De ware gelovigen zijn onder ons

Ze zijn autoritair, intolerant en beschouwen het compromis als een teken van zwakte. De oud-president van de Verenigde Staten Jimmy Carter erkent dat hij te laat de gevaren van de conservatieve christenen in zijn land heeft ingezien.

Jimmy Carter spreekt de Verenigde Naties toe in Trinity Church, New York, 1991 Foto AFP Former US President Jimmy Carter speaks to UN interfaith service 30 September 1991 at Trinity Church in New York. Carter's speech was entitled "The Present Role of the United Nations in a Changing World." AFP

Als president van de Verenigde Staten (1977-1981) kreeg Jimmy Carter te maken met drie ontwikkelingen die kenteringen zijn gebleken in de geschiedenis na de Tweede Wereldoorlog. In 1978 koos het college van kardinalen van de rooms-katholieke kerk een Poolse paus in de persoon van Johannes Paulus II. Een jaar later greep ayatollah Khomeiny de macht in Iran. En in 1979 werd in de Verenigde Staten de Moral Majority opgericht, een verbond van conservatieve christelijke dominees en zakenlieden.

Je zou misschien verwachten dat Carter als zelfverklaarde wedergeboren christen die zich dagelijks in gebed tot God richtte (soms wel 25 keer) de geschikte president was om deze religieuze aardverschuivingen in goede banen te leiden, maar niets was minder waar. In twee passages in Our Endangered Values, een schotschrift tegen de 'fundamentalisten' die volgens hem nu in Washington aan de macht zijn, blijkt hoe zeer hij door de ontwikkelingen in en buiten Amerika werd overvallen.

Toen Johannes Paulus in 1979 het Witte Huis bezocht, verbaasde Carter zich erover dat de paus aan gezag en discipline in zijn kerk meer waarde hechtte dan aan de katholieke bevrijdingstheologen die oppositie voerden tegen autoritaire regimes in Latijns-Amerika. Trouw aan Rome boven aandacht voor mensenrechten! Carter wist niet wat hij hoorde. Veiligheidsadviseur Zbigniew Brzezinski - zelf een Poolse-Amerikaan - moest hem uitleggen dat Johannes Paulus vanwege zijn afkomst geneigd was alle katholieke dissidenten als communist te brandmerken. Hij bekeek hen niet met een Latijns-Amerikaanse maar met een Oost-Europese bril.

Carter reageerde niet zozeer verbaasd als wel 'geschokt' toen hij datzelfde jaar van de nieuwe president van de Southern Baptists te horen kreeg dat hij allesbehalve de 'loyale en traditionele baptist' was waarvoor hij zichzelf hield, maar 'een seculiere humanist'. Bij zijn afscheid na een beleefdheidsbezoek in het Witte Huis deelde de man hem zelfs mede voor hem 'te zullen bidden', alsof de president van de Verenigde Staten een zondig leven leidde.

Een andere politicus had dit verwijt misschien naast zich neergelegd, maar niet Jimmy Carter. Hij liet zich immers voorstaan op zijn rechtschapenheid, die zo fraai contrasteerde met de vermeende morele verdorvenheid van zijn voorgangers John Kennedy, Lyndon Johnson en Richard Nixon. (Zijn directe voorganger Gerald Ford was een ander verhaal, maar deze was nooit gekozen en bovendien besmet door zijn omgang met Nixon, die door Ford ook nog eens werd gevrijwaard van strafvervolging). Hoewel Carters tijd in beslag werd genomen door het bestrijden van binnenlandse (hoge olieprijs, gierende inflatie) en buitenlandse (gijzeling van Amerikaanse diplomaten in Iran) crises, liet hij het er toch niet bij zitten. Hij ging te rade bij de predikant van zijn baptistische kerk in Washington. Deze wist hem te melden dat conservatieve baptisten op de laatste conventie de macht hadden gegrepen en erin waren geslaagd een geestverwant tot leider te benoemen. Het nieuwe hoofd van de kerk had zijn bezoek aan het Witte Huis aangegrepen om zijn ongenoegen te uiten over enkele beslissingen die Carter had genomen. Welke beslissingen? De predikant en Carter stelden een lijst op met maatregelen die de president van de Verenigde Staten mogelijk het predikaat van “seculiere humanist' hadden opgeleverd: de benoeming van vrouwen tot hoge posities in de regering, het feit dat hij zich had neergelegd bij de legalisering van abortus door het Hooggerechtshof, de onderhandeling met de Sovjet-Unie over kernwapens.

Doorn in het oog

Deze maatregelen zouden inderdaad wel eens een doorn in het oog kunnen zijn geweest van de conservatieve baptisten die in zijn kerk de macht hadden gegrepen. Dat mocht dan zo wezen, toch bleven deze 'fundamentalisten' die in zijn geloof, de Republikeinse partij en de Amerikaanse politiek tegenwoordig de dienst uitmaken hem een raadsel. Nadat hij in 1981 tegen zijn zin plaats moest maken voor Ronald Reagan is hij ze, met echtgenote Rosalynn, daarom blijven bestuderen. Our Endangered Values is zowel de vrucht van deze studie als een waarschuwing tegen hun macht en invloed. Ze hebben - daar laat hij geen misverstand over bestaan - een revolutie in de VS ontketend.

