“Pelgrims zijn we, zonder god'

Ze schrijft Friestalige fado's, maakt theater, en verwerkt popmuziek in haar poëzie. Albertina Soepboer publiceerde ook een nieuwe bundel, met de muziek waar ze naar luisterde: 'Ik geloof in het experiment“.

Albertina Soepboer: 'Ik wil laten zien wat niet af is' Foto Sake Elzinga Nederland -Groningen - 24-01-2006 Albertina Soepboer kunstenares in haar atelier. Foto: Sake Elzinga Elzinga, Sake

In de trein naar haar atelier in Groningen staat de net aangelegde playlist 'Albertina Soepboer' op de iPod. 'God Put A Smile On My Face' van Coldplay, 'Zoo Station' van U2, 'Missing' van Everything But The Girl, 'Tears All Over Town' van A Girl Named Eddy. Het zijn droevige, klagelijke liedjes, waarvan zinnen door de dichteres zijn verwerkt in haar gedichten. De songs sluiten naadloos aan bij de betoverende sfeer van haar vorig jaar verschenen bundel Zone, die verstilde melancholie en liefdesproblematiek biedt in alle tinten.

“I'm ready', loeit U2-zanger Bono keer op keer. 'Ready for the laughing gas'. Het is de tekst van 'Zoo Station', het nummer dat Soepboer ophad toen ze het gelijknamige Berlijnse station bereikte. Eindelijk. Ze was een groot fan van de Berlijnse platen van Bowie, Lou Reed, Pink Floyd, U2, maar had nooit de stad bezocht. 'O, man! Kippenvel! Dat is de impact van popmuziek. Dat ik een stad binnenrijd die ik helemaal niet ken en toch voel dat ik er een band mee heb.“

Haar wortels liggen in het Friese Holwerd, wat te horen is aan haar Friese tongval. Soepboer (1969) woont en werkt in Groningen, de stad waar ze Romaanse talen studeerde. Sinds enkele jaren studeert ze weer, Fries, omdat ze oud-Fries wilde leren lezen en haar geschiedenis beter wilde leren kennen. Haar werk schrijft ze afwisselend in het Fries en Nederlands, sinds 1995, toen ze debuteerde met het Friestalige Gearslach, De laatste jaren verruimt ze haar horizon. Zo schreef ze Friestalige fado's voor zangeres Nynke Laverman, die momenteel met haar programma De Maisfrou door het land trekt. Voor theatermaker Rieks Swarte maakte ze De Groote Storm/ De Grutte Stoarm en momenteel werkt ze aan haar eerste roman.

Haar negende bundel Zone is een tocht door tijd en ruimte, het gevolg van de reizen die de schrijfster de afgelopen drie jaar maakte, naar Rome, Scandinavië en Berlijn. In de strak gecomponeerde bundel zijn ze terug te vinden in de drie afdelingen: Zo Zuid, Om Noord en Middenmuur. Prozagedichten waarvoor uit genoemde songteksten is geput vormen de verbindingstukken. Muziek helpt haar bij het schrijven. 'Muziek brengt me een in een bepaald ritme. Wat ik schrijf valt vervolgens in de sfeer van de liedjes.“

Een groot deel van het materiaal schreef ze onderweg. 'Ik ben iemand die graag naar dingen kijkt en gevoelig is voor omgeving en sfeer. Die daar veel indrukken van meeneemt.“ Ze voelde veel dreiging om zich heen. 'Op vliegvelden werd extra gecontroleerd. Gesprekken gingen over terrorisme. Met de mensen die ik tegenkwam, sprak ik constant over wat er aan de wereld aan de hand was. Zeker in Berlijn, waar de mensen de geschiedenis met zich meedragen.“

Al die indrukken smeedde ze om tot een bundel die op allerlei manieren samenhangt, zonder werkelijk één verhaal te worden. De opkomst en ondergang van wereldrijken zet Soepboer in als decor en als metafoor. Het gedicht 'Vlinders' begint met: 'De keizer slaapt al vijf nachten niet meer/ kauwt zijn schetsen van het dodenrijk uit/ denkt aan de rijke Romeinse weduwe'; onderwijl beseft hij: 'Het rijk gaat zo de pierdood in'. Zes gedichten verder is het zo ver en arriveren de Vikingen om Rome te verwoesten.

Metrogast

De dichteres deinst niet terug voor beladen vergelijkingen: “je metrogast ben ik, je treinrijder en als/ je bom explodeert, stelp ik wonden, grijs/ en vis de as uit je lendenen, volg je stuip'. In een gedicht dat in Berlijn is gesitueerd, wordt geconstateerd: 'Hier vielen de torens ook'. 'De beelden van de instortende Twin Towers komen zo vaak bij me op dat ik ze als dichter wilde verwerken. In de bundel vormen ze een universele metafoor voor de cyclische beweging van de tijd. Daar gaat Zone voor mij over. Alles brokkelt af.“

“Het gaat mij niet om goed of fout, of de juiste historische vergelijkingen, maar om de mensen, om wat ze elkaar aandoen.“ Het zijn geen gelukkige mensen die beschreven worden. Liefde is in Zone steeds onvervulbare liefde. Wat intrigeert haar zo aan die onvervulbaarheid? 'Dat hoort bij reizen: vluchtige ontmoetingen, intensieve, maar afgebroken gesprekken, afscheid nemen. Dat maakt treurig. Je komt zoveel mensen tegen - ik heb het niet over toeristen - en allemaal zijn ze op zoek naar iets. Liefde, vriendschap, relaties. Iets groters. Iets wat ze kunnen gebruiken in hun leven, iets wat ze thuis niet kunnen vinden.“

