Fonds krijgt een prikje

Tussen de films door wordt in Rotterdam ook gepraat over het conflict tussen Nederlandse producenten en het Filmfonds.

Scène uit de wonderlijke film 'Johanna' (Joan) van de Hongaarse regisseur Kornél Mundruczó, die morgen te zien is op het festival.

Het is nu bijna vijf maanden geleden dat de gezamenlijke Nederlandse speelfilmproducenten hun vertrouwen opzegden in de belangrijkste subsidiegever, het Nederlands Fonds voor de Film. Dat gebeurde tijdens het Film Festival in Utrecht. De producenten vonden dat het Fonds zich te veel met de inhoud begon te bemoeien.

Wat er in de tussentijd onderling is besproken, weet de buitenwereld niet. Fondsdirecteur Toine Berbers is dus al vijf maanden subsidie aan het uitdelen aan mensen die hem niet vertrouwen. Dat is schadelijk voor het imago van zijn Fonds en de hele sector.

Nu zijn we al weer bij het volgende festival aangeland en de meeste betrokkenen lopen hier rond alsof er niets aan de hand is. Reden te meer om in afwachting van de uitkomst van het overleg een speldenprikje uit te delen. Dat prikje is morgen in Rotterdam te zien in de vorm van de korte film Monddood van Jan Wouter van Reijen. Hij maakte - mét subsidie, maar dan van het Thuiskopiefonds - een speels en ernstig protest van een kwartiertje. De film bestaat uit een enkele animatie, 37 portretten van mensen die zich de mond niet laten snoeren en een stukje onbetaalbare found footage van een monnik die zichzelf geselt. Verder leest Van Reijen buiten beeld teksten voor uit publicaties over het Filmfonds, waaruit blijkt hoe het doel veranderde van het bevorderen van kunstfilms in het versterken van 'de marktpositie van de filmproductie'.

Van Reijen duwt zijn speld door als hij bij Fondsdirecteur Berbers is aangekomen. Hij citeert de nieuwsbrief van het Fonds die de voormalige Volkskrant-journalist in 2001 voorstelde als 'een onbevangen buitenstaander'. Van Reijen commentarieert: 'Nooit iets met het vak te maken gehad. Dat vinden ze daar een voordeel. Ik ben blij dat mijn huisarts en mijn apotheker en mijn loodgieter daar anders over denken.'

Heel ander prikje (morfine) zat in de wonderlijke film Johanna van de Hongaar Kornél Mundruczó, een gezongen sprookje over een verslaafde blondine die als verpleegster wonderen weet te verrichten. Parapluies de Cherbourg , maar dan somber en claustrofobisch. De film is behalve een opera van klank (van Zsófia Tallér) ook en vooral een symfonie van licht en donker. Patiënten, artsen en verpleegkundigen zwerven door de gangen van dit ziekenhuis, waar de lichten naar eigen goeddunken aan en uit gaan. Het hele beeld, de decors, de kostuums, de gezichten en lijven, zijn bijna tastbaar op het scherm gebracht. De camera lijkt wel haast te hebben om alles in beeld te kunnen brengen, hij gaat als een teek over de set en nestelt zich in de kleinste plekken.

Typische Rotterdam-film zeggen de bezoekers dan, en dat kan zowel positief als negatief zijn.

'Monddood', za 14.15u in Lantaren Venster 1. Johanna, zo 19u. Pathé 4.

    • Bas Blokker