Later

Je handen in het water, je netten ophalen, je vis

de ochtend is een gestolde schreeuw in je keel

het is niet genoeg nu hij een verte blijkt te zijn

nu hij zijn vader gevonden heeft, je vingers zijn

naakt en gescheurd, als de randen aan dat meer

van oker, je lege netten, wanneer ze je roepen en

zeggen dat hij deze dood ingehaald heeft, maar

in je oren het kraaien van de hanen, van alsmaar

die ene nacht toen je niet wilde weten van liefde

nu ze om je schreeuwen en je trekt het kleed aan

plooit het witte hemd, springt de maalstroom in

van wat zijn vislichaam jou ooit aangereikt heeft.

De verloochening van Petrus
    • Albertina Soepboer