Het kleine verschil tussen Brit en Bosjesman

Een auteur van reisverslagen heeft niet de vrijheid om zomaar op te schrijven wat hij wil. Hij moet vertellen over de vreemde landen die hij heeft bereisd, de nieuwe dingen die hij heeft ontdekt en de wonderlijke mensen die hij heeft ontmoet. Maar om geloofwaardig te blijven, moet hij zich ook conformeren aan de culturele oordelen en vooroordelen van zijn publiek. Een reiziger verkent een grens en beschrijft een 'ander', maar hij mag zich niet te veel met die ander vereenzelvigen, anders verliest het verslag een van zijn essentiële functies: het toetsen van de gewoonten van vreemde volken aan de eigen normen.

Richard Burton, geschilderd door Richard Leighton, 1875 RICHARD BURTON (1821-1890). British explorer and Orientalist. Oil on canvas, 1876, by Lord Leighton. Ullstein bild

Een reiziger die zijn leven lang met de 'wetten' van het reisverslag heeft geëxperimenteerd is de grote ontdekker, antropoloog, talenkenner en diplomaat Richard Burton (1821-1890), die niet alleen rusteloos reisde en zijn tochten in lijvige werken vastlegde, maar ook vertalingen maakte van werken als de Duizend-en-één-nacht en het liefdeshandboek de Kamasoetra. Burtons leven en oeuvre zijn zo omvangrijk en gevarieerd dat het debat over zijn erfgoed nog steeds niet ten einde is, ondanks een groot aantal biografieën en studies. Dat komt voor een deel door zijn tegendraadse natuur, die hem tot het enfant terrible van de Britse buitenlandse dienst maakte, maar ook door de complexiteit van de tijd waarin hij leefde, de hoogtijdagen van het Victoriaanse tijdperk en het Britse Wereldrijk.

De ongrijpbaarheid van Burtons persoonlijkheid, die gevormd was door zijn jeugd in Frankrijk en Italië, wordt deels veroorzaakt door zijn vermogen tot impersonatie. Al in India, waar hij als soldaat diende na zijn studie Oosterse talen in Oxford, nam hij de gewoonte aan inspectietochten te ondernemen in autochtone outfit, maar zijn eerste grote bekendheid verwierf hij nadat hij in 1853 de pelgrimstocht naar Mekka had volbracht in de gedaante van een derwisj van Afghaanse afkomst. Hij werd daarbij geholpen door zijn donkere, zigeunerachtige complexie. In een kort verslag over deze onderneming, een lezing die hij in Brazilië heeft gehouden en die nu opnieuw is uitgegeven door de Huntington Library, wordt duidelijk hoe intens Burton zich met zijn rol vereenzelvigde. Als er op het schip naar Djedda een vechtpartij uitbreekt, vecht Burton lustig mee en als men hem bij het graf van Mohammed argwanend aankijkt, vreest hij niet dat hij als ongelovige zal worden ontmaskerd, maar vermoedt hij dat de anderen vanwege zijn accent denken dat hij een sjiiet is, en sjiieten misdragen zich soms op deze plek.

Hoewel de Victorianen gefascineerd waren door verkleedpartijen en vermommingen en het niet ongebruikelijk was dat reizigers zich in autochtone kledij hulden, ging Burtons gedaanteverwisseling voor sommigen te ver. Men vroeg zich af of Burton zich niet van de eigen samenleving had afgewend en zich tot de islam had bekeerd, een godsdienst die hij met iets te veel inlevingsvermogen beschreef. Met die kritiek probeerde men ook afbreuk te doen aan het hachelijke karakter van zijn expeditie. Bij zijn tweede grote onderneming, de verkenning van de binnenlanden van Oost-Afrika tussen 1855 en 1859, probeerde Burton zich aanvankelijk weer een gedaante aan te meten die zijn omgang met de locale bevolking zou moeten vergemakkelijken. Maar hier bleek vermomming zinloos, niet alleen vanwege zijn huidkleur, maar ook omdat hij er niet in slaagde zich met de zwarte stammen te vereenzelvigen. De ironie wil dat zijn expeditiegenoot John Speke, juist een onmiskenbare telg van de Britse gegoede middenklasse die nauwelijks talen sprak en eigenlijk alleen was meegegaan om wild te schieten, uiteindelijk de geschiedenis in ging als de ontdekker van de bron van de Nijl, een teleurstelling die Burton voor het leven tekende.

