'Impulsief' college Apeldoorn treedt af

De zeven wethouders van de gemeente Apeldoorn zijn afgetreden. Zij nemen hun verantwoordelijkheid voor fouten die in de afgelopen tien jaar zijn gemaakt rond de verhuizing van de technische groothandel Reesink van Zutphen naar Apeldoorn.

Nadat in 1997 een overeenkomst was gesloten, raakten gemeente en bedrijf in conflict over het tempo van grondlevering en bebouwing. In juridische procedures is Reesink in het gelijk gesteld. De schadevergoeding moet nog worden bepaald.

Een raadscommissie oordeelde twee weken geleden dat het college onzorgvuldig en impulsief heeft gehandeld, de raad onvoldoende heeft ingelicht en Apeldoorn grote schade heeft berokkend. Bij het verstrekken van een bouwvergunning heeft het college de schijn gewekt zijn macht te hebben misbruikt om de vergunningverlening te vertragen.

De gemeenteraad nam gisteravond tijdens een raadsvergadering de conclusies over, waarna de zeven wethouders (CDA, VVD, PvdA en Leefbaar Apeldoorn) besloten op te stappen. De raad had niet om hun vertrek gevraagd. De komende maand handelen de wethouders nog lopende zaken af. Burgemeester G. de Graaf blijft in functie. Wethouder M. van der Tas stelde dat het college naar eer en geweten heeft gehandeld, maar erkende dat in dit dossier 'bedrijfsblindheid' was opgetreden. 'De tegenspraak in eigen huis moet beter' , aldus de wethouder, volgens wie intern maatregelen zijn genomen. Voorzitter H. van den Berge van de onderzoekscommissie noemt het aftreden 'logisch'. Hij gelooft niet in de onder meer door Groenlinks geopperde theorie dat collectief aftreden moet voorkomen dat de Reesink-affaire de raadsverkiezingen bepaalt. 'Dit zal een belangrijke rol spelen.'