Europese zorgen over asielkinderen

In het parlement van de Raad van Europa in Straatsburg kreeg minister Verdonk gisteren kritiek op haar uitzetbeleid. De parlementariërs maakten zich vooral zorgen over de positie van kinderen.

De plaats van handeling: Straatsburg. Een journalist vraagt Rita Verdonk voor aanvang: moeten we nu Frans praten? De minister van Vreemdelingenzaken en Integratie antwoordt licht geïrriteerd dat ze de discussie over Nederlands op straat 'te kort door de bocht' vindt. Iemand die als toerist in een ander land is, mag van haar echt nog wel zijn eigen taal spreken. 'Dat lijkt me logisch.'

Het decor: het hoofdkwartier van de Raad van Europa. Dat is een soort miniatuur van de Europese Unie - alleen wat sjofel. Het oranje op de gangen oogt erg seventies en de bankjes zijn hier en daar versleten. Maar het heeft ook een echt parlement, dat via een bruggetje is verbonden met het Europees Parlement. De landen van het nieuwe Europa kunnen hier leren wat democratie is. Deze week wordt er gepraat over mensenrechten in Tsjetsjenië, Wit-Rusland, Azerbajdzjan. Én Nederland. Het debat van deze donderdag gaat namelijk over het asielbeleid van enkele Europese landen, in het bijzonder dat van Rita Verdonk.

De spelers zijn enkele buitenlanders - er zijn hier politici uit 46 landen - en ongeveer net zo veel Nederlanders. Hoewel de laatsten zeggen dat ze het niet te willen, wordt het toch een beetje een Nederlands debat.

Het gaat over een rapport van een Zwitserse parlementariër, Rosmarie Zapfl-Helbling. In Straatsburg had men gehoord van de protesten tegen het uitzetten van 26.000 uitgeprocedeerde asielzoekers in Nederland. De christendemocrate ging daarom op onderzoek. Ze schrijft dat de kern van Verdonks beleid klopt: bij een effectief asielbeleid hoort een efficiënt uitzetbeleid.

Maar ze heeft ook kritiek. Ze maakt zich veel zorgen over de positie van kinderen van uitgeprocedeerde asielzoekers in Nederland. Die kunnen worden opgesloten, net als oude en zieke mensen. Zapfl-Helbling vraagt zich af of kinderen die in Nederland zijn geboren en daar jaren wonen, sowieso wel moeten worden uitgezet.

Verder heeft ze zorgen over politici die hun kiezers bang maken voor immigranten, in Zwitserland en Groot-Brittannië. Verdonk noemt ze in dat verband niet. Maar tegen deze krant geeft ze een dag eerder wel een duidelijk oordeel over haar recente uitspraak over het spreken van Nederlands op straat: 'Rein Rassismus - puur racisme.'

Verdonk vindt het een 'positief rapport', zegt ze in het parlement. Ze spreekt Nederlands. GroenLinks-senator Leo Platvoet begint in het Engels. 'Ik ben blij dat ik zelf kan kiezen welke taal ik hier spreek.' En hij heeft óók veel lof voor het rapport. Als de minister het er mee eens is, zegt hij, dan zal ze wat aan haar beleid moeten veranderen.

Dat vindt ook Eerste-Kamerlid Ed van Thijn (Nederlands sprekend). 'Het betekent dat terughoudender zal worden omgesprongen met het middel detentie, zeker wat betreft kinderen.' Een Deense liberaal, Morten Østergaard, hoorde dat Nederland, net als zijn eigen land, asielzoekers wil terugsturen naar centraal-Irak. Hij kan het moeilijk geloven. 'Dames en heren, Irak! Waar duizenden soldaten proberen te zorgen voor veiligheid.'

'Ik ben ook geen voorstander van het opsluiten van kinderen', zegt Verdonk in haar tweede termijn. Ze heeft goed geluisterd naar de kritiek, vertelt ze, en wil er wat mee doen. 'Ouders kunnen een keuze maken: alleen de ouders in detentie, of alleen de vader.' Kinderen hoeven niet mee. Tijd voor meer vragen van parlementariërs is er niet, haar vliegtuig wacht. Maar in een vraaggesprek met journalisten, voorafgaand aan het debat, had ze haar belofte al aangekondigd.

Wat wilt u nu precies veranderen?

'We gaan nog een keer duidelijk maken aan ouders dat zij er ook voor kunnen kiezen hun kinderen elders te laten opvangen. We zijn er achter gekomen dat dat misschien toch niet altijd even helder was. En we hebben de setting vriendelijker gemaakt.'

Wat betekent dat concreet: dat er tehuizen komen voor die kinderen?

'Nou... of dat ze mogen blijven bij familie, bij bekenden. Daar zijn allerlei manieren voor.'

En als die familieleden er niet zijn?

'Het blijkt toch in heel veel gevallen dat dat wel zo is.'

    • Jeroen van der Kris