Ssssst, een butskop!

Mensen denken dat wilde dieren een hekel hebben aan snelwegen, industrieterreinen, binnensteden en andere vooruitgang. Maar dat geldt niet voor alle wilde dieren.

De butskop komt boven water in de rivier de Theems in Londen. foto Reuters/Dylan A Northern Bottle-nosed Whale pokes its head out of the river Thames near Battersea Bridge in south London January 20, 2006. The small whale swam up the Thames to central London on Friday, a rare event which drew large crowds of sightseers and brought traffic to a standstill. REUTERS/Dylan Martinez REUTERS

Ze moeten er meestal hooguit een beetje aan wennen. Neem aalscholvers. Vroeger zaten van die visetende vogels alleen maar in het stille Naardermeer. Nu struikel je er op de Maasvlakte over, tussen de sissende stoomventielen, vlammende raffinaderijen en dreunende rangeerterreinen. Slechtvalken broeden op de schoorstenen van energiecentrales, vossen vreten in de randstad vuilnisbakken leeg.

Sommige dieren zijn zelfs regelrecht geïnteresseerd in techniek. Laatst was er op Vlieland een zeehond die vanuit de branding met grote belangstelling een wedstrijd voor crossmotoren op het strand volgde.

Of neem buizerds. Die zitten op paaltjes langs de snelweg als volleerde bermtoeristen gebiologeerd het langsrazende verkeer te bekijken. Mensen zeggen wel eens dat buizerds dat doen om eerste rang te zitten als een konijn of fazant wordt overreden. Maar als dat zo zou zijn, zouden ze eerder vliegend het wegdek afspeuren, net zoals meeuwen boven het strand. Goed, ze zullen niet denken “kijk, wat een lelijke Fiat Pesto', maar ze hébben dus wel iets met auto's.

Je kunt ook niet op voorhand zeggen dat die walvis, een vijf meter lange butskop, die vorige week in het centrum van Londen binnenzwom, van die grote stad schrok. Butskoppen buurten wel vaker in ondiep kustwater en in havens. Dat doen ze om uit te buiken van een buitengaats maal pijlinktvissen, of gewoon omdat ze d'r zin in hebben. Van bruggen en afgemeerde boten schrikken ze niet.

De Londense wethouder van Walviszaken dacht daar anders over. Hij raadpleegde zijn veldgids 'Wat komt daar met de rugvin boven water op me afgezwommen?' en dacht toen dat het dier zielig was.

Hij had de omgeving van de walvis stil moeten leggen, dan had de butskop vast rechtsomkeert gemaakt. Maar wat deed de snurker? Hij stuurde een horde biologen, dierenartsen en waterpolitieagenten op de walvis af.

Overdag hielden die de butskop van dichtbij vanaf dieselende motorboten in de gaten. En 's nachts zetten ze iedere keer dat de walvis boven kwam, een zoeklicht op zijn kop. Die botste toen ook nog tegen een boot aan waardoor hij ging bloeden.

De walvis, zeiden de mannetjes van de wethouder, 'wekt de indruk dat hij gedesoriënteerd is' - dat hij in de war is. Ja, vind je het gek!

Ze legden de butskop toen nog op een luchtbed om hem naar zee te slepen. Maar het was al te laat.

Dierenartsen hebben de walvis intussen opengesneden. Het is niet moeilijk te raden wat ze zullen vinden: tuitende oren en een knoop in zijn maag.

Die butskop verdient een standbeeld langs de rivier - waar de Londenaren alleen op kousenvoeten langs mogen lopen.

    • Menno Steketee