'Retorische truc' Dittrich

Boris Dittrich verdedigde gisteren bij studenten het standpunt van D66 over de missie naar Afghanistan. Waarom sturen we geen militairen naar Congo, vroeg hij zich af.

Het gastcollege van D66-leider Boris Dittrich, gistermiddag op de Universiteit van Amsterdam, ging over het zuiden van Afghanistan. 'Een gebied', zei Dittrich, 'dat al honderden jaren niet getemd kan worden door buitenlandse troepen.' Maar het ging ook over de massamoord op Bosnische moslims in Srebrenica en de burgeroorlog in Congo. In Srebrenica, zei Dittrich, waren Nederlandse militairen 'in een fuik gezwommen'. 'Er was een geweldige druk van de regering om iets te doen aan de ellende daar.'

Die druk is er nu weer, vindt Dittrich. Het kabinet wil 1.200 tot 1.400 militairen naar Zuid-Afghanistan sturen om de inwoners van Uruzgan te helpen. Volgende week debatteert de Tweede Kamer over de missie. De D66-fractie is tegen. Want áls we zo nodig arme mensen willen helpen waarom sturen we dan geen militairen naar Congo? Dat land moet ook worden opgebouwd na een verschrikkelijke oorlog. 'In Oost-Congo zijn drie miljoen mensen vermoord. Drie miljoen. In Uruzgan heb je een bevolking van driehonderdduizend.'

Een student in de zaal vroeg of die drie miljoen doden niet waren gevallen omdat de internationale gemeenschap had afgewacht en geen commitment had getoond. 'Bent u niet bang dat in Afghanistan hetzelfde gebeurt?'

Gebrek aan commitment had D66 niet, zei Dittrich. D66 is het ermee eens dat miljoenen euro's worden uitgegeven aan ontwikkelingshulp voor Afghanistan. En D66 heeft eerdere missies naar Afghanistan gesteund. Maar deze missie was anders. 'Ik zie dat in NAVO-verband nu ook de schellen van de ogen zijn gevallen. Men is weer gaan praten en overleggen.'

Bijna aan het eind van zijn gastcollege noemde hij het geheime rapport van de inlichtingendienst MIVD over de missie, dat hij had gelezen omdat hij fractievoorzitter is. Het is niet de bedoeling dat hij er iets over zegt. Dittrich zei: 'Er ligt een belangwekkend rapport van de MIVD. De onderzoekers zijn in Uruzgan geweest. Ze hebben met Jan en alleman gepraat. Ik kan u zeggen dat zij ook behoorlijk kritisch zijn over de voorgestelde missie.'

Na het gastcollege zei hij het nog een keer: 'Er staat veel gedetailleerde informatie in het rapport en door de manier waarop het er staat, denk je: zó. Ik voel mij bevestigd in ons standpunt.'

Dittrich zei niets dat uitgelegd kon worden als het begin van een mogelijke verandering van zijn standpunt. Hij zei opnieuw dat D66 gevaar ook een slecht argument vindt om om een missie niet door te laten gaan. Maar wederopbouw is volgens hem onmogelijk in een gebied waar vijf stammen 'elkaar de tent uit vechten', waar de papaverteelt 'geweld en ellende' veroorzaakt en het optreden van de Amerikanen heeft geleid tot 'haat tegen buitenlanders'.

Hij vroeg de studenten of ze er wel eens over hadden nagedacht waarom Frankrijk en Duitsland geen troepen naar Zuid-Afghanistan stuurden. Later kwam hij met een voorbeeld waaruit zou blijken dat de Duitsers daar toch zitten - wat in het Zuiden van Afghanistan niet zo is. De Duitsers, zei hij, willen in Afghanistan alleen overdag vliegen. 'Dus als die ons moeten helpen omdat gevaar dreigt en de schemer valt in, dan kan dat niet.'

Sander Steijn, eerstejaars student politicologie, zei na afloop dat Dittrich 'een sterk verhaal' had verteld. 'Maar ik vond het een goedkope retorische truc om naar Srebrenica te verwijzen. Die situatie was anders.' Steijn vond het ook flauw van Dittrich dat hij niet wilde reageren op politieke vragen, bijvoorbeeld naar de positie van de D66-fractie als een meerderheid in de Kamer volgende week vóór de missie stemt. 'Dat is misschien de makke van D66. Dat die partij zich altijd op de vlakte houdt.'