Handen

De ene en de andere hand

Ze weten niet van elkaar

De een verdween, de ander bleef

Gescheiden door 372 jaar

Ik kijk ernaar, dan naar mijn hand die schrijft

Portret van Johannes Wttenbogaert

Hoe hij streek voor streek

De hand legde op het hart

Met zijn vingers bijna de geschilderde raakte,

De waarheid van het vermoeide hoofd

Rustend op de fijn geplooide kanten kraag.

De man verdween, zijn beeld bleef achter

De stille hand wijst op de schildershand

Die hier tot stilstand kwam.

Ik trek mij terug en licht de hand

Met wat ik schreef tot hier.