Waaraan kun je fundamentalisten herkennen? Carter somt op. Eén: ze leunen op autoritaire mannen die zichzelf superieur wanen, vrouwen onderdrukken en hun geloofsgenoten domineren. Twee: ze vinden het verleden beter dan het heden, hoewel ze enkele aspecten van de moderne wereld omhelzen, mocht dat zo uitkomen. Ze zijn dus niet dogmatisch in hun voorliefde voor het verleden. Drie: ze maken een duidelijk onderscheid tussen zichzelf als ware gelovigen en anderen. Ze zijn ervan overtuigd dat zij het bij het rechte eind hebben. Degenen die het daar niet mee eens zijn, zijn óf achterlijk óf mogelijk de belichaming van het kwaad. Vier: ze trekken ten strijde tegen iedereen die hun geloof betwist. Degenen die de uitvoering van hun agenda dwarsbomen moeten verbaal of fysiek worden bestreden. Vijf: ze isoleren zichzelf, zetten emotionele kwesties op scherp en beschouwen verandering, samenwerking, onderhandeling en andere pogingen om verschillen de wereld uit te helpen als een teken van zwakte.

Rampzalige gevolgen

Vooral de eerste en vijfde karaktertrek vervullen Carter met afschuw. Zo hebben de Southern Baptists in hun conventie van 2000 Christus als exegeet van de bijbel en dienend leider over de gelovigen vervangen door kerkbestuurders, met rampzalige gevolgen. Want deze kerkbestuurders zijn, aldus Carter, autoritair in plaats van dienend. Zij eisen volgzaamheid van de kudde, waar voorheen beslissingen in overleg met de geloofsgemeenschap (enm onder het wakend oog van Christus) werden genomen. Vrouwelijke gelovigen dienen zich vooral onderdanig te gedragen, aan de traditionele autonomie van lokale kerken is een einde gemaakt. Geen wonder dat Jimmy en Rosalynn - na menig gebed en intense introspectie - hun banden met de kerk hebben doorgesneden.

Helaas gaat het er in de politiek al even autoritair aan toe. Wist híj als president bruggen te slaan naar het kamp van de Republikeinen, ja, viel er onder zijn leiding met hen zelfs beter zaken te doen dan met progressieve Democraten als de door hem gehate senator Edward Kennedy, inmiddels waait een andere wind in Washington. Het woord compromis komt in het woordenboek van Bush niet voor, hij beschouwt onderhandelen (en diplomatie) als een teken van zwakte. Hij heeft zich doen kennen als een ideoloog die leunt op geestverwanten in het Congres en lobbyisten daarbuiten. In buitenlandse conflicten vertrouwt hij op de militaire macht van Amerika in plaats van op diplomatie. Binnenlandse problemen gaat hij te lijf door overheidsgeld te sluizen naar religieuze instanties, waarmee de door Carter gekoesterde scheiding tussen kerk en staat wordt opgeheven.

Zo is Our Endangered Values een frontale aanval op de regering-Bush, afgewisseld met terzijdes over de voortreffelijke wijze waarop hij zelf de problemen in deze wereld te lijf gaat, van het bestrijden van armoede, ziekte en honger tot de behuizing van daklozen. Hoewel hij militair ingrijpen niet uitsluit en zelfs noodzakelijk acht als de veiligheid van Amerika in het geding is, reikt hij de vijanden van Amerika liever de hand. Geldt dat ook voor Osama bin Laden? We weten het niet, want over hem, Al-Qaeda en de Talibaan zwijgt hij in alle toonaarden. Misschien komen ze in een volgend boek ter sprake, waarin Carter belooft de problematiek van het Midden-Oosten onder de loep te nemen. Er wordt in Amerika ongetwijfeld reikhalzend naar uit gezien. Zo impopulair Carter was als president, zo populair is hij als schrijver. Boze tongen beweerden weliswaar dat hij er de brui aan zou geven nadat in 2002 een lang gekoesterde wens - de toekenning van de Nobelprijs voor de Vrede - in vervulling was gegaan, maar ook nadien is Carter onverstoorbaar verder blijven werken aan een inmiddels imposant oeuvre dat bestaat uit romans, gedichten, autobiografieën, schotschriften en religieuze werken. Our Endangered Values staat al maanden op de bestsellerslijst, zelfs even op nummer één. Een mooi succes voor de wheeler-healer uit Plains, die zich na 1981 miskend voelde door het Amerikaanse volk en nooit heeft begrepen dat het aan Ronald Reagan de voorkeur gaf boven de door en door fatsoenlijke James Earl Carter.

Jimmy Carter: Our Endangered Values. America's Moral Crisis. Simon & Schuster, 212 blz. euro 24,50