Stop verkiezingen in M-Oosten

De 'Bush-doctrine' om democratie aan het Midden-Oosten op te leggen heeft de islamitische opmars van Hamas in de hand gewerkt, meent Shimshon Arad

De spectaculaire, onheilspellende overwinning van Hamas bij de verkiezingen van 25 januari in de gebieden van het Palestijnse Gezag herinnert ons aan iets dat zich meer dan tien jaar geleden elders in de Arabische wereld heeft voorgedaan. Begin jaren negentig, lang voordat de ambitieuze plannen voor democratisering van de Arabische en moslimwereld opgeld deden, zijn verkiezingen gehouden in Algerije. Daarbij kreeg - als een soort voorspel van wat er deze week is gebeurd in Palestijnse gebied - de extremistische islamitische partij de meerderheid van de stemmen.

Nu vragen wij ons in Israël en de gematigde landen van het Midden-Oosten, in Europa en in de Verenigde Staten, allemaal af wat ons te doen staat om de islamitische opmars te stuiten en af te rekenen met zijn ingewortelde neiging tot terrorisme; toentertijd was het Algerijnse leger bepaald niet ingenomen met het vooruitzicht dat extreme islamaanhangers de macht in het land zouden grijpen, en het nam daarom met geweld het roer over. Daartegen is toen in West-Europa en Amerika amper geprotesteerd; kennelijk gaf de democratische wereld de voorkeur aan een stabiel regime van de oude stempel, zelfs al moesten daarvoor tijdelijk enkele symbolen van het democratische mechanisme wijken. Bijna tien jaar later stond het leger in Algerije toe dat er verkiezingen werden gehouden, waarbij een burgerpoliticus tot president werd gekozen. Het is zonneklaar dat als het leger in 1992 niet had ingegrepen, dat land waarschijnlijk nog altijd zou worden bestuurd door een autoritair, fanatiek islamitisch bewind, zonder uitzicht op democratie.

11 september 2001 heeft de kijk van de Verenigde Staten op de rol van de democratie in de strijd tegen het islamitische terrorisme ingrijpend veranderd. Om brede nationale steun voor die oorlog te kunnen verwerven was een alomvattende visie vereist. Het leek dan ook begrijpelijk dat 'democratie' de leus werd. Dat leek het tovermiddel tegen alle kwalen.

Misschien gelooft president Bush echt dat democratie haalbaar is in het Midden-Oosten. Afgezien van de reusachtige inspanningen in Irak waar, naar het zich thans laat aanzien, een gigantische doos van Pandora is geopend, lijkt de Bush-doctrine in de rest van de regio in grote moeilijkheden te verkeren. In Egypte zijn presidents- en parlementsverkiezingen gehouden, maar is daarmee de zaak van de democratie in dat land ook maar enigszins geholpen?

In Amerika zijn in brede kring sceptische en kritische commentaren te beluisteren. Serieuze bladen als Foreign affairs, National interest en Atlantic monthly hebben Bush' doctrine dat er Palestijnse verkiezingen moeten komen, ruimschoots op de korrel genomen. Het besluit om 'de democratie' tot het kernpunt van de strategie van de regering-Bush in de Arabische en islamitische wereld te maken, is zowel door links als door Republikeinen bekritiseerd. Gregory Gause van de Universiteit van Vermont heeft in het september-oktobernummer van Foreign affairs de traditionele, aftandse opvatting dat hoe democratischer een land wordt, hoe 'kleiner de kans dat het terroristen voortbrengt'', genadeloos onder de loep genomen.

De Bush-doctrine houdt staande dat de campagne voor democratisering van de Arabische wereld niet alleen de Amerikaanse waarden zal verbreiden, maar ook Amerika veiliger zal maken. Naarmate in de Arabische wereld de democratisering toeneemt, zo luidt de redenering, zal de regio een afname van anti-Amerikaans terrorisme te zien geven.

Helaas zijn er nog maar nauwelijks aanwijzingen dat democratisering in de Arabische wereld 'het moeras zal droogleggen'' door onder de Arabieren de steun aan terroristische organisaties, en het aantal potentiële rekruten, te doen afnemen. Het uitdragen van de democratie, zo stellen de critici, zou wel een doelstelling van het Amerikaanse beleid moeten zijn, maar niet het allesoverheersende oogmerk. In plaats van aan te dringen op verkiezingen op korte termijn, kan men beter streven naar steun aan de vorming van seculiere nationalistische en democratisch gezinde politieke organisaties die het kunnen opnemen tegen fanatieke islamitische partijen. Wij moeten goed kijken hoe Turkije worstelt met die lastige democratisering. Dat is geen soepel, gemakkelijk proces, maar het gaat wel in de goede richting.

Men dient vooral te bedenken dat de Arabische landen die, zoals Egypte en Jordanië, vredesverdragen hebben gesloten met Israël, dat waarschijnlijk niet zouden hebben gedaan als zij waren bestuurd door een vrij gekozen parlement. Ook is het niet waarschijnlijk dat een Egyptische democratie met vrije verkiezingen Israël de afgelopen 25 jaar zonder onderbreking van olie zou hebben voorzien, of zich openlijk zou hebben verplicht om de Israëliërs de komende twintig jaar aardgas te leveren. Dat zijn zo een paar bezwaren van leuzen die luchtigjes worden geproclameerd en vervolgens hardnekkig nagejaagd. Volgens de Bush-doctrine, zo heeft professor Joseph Nye van Harvard onlangs verklaard, is het terrorisme in het Midden-Oosten geworteld in het ondemocratische karakter van de regimes in die regio. Door een einde te maken aan de dictatuur van Saddam en de democratie te vestigen in Irak, dacht men de fundamentele oorzaken van het terrorisme aan te pakken. Nye wijst erop 'dat de ontwikkeling van de democratie wel van buitenaf kan worden geholpen, maar niet gemakkelijk met geweld kan worden opgelegd''. Maar dat is precies wat de Bush-doctrine in Irak heeft gedaan, en wat zij mogelijk onbedoeld in de hand heeft gewerkt in de Palestijnse gebieden.

Shimshon Arad is oud-ambassadeur van Israël in Washington en Den Haag.