Musici en collega's over een onsterfelijk componist

Bart Schneemann, hoboïst, artistiek leider Nederlands Blazersensemble

Frans Brüggen, dirigent Foto Lex van Rossen FRANS BRUGGEN T.A.V. C.S, NANDAN FOTO LEX VAN ROSSE Rossen, Lex van

“Alles wat Mozart aanraakte veranderde in goud. Daarin is hij een van de zeer weinigen. Zijn muziek is altijd op zijn minst heel erg goed. Maar je moet die genialiteit wel leren horen. Ik had vroeger als orkesthoboïst weinig met de Praagse symfonie, maar dat was omdat ik de muziek niet begreep. Dat kwam weer doordat dat zij gewoon niet goed werd uitgevoerd. Als kind zag ik de symfonieën op de televisie, braaf uitgevoerd onder Karl Böhm. Dát was hoe je Mozart toen speelde - als zoetgevooisde poederdozenmuziek. Maar dat is larie, een leugen. Gelukkig hebben specialisten als Brüggen en Harnoncourt dat beeld bijgesteld.

“Bij het ontdekken van de echte Mozart helpt het je in zijn persoon te verdiepen. Ik heb veel van zijn brieven gelezen. Een opstandige jongen, stoutig, recalcitrant. Hij wilde het publiek jennen. Maar vooral: met zijn muziek verbazen. Waar een “normale' componist op een bepaald punt naar links afbuigt, gaat Mozart naar rechts. Blazersmuziek was toentertijd veelal gewoon gebruiksmuziek. Maar Mozart nam met dat “gewoon' geen genoegen. Overal bouwt hij verrassingen in, onverwachte accenten. Het was een man met ontzettend veel lagen in zijn persoonlijkheid, en die gelaagdheid zit ook in zijn muziek. Natuurlijk had hij gevoel voor muziek voor miljoenen, maar dat was maar een aspect. In de opera's zie je weer hoezeer hij de maatschappij en de menselijke natuur doorzag.

“De Gran Partita is voor mij zijn allerrijkste stuk voor blazers. Het begint met een gebroken Es-groot akkoord. Geen bijster origineel gegeven; les één voor een kind van 6. Maar Mozart kan vanuit de grootse eenvoud een meesterwerk maken. Daarin is hij niets minder dan een tovenaar.“

Antonin Dvorák (1841-1904)

“ Mozart is zonneschijn.“

Frans Brüggen, dirigent

“Mozart is de enige componist die niet is te analyseren. Hij ontspringt dat altijd, hij is een wispelturig groot genie - hij laat zich niet vangen. Vanwege die speciale Mozartiaanse eigenschap is hij ook alleen te vergelijken met Beethoven. Dat heeft vergaande consequenties. Haydn en Mozart in hetzelfde concertprogramma is mis. Ze liggen dicht bij elkaar maar het verschil is te groot. Mozart wint altijd en dat verdient Haydn niet. Haydn en Beethoven in één concert s prima. Mozart en Beethoven is al iets minder goed, maar kan. Een heel Mozartprogramma is uitstekend. Het unieke van Mozart is zijn ongrijpbaarheid, meesterlijk getroffen in de film Amadeus.“

Franz Schubert (1797-1828)

“Oh Mozart, onsterfelijke Mozart, hoe oneindig veel inspirerende vermoedens van een verfijnder, beter leven heb je in onze zielen achtergelaten....“

Charlotte Margiono, sopraan

“De uniciteit van Mozart is niet uit te drukken; hij is baanbreker in, een pijler onder de muziekgeschiedenis. Je kunt lang miepen over het goddelijke talent van Mendelssohn, dat onomstotelijk is, maar er is geen componist die zo nadrukkelijk iets heeft gezegd als Mozart - behalve Bach natuurlijk. Ik heb ontzettend veel Mozart gezongen. Dankzij Edo de Waart, die vroeg me halverwege de jaren tachtig voor het eerst voor een Mozart-concertprogramma. EhMozart? Op het conservatorium had ik wel eens een aria uit Die Zauberflöte gezongen, maar ik was zeker geen kenner. Daarna werd het snel meer, en ontdekte ik dat ik Mozart ook erg leuk vond om te zingen. Zijn muziek eist dat je, zoals Ed Spanjaard zou zeggen, als vocalist toch instrumentaal blijft denken. In het begin pakte ik het tamelijk intuïtief aan, later werd het met dirigenten als Harnoncourt, Brüggen, Gardiner en Herreweghe, serieus. Maar eigenlijk wordt me pas nu ik zelf ook zanglessen geef duidelijk hoe magisch Mozarts wereld werkelijk is, en hoe goed het is voor een zanger om zo rationeel en instrumentaal met de stem te leren omgaan. In Mozart moet je steeds weer alles uit de kast halen om de breedte, de smalte, de diepte- en de hoogtepunten optimaal tot klinken te brengen. Zijn muziek is een soort vocale Bijbel - enerzijds iets alledaags, anderzijds altijd een uitdaging.

