Knus tijdens de kaalslag

Een van de best bezochte tentoonstellingen vorig jaar was Knus, in het Noord-Brabants Museum in Den Bosch. Het thema was “Nederland in de jaren vijftig' en daar kwamen 170.000 mensen op af, een record voor een lokaal museum. Maar die knussigheid, geachte museumbezoeker, ziet u helemaal verkeerd, beweren historici, sociologen en andere deskundigen steeds vaker. Die naoorlogse jaren waren een naargeestige episode in een benepen land met een verzuilde, onmondige en gezagsgetrouwe burgerij die zich in domineestaal van alles liet aanpraten door regenten. En wie wil weten hoe het er bij die burgers thuis aan toe ging, moet de net verschenen, half-fictieve roman De bekoring van Hans Münstermann er maar op na lezen - over een slovende moeder die in de jaren vijftig haar kroost, immer bronstige echtgenoot en benauwde bovenwoninkje in de steek laat om écht te gaan leven.

De malaise van die jaren viel wel mee, zo hebben de tientallen, recent verschenen zwart-wit fotoboeken over die jaren vijftig al laten zien. En aan die stroom zijn er nu weer twee toegevoegd: Algemeen Hollands met ruim 200 zwartwit-foto's van Ben van Meerendonk en De achterkant van het Polygoonjournaal, met 150 anonieme opnamen uit omstreeks 1955 die samen een landschappelijk wel poëtische, maar verder bloedeloze 'stand van het land' opleveren.

Van Meerendonk (1913) startte na de oorlog een eenmansbedrijf met de lefgozerige naam Algemeen Hollands Fotopersbureau. Hij kreeg opdrachten van De Waarheid en Het Parool, werd mede-oprichter van World Press Photo en ontving tot driemaal toe de Zilveren Camera. In 1969 stopte hij ermee en had intussen een archief vergaard van 70.000 negatieven.

Met esthetiek en originaliteit heeft deze fotograaf zich nooit beziggehouden. Van Meerendonk klikte wat geklikt moest worden en deed dat adequaat, zonder het sociale engagement dat je als fotograaf in die tijd behoorde te hebben. Het boek weerspiegelt de diversiteit van zijn opdrachten: portretten van Robert Kennedy, Martin Luther King en de vier Oranje-prinsesjes op Schiphol; Maria Callas in het Concertgebouw en de grieperige Godfried Bomans in bed. Tussen die sterren en hoogheden, stappen in het boek een negentigjarige Amsterdamse kapper en kolensjouwer rond, een gezelschap van Brigitte Bardot-lookalikes, een hoerenloper, en kleuters die een beetje bang op de Dam met oom agent op de foto gaan. Hoe leeg de straten, pleinen of bouwterreinen ook waren, Van Meerendonk wachtte net zo lang tot er een mens het beeld in liep.

Amsterdam oogt in de jaren vijftig net zo rustig als zijn inwoners - geen 'dikke ikken' en korte lontjes, maar veel brave, keurig geklede mensen die al jong hadden meegekregen dat gewoon doen al gek genoeg was. En hoe zeer het gewone van toen inmiddels ook verbijzonderd is - van kapsels tot gevels, van middenstand tot verkeer - toch zoek je graag naar buitenbeentjes, zoals het eigenwijze hoofd van de schilderes Lizzy Ansingh, of Robert Jasper Grootveld die op zijn vlotje in de gracht vakantie hield en het later tot antirookmagiër zou schoppen, en de bloedserieuze uitvinder A. van Zutphen, die met een elektrische stofzuiger iets uitspookt in een schuimende wasteil.

In haar inleiding schrijft Marina de Vries getroffen te zijn door de armoede op Van Meerendonks foto's, én door de saamhorigheid van de burgerij. Die armoede is er inderdaad, en vooral in de vorm van kaalslag, grauwe muren, gevels zonder neon. Maar in hoeverre is die 'armoede' een projectie van de 21ste-eeuwse burger, die zich met méér of minder geld hoe dan ook kan wentelen in overvloed? Zoals ook in die andere jaren-vijftigboeken krijg je namelijk niet de indruk dat er nou zo vreselijk onder die soberheid geleden werd. Het leven was kort daarvoor veel troostelozer geweest en kon er nu alleen nog maar op vooruit gaan.

De oorlogsjaren en dat vooruitgangsdenken hebben ongetwijfeld bijgedragen aan het gevoel van saamhorigheid, waar De Vries het over heeft. Maar saamhorigheid gaat verder dan de knussigheid waar menige burger nu naar zou terugverlangen. Je komt op deze foto's ook geen grootmoeders bij pruttelende petroleumstelletjes tegen of tevreden gezinnen die onder de schemerlamp mens-erger-je-nieten. Wat nu voor knussigheid doorgaat moet ooit dat vanzelfsprekende gevoel van vertrouwen en veiligheid zijn geweest. En dat zie je wél aan deze foto's.

F. de Jong: Algemeen Hollands: Ben van Meerendonk en zijn Fotopersbureau. Aksant, 224 blz. euro 29,90

Geert Visser en Renée van Maarsseveen (red.) : De achterkant van het Polygoonjournaal. Nederland rond 1955 in 150 foto's. Adr. Heinen, 168 blz. euro 19,95

    • Marianne Vermeijden