Pien

Onder haar cavia-dekbed, in haar cavia-pyama, lag Pien in haar stapelbed en speelde dat ze een cavia was. De wekker van haar ouders was al twee keer afgegaan.

Pien likte aan haar voorpootje en hoorde hoe de andere cavia's in haar kamer, Zoetje en Kotje, door hun kooi scharrelden. Straks zou ze hen eten geven, en schoon water. Zoetje had een krulletjesvacht en Kotje lange haren; daarom was zij zelf een gladharige cavia.

“Wakker worden, opschieten!“ Ineens stond haar moeder in de kamer. 'Het is kwart voor, kleed je aan, ik zal de cavia's hé, waar is Zoetje?“ Pien liet zich van het laddertje uit haar bed op de grond zakken. Meteen plakte er een keutel aan haar voet. Haar moeder had de caviakooi opengemaakt en tilde het schoenendoos-huisje op. Ze maakte een geluid dat Pien haar nog nooit had horen maken, zó verbaasd - alsof haar ogen straks uit hun kassen zouden knikkeren.

Wat zou er aan de hand zijn? Pien durfde bijna niet te kijken. Zoetje was de laatste tijd stilletjes en slaperig geweest. Ze was toch niet? Nee. Ze zat gewoon wakker in het stro, net als Kotje en drie reuzenkeutels. Langzaam begreep Pien het: Zoetje had kinderen gekregen. Drie. Zwarte. Met pootjes en oogjes en haartjes en neusjes en alles. 'Nou moe“, mompelde haar moeder, “de dierenarts zei vorige week nog dat ze gewoon te dik was.“

Pien moest tóch naar school, vonden haar ouders. Even later zat ze achterop de fiets, haar armen stevig rond haar vaders dikke buik geklemd. Daar was eindelijk de school. Ze waren echt laat, maar het plein stond vol, zag ze, met kinderen, ouders, kleine broertjes, kinderwagens Wat gek. Pien liet zich van de bagagedrager glijden en wurmde zich tussen de mensen door.

Voor op het plein stond een auto geparkeerd, met een aanhangwagentje erachter. Het fietsenrek was opzij geschoven; de kelderdeur stond wijd open. Er stonden drie politiemannen bij, met het schoolhoofd en een mevrouw met een touw en een halster in haar handen. De mevrouw verdween de kelder in. Toen kwam ze weer tevoorschijn. Aan het touw vast zat een schaap! Het zette zich schrap Maar even later stond het toch blatend in het aanhangwagentje en reed de auto het plein af. Op de trap liep Pien langs Lotta en haar verkering Radjinder. Lotta huilde!

In de klas legde meester Mo het uit. Lotta had het schaap ontvoerd, in de kerstvakantie, van de kinderboerderij. Ze was bang dat het naar het slachthuis moest. 'Een misverstand, heet dat“, zei de meester. 'Het dier gaat nu gewoon terug. We zullen haar nog wel eens opzoeken.“ De klas joelde, maar Pien kauwde op haar cavia-pen. Een schaap, dacht ze, wat had je aan een schaap? Ze scheurde een reepje uit haar cavia-schrift en schreef er iets op. Even later viel er een briefje op Lotta's tafel. Lotta zag het niet, maar naast Lotta zat Marjoke. Zij zag het briefje wel.

Wordt vervolgd. Volgende week in Groep Zes: Marjoke.

    • Judith Eiselin