Op Vlooyenburg

Rembrandt van Rijn - Portret van Dr. Ephraim Bueno

“Zo veel is ongeschreven gebleven, zo veel ook

dat onmogelijk te beschrijven is omdat het zich voor eeuwig

voor ieder mens verborgen houdt', denkt hij

als hij de buitendeur achter zich gesloten en zijn ene

voet op de onderste trede heeft gezet

Portret van een man, wsch. dr. Ephraïm Bueno

in het halfduistere benedenhuis

voelt hij hoe zijn hart overslaat en het bloed

uit zijn wangen wegtrekt, hem heel even

de adem wordt benomen

daarnet was er, met die schitterende brokaten lucht

boven de Leprozengracht, het mooiste stuk

van Vlooyenburg toch, zijn eiland in de Amstel, als nooit

eerder zo scherp het besef zowel vreemdeling

als ingezetene te zijn -

de manchet om de pols van de hand

waarmee hij de trapleuning beetpakt en de halskraag

vlekkerig wit, het donker slorpt

het zwart van zijn hoge hoed bijna op

nog beweegt hij zich niet, zijn zachtaardige, melancholische

ogen glanzen als van iemand die al het zeer en alle

treurnis van de wereld heeft gezien maar desondanks

het leven liefheeft en zijn troost uit de oudste

geschriften, uit de psalmen put -

“...licht, ja, zou mij het sterven vallen als ik wist

dat ik onsterfelijk was...'