Burtons spectaculaire expedities, de tragische wendingen in zijn levensloop, zijn gedrevenheid en zijn controversiële aard hebben de meeste biografen ertoe verleid hem te zien als een volstrekt originele persoonlijkheid, die aan het keurslijf van zijn tijd en maatschappij was ontstegen. In zijn biografische studie The Highly Civilized Man probeert Dane Kennedy deze mythologisering van Burton enigszins te temperen, door zich bij de beschrijving van Burtons leven vooral te richten op zijn verhouding tot de Victoriaanse cultuur en mentaliteit. Kennedy betoogt dat Burton misschien een voorloper was van het latere modernisme, maar dat hij zeer zeker ook een exponent was van zijn tijd en van de dilemma's waarmee zijn intellectuele tijdgenoten, Britten in een tijd van wereldwijde veroveringen, worstelden. Wat was de relatie tussen een 'beschaafde' Brit en een Bosjesman? Hoe verhield het christendom zich tot het hindoeïsme of de islam? Lag het wezen van de grote verscheidenheid in de evolutie of in de schepping? Dit soort vragen beheerste ontluikende moderne wetenschappen als de biologie en de volkenkunde.

Volgens Kennedy schuilen Burtons originaliteit en genie vooral in zijn onvermoeibare pogingen om de grenzen tussen culturen te verkennen en de verschillen te inventariseren, te benoemen en te beredeneren, waarbij hij zich niet beperkte tot boekenwijsheid. Maar het was misschien nog belangrijker dat Burton zijn ervaringen niet alleen beschreef, maar ze ook inzette ten behoeve van een radicale kritiek op zijn eigen maatschappij. De thuisblijvers werden niet bevestigd in hun oordelen, maar werden ruw uit hun zelfgenoegzame superioriteitsgevoel gewekt. Burtons omzwervingen moeten volgens Kennedy mede worden gezien als een intellectueel traject, dat via een uitgesproken rassentheorie, religieuze scepsis en seksuele emancipatie uitmondde in een moderne vorm van cultuurrelativisme.

Burtons kruistocht tegen de benepenheid van de Britse middenklassementaliteit kreeg allereerst de vorm van religieus non-conformisme. Door zijn sympathie voor de islam wrikte hij aan de vanzelfsprekende superioriteit van het christendom en toonde hij de verdiensten van andere religies, misschien niet zozeer in theologische zin, maar vooral als sociaal en cultureel verschijnsel. Daarna choqueerde hij zijn publiek met zijn beschouwingen over de zwarten in Afrika, die hij enerzijds als een inferieur ras beschreef, maar waarvan hij een aantal gebruiken verdedigde vanwege hun sociale functie binnen de inheemse maatschappij. Sommige gebruiken getuigden volgens hem van meer gezond verstand dan veel irrationele gewoonten in de “beschaafde' wereld. Zo had Burton veel waardering voor de seksuele gebruiken bij de Oosterse en Afrikaanse volken die hij bezocht: in 'primitieve' maatschappijen heerste tenminste niet de verstikkende, hypocriete en geborneerde seksuele moraal die zo kenmerkend was voor de Victoriaanse tijd. Burton zette zijn betoog voor seksuele bevrijding kracht bij met zijn vertalingen van Oosterse erotica.

Het belang van Kennedy's boek reikt verder dan een aanvulling op bestaande biografieën en een herziening van ons beeld van Burton als persoon en cultureel fenomeen. Als Burton wordt gezien als voorloper van het cultuurrelativisme zoals dat in de loop van de twintigste eeuw vorm kreeg, is zijn werk ook relevant voor het huidige debat over culturele diversiteit, oriëntalisme en beeldvorming van andere culturen. Het gaat er daarbij niet om een moreel oordeel te vellen over Burton, als woordvoerder van het negentiende-eeuwse 'wetenschappelijke racisme', maar veel meer om zijn bijdrage aan het proces van het vergaren en verwerken van kennis over andere volken, dat onontkoombaar verschillende fasen van categorisering en epistemologische afbakening doorloopt. Daarmee bevinden Burtons leven en werk zich in het brandpunt van de nog altijd actuele discussie over de vraag of de historische beeldvorming over andere culturen moet worden verklaard uit de wens om politieke, economische en culturele expansie te rechtvaardigen, of moet worden gezien als een noodzakelijke fase in de constructie van een gedifferentieerd beeld van een heterogene wereld.

Dane Kennedy : The Highly Civilized Man. Richard Burton and the Victorian World. Harvard University Press, 354 blz. euro 25,95

John Hayman (ed.) : Sir Richard Burton's Travels in Arabia and Africa. Four Lectures from a Huntington Library Manuscript. Huntington Library, 109 blz. 12 pond 50

    • Richard van Leeuwen