Ouder-en-kindcentra effectief

Het aantal meldingen door hulpverleners van vermoedens van kindermishandeling is in Amsterdam het afgelopen half jaar gestegen van vijftig naar honderd per maand. Dit blijkt uit cijfers van Vangnet Jeugd van de GGD, waar in Amsterdam 'professionals' (politie, huisartsen, consultatiebureau-artsen, verpleegkundigen, verloskundigen, ziekenhuizen) zorgen over een kind kunnen melden.

De toename komt voor een belangrijk deel doordat in verschillende stadsdelen jeugdhulpverleners beter zijn gaan samenwerken in zogenoemde Ouder-en-kindcentra (OKC). Gemiddeld komt 60 procent van de meldingen bij Vangnet Jeugd van een OKC, 40 procent komt via de politie. Een melding betekent dat er zorgen zijn, niet altijd wordt een kind daadwerkelijk mishandeld.

In die ouder-en-kindcentra werken alle mensen en instellingen samen, die in een wijk met kinderen te maken hebben. Ouders kunnen er terecht met kleine en grote problemen, door de intensieve samenwerking worden ze snel geholpen of doorverwezen naar de juiste persoon. Amsterdam-Noord (90.000 inwoners) opende twee jaar geleden als eerste twee centra en onlangs nog twee. Het concept wordt inmiddels gekopieerd in de rest van Amsterdam (de bedoeling is in elke wijk een centrum), maar ook daarbuiten.

Gisteren presenteerden zeven gemeenten (waaronder Eindhoven en Rotterdam) een plan voor efficiëntere jeugdzorg. Belangrijk onderdeel van dat plan zijn de ouder-en-kindcentra, die deze gemeenten 'centra voor jeugd en gezin' noemen. Signalen van problemen met een kind die verschillende professionals opvangen, komen hier samen. Hulpverleners wachten niet alleen tot ouders naar zo'n centrum komen, maar gaan ook in de wijk op huisbezoek. Het is bekend dat probleemgezinnen vaak niet aankloppen bij de hulpverlening.

Jeugdhulp: pagina 3

    • Sheila Kamerman