Portret van Maria Trip

't Blinkt al van parels en van amaryl

wat je hier waarneemt, en van goud. “Rozetten

draag ik ook. Ik zag eens hoe uit een ooi recht

een lam neerviel; de vrek maakte mijn hals

Portret van Maria Trip

- ivoor oprijzend uit het stijve kant -

wel erg schaapachtig ongewassen gelig;

de stad en straat vol zon nu en 't licht begin

van couperose dwong hij uit de verf.

Diep in dit grachtenhuis in eiken duister

mijn ogen roodomrand; heb ik geschreid?'

't Degengevest is niet echt voor de sier.

Moed en strijdlust weren kaarsrecht het bederf.

“Ik ben de mot die vliegt langs het satijn.

Schijnsel is er in haar blik dat niet verpiert.'

    • H.H. ter Balkt