupties, lava, magma en aswolken gesneden koek.

“Hoe voorspellen we een uitbarsting?“ vraagt Harry. Overal gaan vingers omhoog en de juiste antwoorden rollen eruit: als er rook uit de vulkaan komt; als hij een bult heeft die groter wordt; als hij geluid maakt. 'Tweehonderdtwintig miljoen jaar geleden zaten alle continenten aan elkaar vast“, vertelt Harry. “Daarna zijn de continenten uit elkaar gaan drijven. Ze bewegen nog steeds en soms botsen ze tegen elkaar.“

Die botsingen veroorzaken aardbevingen en vulkaanexplosies. Harry laat op een groot scherm beelden zien van lava die gestold is als touw. 'Wauw“, klinkt het als de kinderen het grijze maanlandschap door een 3D-brilletje bekijken. Het is net of ze er midden in staan. 'Weet iemand wat lava is?“ vraagt Harry. Ids, die vooraan zit, steekt zoals bij iedere vraag direct zijn vinger op. 'Lava“, legt hij uit, 'is magma. Dat zit in het binnenste van de aarde. Het is daar heel heet. Soms wordt de druk er zo hoog dat het met een aardbeving mee naar boven schiet. Dan heet het lava.“

Waar heeft hij zijn kennis vandaan, vraag ik Ids (11) later. “Ik kijk op tv veel naar National Geographic, ik hou van extreme natuurverschijnselen. Mijn tante is naar IJsland geweest. Ze heeft twee lavastenen meegenomen.“

Ook tijdens de lezing liggen er lavabrokstukken uitgestald. In groepjes kijken de kinderen wat er gebeurt als ze die stenen in het water leggen. 'Er komen luchtbelletjes uit“, merkt Koen (8) op. Sommige stenen zinken, andere blijven drijven. Daarna testen drie jongens de vloeibaarheid van magma en lava door met een rietje bellen te blazen in bakken met water, olie en stroop. Lava is als stroop, vertelt Harry. Om tenslotte een idee te krijgen hoe traag de dikke massa stroomt, wordt een proef gedaan met warme gesmolten chocola. Op een schuin gehouden glasplaat glijdt de bruine drab naar beneden. Zodra het spul voldoende is afgekoeld verdringen de vulcanologen zich rond de plaat om te testen of chocolava ook lekker is.

www.kinderlezingen.nl