Overal gedonder, waar hij ook kwam

In Holland stond de filosoof-schrijver Voltaire goed aangeschreven. En de liefde was wederzijds, zo blijkt uit een nieuwe biografie en een bloemlezing.

Schetsen van Voltaire, door de 18de-eeuwer Jean Huber (gravure) Reproductie Roger-Viollet Voltaire (1694-1778), écrivain français. Expressions diverses calquées sur les représentations de Jean Huber (1721-1786). Gravure, B.N. RV-477775 ROGER_VIOLLET

“Wat wordt, meent gij, van Voltaire het meest gelezen', vroeg Rhijnvis Feith in 1784; het antwoord luidde: 'Ach! Geloof mij, zijne ongeoorloofde, onkuische Godsdienst-verwoestende Romans'. Ik geloof het graag, want tegenwoordig is het niet anders. Voltaires tragedies worden zelden nog gespeeld, zijn poëzie blijft ongelezen en voor zijn geschiedkundige werken hebben alleen ideeënhistorici belangstelling. Daarin verschillen we weer wel van de 18de eeuw, toen men óók voor deze geschriften warm liep in plaats van enkel voor Candide of L'ingénu. Van Voltaires toneelwerk verschenen in de Nederlanden diverse vertalingen en men beschouwde hem als de opvolger en vervolmaker van Corneille en Racine, in weerwil van reserves ten aanzien van zijn vrijmoedige benadering van de godsdienst.

Zelf was Voltaire (1694-1778) zeer ingenomen met zijn populariteit. 'De bescheidenheid die een mens in acht hoort te nemen verbiedt mijn eerlijkheid je te vertellen hoe ongelofelijk goed ik hier aangeschreven sta', schrijft hij op 17 januari 1737 uit Leiden aan een Parijse vriend. Het was niet de eerste keer dat hij de Republiek bezocht, want dat was in 1713, toen hij als persoonlijk secretaris van de Franse ambassadeur, een oudere broer van zijn peetvader, mee naar Den Haag verhuisde. Niet voor lang, helaas of gelukkig - Voltaire, toen nog gewoon François-Marie Arouet geheten, verprutste zijn prille diplomatieke carrière door heel ondiplomatiek op een Frans protestants meisje (“Pimpette') verliefd te worden. In brieven vanuit Parijs probeerde hij haar alsnog ervan te overtuigen dat haar verblijf in Den Haag 'akelig' was en dat zij zich beter bij hem kon voegen. Tevergeefs.

Zelf dacht hij er bij een volgend bezoek in 1722 heel anders over. 'Tussen Den Haag en Amsterdam is het één groot aards paradijs', schrijft hij dan aan de thuisblijvers. En over de Nederlanders luidt zijn oordeel: 'Werk en bescheidenheid, iets anders kennen ze niet'. Zijn rooskleurige blik heeft waarschijnlijk alles te maken met het feit dat hij inmiddels de werkelijkheid van de absolute monarchie aan den lijve had ondervonden: wegens een paar oneerbiedige gedichtjes over de seksuele zeden van de Regent was hij elf maanden in de Bastille opgesloten.

De aantrekkelijkheid van de Republiek bestond daarnaast uit de aanwezigheid van uitgevers die zich niet hoefden te bekommeren om de Franse censuur. Helaas bekommerden ze zich evenmin om het (toen non-existente) auteursrecht, met als gevolg dat Voltaire zijn Nederlandse uitgevers een paar jaar later net zulke “ondankbare honden' noemt als hun collega's in Frankrijk. Blader in de correspondentie van Voltaire en je krijgt een aardige indruk van de jungle waarin schrijvers zich destijds moesten zien te handhaven. Overal roofdrukken en uitgaven op basis van onvolledige of naar eigen inzicht aangevulde manuscripten, zoals bij de Anti-Macchiavel van Frederik van Pruisen, waarvan Voltaire in 1740 zonder veel succes een fatsoenlijke editie probeerde te laten drukken.

Veel van zijn latere bezoeken aan ons land hebben met Frederik, weldra Frederik de Grote, te maken. Frederik wilde Voltaire aan zijn hof verbinden, maar deze kwam hem hooguit halfweg tegemoet, vastgehouden door zijn liefde voor Emilie du Châtelet. Halfweg, dat bleek in de praktijk Den Haag te zijn, waar hij logeerde bij de Pruisische ambassadeur en ondertussen als een heuse spion oren en ogen openhield in opdracht van de Franse overheid. Voltaire was er toen nog alles aan gelegen om bij het hof in de gunst te komen, wat hem ook is gelukt - totdat laster en vijandschap (en niet te vergeten zijn eigen strijdlust en onvoorzichtigheid) de relatie verstoorden.