Nog steeds trekken er jongeren de wereld over met het verlangen die wereld te verbeteren, zegt ze. 'Het zijn moderne pelgrims, zonder god of heilige. Ik ben ook zo iemand. Thuis word ik onrustig en dan ga ik op reis. Maar dat mensen in je leven opduiken en weer verdwijnen heeft ook iets moois, vind ik.“ Biedt schrijven een antwoord op die onrust? 'Nee, schrijven maakt die onrust wel inzichtelijker. Het geeft ruimte en adem. Uiteindelijk zorgt schrijven voor een plek: die onrust komt op papier.“

Het lijkt er soms op dat ze de melancholie opzoekt. “Misschien. Maar ik ben niet alleen melancholiek. Zie De Grutte Stoarm, een voorstelling met veel humor.“ In dat toneelstuk geeft Soepboer een kolderieke variant op geschiedenis vanaf de schepping tot aan de grote stormvloed van 1287, die het Friese kustgebied trof. 'Ik was aanwezig bij de eerste lezing van de tekst. De acteurs durfden niet te lachen, omdat ze mij kenden als zo'n serieuze dichteres. Tot iemand zei: 'Potverdomme, volgens mij heb je dit bulderend achter je bureau geschreven'.“

Die relativerende toets paste niet in Zone, waarin ze grote thema's wilde aansnijden. 'Ik was absoluut niet in de mood om te relativeren.“ In de rondreis door Europa worden de onderlinge verschillen tussen Noord, Zuid en Midden geaccentueerd. 'Ik stel mezelf vragen bij de eenwording van Europa“, zegt Soepboer. 'Ik refereer ook aan de figuur van Europa in de Griekse mythologie, die door oppergod Zeus verkracht wordt. Er is nog steeds veel geweld in Europa. Iedereen praat nu over moslimterrorisme, maar men vergeet de nog altijd actieve afscheidingsbewegingen in Spanje, Corsica, Ierland en op de Balkan, die ook te maken hebben met identiteit.“

Tweetaligheid

Ageert hier de Friezin tegen de natiestaat? 'Zeker niet. Ik ben geen nationalist. In mijn gedichten werk ik met de constatering dat grote rijken niet blijvend zijn. Dat gaat ook op voor Europa.“ Haar gevoeligheid voor dit punt verklaart ze uit haar tweetaligheid. 'Het idee dat grenzen worden getrokken langs taalgrenzen past niet bij mij. Ik ben niet alleen maar Nederlander, ik ben niet alleen maar Fries. Maar nationale staten zijn niet gebaseerd op een dubbele identiteit.“ Dat veroorzaakt fundamentele problemen, zoals het ontstaan van gewelddadige afscheidingsbewegingen. 'De realiteit is dat de meeste mensen tweetalig of meertalig zijn.“

Het taalgebruik in Zone verschilt nogal van eerder werk: de stijl is compacter, maar vooral gevarieerder. Lyrische zinnen (In “De Etruskische weduwe': 'in de villa arriveerde de herfst als eenzame bijslaap/ en iemand anders zou de jurk op het gras leggen') en ingedikte, ritmische regels (“en ik weet nu dat diepte niet kan komen/ dat vaart niet kan komen als ik niet raaf/ vrouw in mijn lichaam krassend verlos') wisselen elkaar af. 'Ik wilde zoveel mogelijk taal eruit halen“, verklaart Soepboer, 'tot je bot overhoudt.“ In dezelfde periode ging ze toneel schrijven. “Als je goed toneel schrijft heb je niet zoveel woorden nodig. Dat heeft me beïnvloed. Opeens verdween de recht doorlopende lange zin. Die componeerde ik nu uit een samenstelsel van kortere zinnetjes.“

Ze gelooft in het experiment, zegt ze. 'Het gaat me niet om het schrijven van een mooi en gepolijst gedicht. Ik weet wel dat ik dat kan. Mijn doel is om te laten zien wat niet af is, wat nauwelijks verwoord kan worden. Het lange gedicht 'Scheuren' in Zone gaat over een relatie die stukgelopen is. Die scheuren wilde ik ook in de taal laten zien. Niet opschrijven 'ik voel me verscheurd' , maar dat via de taal voelbaar maken.“

Verrassend is het optimisme dat spreekt uit het laatste gedicht. Soepboer wilde een 'open einde', zegt ze. 'Niet dat de conflicten daar worden opgelost. Er is sprake van een horizon, van begin. Het is niet toevallig dat ik schrijf: de mensen zijn aan boord gegaan. Dat zouden ook de personages uit de bundel kunnen zijn.“ Ze gaan op reis, het regent zacht. 'Ik wou het niet dramatisch laten aflopen, maar met een vleugje hoop.“

De poëzie van Albertina Soepboer verschijnt bij uitgeverij Contact. Zie verder: www.albertinesoepboer.nl. Voor voorstellingen van 'De Maisfrou' zie: www.nynkelaverman.nl

    • Ron Rijghard