,,Ik ben nu 51. Voor een Mozart-sopraan is dat op leeftijd. Ik zal komend seizoen nog meewerken aan de cyclus van Mozarts Da Ponte-opera's (Don Giovanni, Le nozze di Figaro en Così fan tutte) bij de Nederlandse Opera, en daar ben ik erg blij om. Het gaat me vooralsnog ook nog hartstikke goed af. Maar het zullen waarschijnlijk mijn laatste Mozart-producties zijn. Ik ontwikkel me vocaal gewoon een andere kant op. En als je breder en ruimer en groter gaat zingen - wat zeker het geval is nu ik ook de rol van Brangäne zal doen in Wagners Tristan und Isolde - moet je in de hoogte gaan oppassen. Maar zoals Mozart tot nu toe als rode draad door mijn leven loopt, zo zal dat altijd blijven. In het lesgeven, en in mijn vrije tijd. Voor mijn lol speel ik altviool. Als superamateur, maar dat maakt niks uit. Ook in de kamermuziek is Mozart weer m'n vriendje. En dat gevoel blijft dus dankzij die alt gelukkig ook bestaan als ik te oud zal zijn om nog te zingen.“

Aaron Copland (1900-1990)

“In zijn muziek was Mozart waarschijnlijk de meest redelijke van alle grote componisten. De gelukkige balans tussen gevoel en zelfdiscipline, eenvoud en stilistisch raffinement - dat is specifiek Mozart. () Hij drukt zich uit met een spontaniteit, verfijning en een adembenemende waarachtigheid die nooit meer is geëvenaard.“

Ronald Brautigam, pianist

“Pianist Artur Schnabel zei dat de pianosonates van Mozart te makkelijk zijn voor kinderen, en te moeilijk voor professionele pianisten. Die uitspraak zou model kunnen staan voor mijn eigen, inmiddels 40-jaar lange relatie met Mozarts muziek. Als kind en student kon ik niet door de eenvoud van zijn sonates heen zien, waardoor de “binnenkant' van zijn muziek, het kloppend hart, het raffinement, de levensvreugde en de dramatiek voor mij verborgen bleven. Pas later, na jarenlange studie van zijn muziek en de fortepiano, veranderde dat. Nog elke dag doe ik nieuwe ontdekkingen tijdens het studeren en uitvoeren van zijn muziek: een continu “werk in uitvoering', waarbij de muziek nooit haar frisheid verliest. Zo blijf ik als vertolker gedwongen om mijn met moeite veroverde interpretaties dagelijks bij te stellen en kan ik zijn muziek werkelijk spelen “alsof de inkt van de noten nog nat is'.

Joseph Haydn (1732-1809)

“Ik was een tijdlang mezelf niet na Mozarts dood, en kon niet geloven dat de Voorzienigheid een zo onvervangbaar man al zo snel naar de andere wereld had gestuurd.“

Janine Jansen, violiste

“Als ik de muziek van Mozart in een paar woorden zou moeten beschrijven, wat natuurlijk niet kan, dan zouden dat deze zijn: puurheid, hemelse schoonheid, muziek zonder poespas. De uitdaging van Mozarts muziek ligt ook daarin besloten - in die puurheid. Je kunt je als uitvoerende achter niets verbergen. De klank is altijd heel open, waardoor je elke kleine imperfectie of onzuiverheid meteen hoort. Ik ben als kind met Mozart opgegroeid. Een van de eerste stukken die ik zelf speelde was een divertimento voor strijkers, in de eerste jaren dat ik vioolles kreeg van pedagoge Coosje Wijzenbeek. Met haar ensemble, de Fancy Fiddlers, speelden we sowieso veel Mozart, en sindsdien heb ik veel kamermuziek gespeeld: pianotrio's, pianokwartetten, duo's, sonates, het klarinetkwintet en natuurlijk de vioolconcerten. Maar een van mijn lievelingswerken blijft het langzame deel uit de Sinfonia concertante voor viool, altviool en orkest. Vooral de laatste tutti-maten van dat deel raken me zo diep dat het bijna pijn doet.“

Edvard Grieg (1843-1907)

“In Bach, Beethoven en Wagner bewonderen we vooral de diepte en de energie van het menselijk brein; in Mozart het goddelijk instinct. Zijn mooiste invallen lijken überhaupt niet door menselijke arbeid te zijn aangeraakt. () Mozart heeft het kinderlijk-gelukkige Alladin-karakter dat alle moeilijkheden als in een spel te boven komt. Hij schept als een God, zonder pijn...“