Een rode jurk is een teken

Maureen Dowd is sinds tien jaar de enige vrouw die een column mag schrijven op de opiniepagina van de The New York Times. 'One of the guys' is ze in de macho omgeving van de voorname krant nooit geworden. Maureen Dowd speelt de troef van girlie-girl.

Maureen Dowd Foto Fred Conrad Conrad, Fred

Al sinds het Reagan-tijdperk beschrijft Dowd de Amerikaanse politiek, altijd door bij voorkeur in te zoomen op het persoonlijke. Op de Times-burelen is dat lang als een typische vrouwenkwaal beschouwd. Ten onrechte, zei Dowd in New York Magazine. Zij wijt de trauma's van de Amerikaanse politiek, van Vietnam, via Watergate tot Iran-contra, aan de persoonlijke afwijkingen van de opeenvolgende presidenten.

Dowd draagt graag korte rokjes, een roze Burberry-jas en presenteert zich heel geslepen als sympathiek dwaasje. Oeps, haar laptop had ze op journalistiek bloedstollende momenten 'once or thrice' in een taxi laten liggen. Op haar 53ste is Dowd nog altijd het meisje dat riddergevoelens oproept - en dan toeslaat.

In 1999 kreeg Maureen Dowd de Pulitzerprijs voor een reeks columns over het pandemonium rond Bill Clinton en Monica Lewinsky. Even bekend zijn voor haar lezers haar eigen affaires met belangrijke mannen. Zoals filmster Michael Douglas en Aaron Sorkin, de bedenker van de televisieserie The West Wing over het Witte Huis. Tot de basiskennis in echoput Washington behoort de wetenschap dat zelfs George Bush sr. een zwak heeft voor Dowd en haar e-mails stuurt - ook na het verschijnen van haar vernietigende boek Bushworld.

Als het om mannen gaat mag Maureen Dowd dus een ervaringsdeskundige heten. De titel van haar nieuwe boek, Are men necessary?, is op zichzelf ook genoeg om het te willen hebben. Sommige titels zijn te leuk om in de boekenkast op te sluiten. Daar moet bijvoorbeeld bezoek op stuiten, om dan in lachen uit te barsten.

Voor het omslag, vormgegeven als een cartoon, liet Maureen Dowd zich afbeelden als bimbo-met-brein in de metro. Roodharig, met ronde billen in een rode jurk. En overal rond haar loeren mannenogen, maar tevergeefs. Zij Leest!

Haar moeder, schrijft Dowd, leerde haar dat een onzeker meisje eerst maar eens een rood jurkje moet aantrekken. Dowd nam dat advies ter harte en noemt het meisje in de rode jurk 'voor altijd' haar 'teken van moed'.

Dat is precies de houding waarover net een ander, en beter boek is verschenen: Female Chauvinist Pigs van Ariel Levy (Boeken. 11.11.05). Dat gaat over het onder vrouwen levende misverstand, dat bimbo-gedrag een verworven vrijheid zou zijn. Female Chauvinist Pigs is stukken coherenter dan Are Men Necessary?. Dowds boek is eerder een verzameling adekdotes van een intellectuele bimbo, die met veel 'ya know's' en woordspelingen bij elkaar wordt gehouden.

In de Verenigde Staten is Are Men Necessary? overwegend slecht tot vernietigend besproken. De strekking van de meeste recensies is dat van een Pulitzer-winnares iets meer originaliteit mag worden verwacht dan de vaststelling dat 'een hoog IQ de kansen op een huwelijk van een vrouw verkleint'. 'Yesterday's news', noemde The Washington Post het.

Are men necessary? is geen boek om even weg te leggen - omdat je daarna geen flauw idee meer hebt van het betoog waarin je nu weer was beland. Waarom meisjes nog altijd willen dat een man betaalt in restaurants? Hoe het mannelijk chromosoom over enige duizenden jaren uitgestorven zal zijn? Waarom de Cosmo-girl de seksuele vrijheid inluidde? Hoe Maureen koffie dronk met CNN-ster Christiane Amanpour in Saoedi-Arabië? En daar een volksopstoot veroorzaakte door - dommie! - een roze zijden jurkje aan te trekken?

Tot het laatst blijft onbegrijpelijk wat Maureen Dowd duidelijk wil maken in Are Men Necessary?, waarin voornamelijk stommiteiten van vrouwen worden beschreven. Maar daar staat tegenover dat het boek genoeg hilarische delen heeft, zoals dat over de anti-verouderingsindustrie, waarin Dowd schrijft over een Californische kudde elite-koeien die het collageen produceren om vrouwenlippen mee te te verwulpsen. En over de lip van een Times-verslaggeefster die na zo'n collageen-behandeling explodeerde.

Het laatste hoofdstuk is het beste, maar dat leunt dan ook zwaar op passages en zinsnedes die letterlijk uit de Pulitzer-columns zijn overgenomen. Hier neemt Maureen Dowd een paar grote seksschandalen uit de Amerikaanse politiek onder handen - van Anita Hill en rechter Clarence Thomas, via Paula Jones en Bill Clinton tot Monica Lewinsky en Bill Clinton. Niet de handtastelijke mannen komen er bij Dowd het slechtst vanaf, maar de feministen die er schande van riepen zolang het ze uitkwam (de benoeming van de zwarte conservatieve rechter Thomas die moest worden tegengehouden) en de andere kant opkeken toen dat beter leek voor de vrouwenbeweging (de Clintons waren vóór abortus). Hillary Clinton wordt door Dowd verweten dat ze het feminisme definitief in de uitverkoop zette door mee te werken aan bimbo-patrol, het zwartmaken van de minnaressen van haar man.

Maureen Dowd weet dat de meisjes die hun brille het smakelijkst verpakken, op veel mannen het minst bedreigend overkomen. In Are men necessary? is die verpakking een beetje met haar op de loop gegaan. Maar in haar columns blijft haar pen fataal.

Het universum van Maureen Dowd kent mannen (“Those poor darlings'), vrouwen en meisjes. Vrouwen zijn de ambitieuze Hillary Clintons op de wereld. De meisjes zijn het dodelijkst.

Maureen Dowd: Are Men Necessary? When Sexes Collide. Putnam, 338 blz. euro 26,-

    • Margriet Oostveen