Ook in de Republiek zaten zijn vijanden niet stil, getuige de in Frankrijk gretig overgenomen roddels inzake een conflict met de grote natuurkundige 's Gravesande (bij wie Voltaire in Leiden colleges had gevolgd) over het 'bestaan van God'. Er moest een ontkenning van beide betrokkenen aan te pas komen om de zaak weer te sussen. Overal waar Voltaire zich vertoonde, ontstond nu eenmaal gedonder. Zelfs in Berlijn, waarheen hij na de dood van Emilie vertrok, om er Frederik - de 'Salomon van het Noorden' - een tijdlang gezelschap te houden. In de Nederlanden keerde hij na 1745 niet meer terug, al heeft hij er nog wel over geschreven, met name in zijn historische geschriften.

Wat precies, dat kan men nalezen in Voltaire en de Republiek; Teksten van Voltaire over Holland en Hollanders, gekozen en vertaald door Jan Pieter van der Sterre, en aangevuld met drie artikelen van Joris van Eijnatten, Wyger R. E. Velema en Anna de Haas over respectievelijk het Nederlandse Voltairebeeld, Voltaires geschiedschrijving en de receptie van Voltaires toneel in de Nederlanden. Afgezien van de historische teksten, waarin de aandacht vooral uitgaat naar de Opstand en de vrijheidslievendheid van de Nederlanders, is het opvallend hoe weinig concrete belangstelling Voltaire voor de Republiek en de Nederlanders als zodanig opbrengt. Het draait toch voornamelijk om hemzelf en zijn eigen besognes. Een boek als de Lettres philosophiques (over Engeland) heeft hij over de Republiek bijvoorbeeld nooit geschreven, ook al strookt zijn lof voor de Engelsen in belangrijke mate met wat hij in de Nederlanden te waarderen vindt: vrijheid, tolerantie, handelsgeest, wetenschap.

Dat geeft veel van de teksten in deze bloemlezing allereerst een biografisch belang. Om ze ten volle te appreciëren is het dus nuttig er een biografie bij te lezen. De meest recente is geschreven door Roger Pearson, hoogleraar Frans in Oxford: Voltaire Almighty. Het boek rust op de arbeid van vele voorgangers, zelfs de pretentie van eigen onderzoek ontbreekt. Wat dat betreft is Van der Sterre origineler: hij komt met tenminste één brief van Voltaire (aan raadspensionaris Steyn, een klacht over in Holland uitgegeven vlugschriften tegen zijn persoon) die 'waarschijnlijk' niet eerder werd gepubliceerd.

Ook kan Pearsons visie op Voltaire moeilijk verrassend worden genoemd. Dat diens leven in dienst stond van het streven naar vrijheid, en dat de strijd tegen autoriteiten, tegen vooroordeel en intolerantie, een 'oedipale' achtergrond had (Pearson gaat ervan uit dat Voltaire een 'bastaard' was, die zich altijd tegen zijn officiële vader, een steile jansenist, heeft verzet) - ik kijk er niet van op, al valt het natuurlijk nooit te bewijzen.

Toch is Pearsons biografie een genoegen om te lezen, aangezien de auteur blijkbaar alle tijd die niet aan oorspronkelijk onderzoek hoefde te worden besteed in zijn stijl heeft gestoken. Daardoor is Voltaire almighty een van de meest smeuïge Voltaire-biografieën geworden, die ook in haar bewonderenswaardige beknoptheid de invloed van haar onderwerp verraadt. Voltaire was nooit 'saai', schrijft Pearson terecht - als hij tenminste in de juiste stemming verkeerde, niet te zeer door een van zijn vele kwaaltjes werd gehinderd en de tijd nam voor zijn gasten.

Dat niet altijd aan die voorwaarden werd voldaan, mocht de schrijfster Belle van Zuylen ondervinden, toen zij hem in 1777 te Ferney opzocht. Na een paar beleefdheidsfrasen trok de grote schrijver zich terug in zijn kamer, zijn bezoekster achterlatend met zijn nicht, de 'brave, vervelende madame Denis', en de andere bezoekers. 'Al die tijd in Genève had ik me nog niet eerder zo verveeld als die dag', schrijft Belle teleurgesteld aan haar broer, 'Ik had verstrooiing verwacht'. De lezer die hetzelfde verwacht, verwijs ik graag naar Pearsons biografie en - met weliswaar iets minder uitbundig resultaat - naar Van der Sterre's bloemlezing.

Jan Pieter van der Sterre (sam. en vert.: Voltaire en de Republiek. Teksten van Voltaire over Holland en Hollanders. Atlas, 550 blz. euro 39,90 (geb.)

Roger Pearson: Voltaire Almighty. A Life in Pursuit of Freedom. Bloomsbury. 447 blz. euro 35,50 (geb.)

    • Arnold Heumakers