De overheid snuffelt rond

Deze dagen groeit in de Verenigde Staten de consternatie over de opsporingspraktijken van de regering-Bush. Vorige maand berichtte de New York Times, op basis van anonieme verklaringen van een tiental (oud-) medewerkers van de inlichtingendiensten, dat de National Surveillance Agency telefoongesprekken aftapt van Amerikaanse burgers zonder voorafgaande toestemming van de rechter, zoals de wet voorschrijft.

Verder werd afgelopen week bekend dat het Amerikaanse ministerie van Justitie zoekmachine Google wil dwingen om de zoekopdrachten van miljoenen gebruikers af te staan voor onderzoek. Microsoft MSN, Yahoo! en America Online hebben de gegevens al vrijwillig overgedragen aan Justitie.

Volgens president Bush zijn alleen telefoongesprekken van en naar het buitenland afgeluisterd. Bovendien zou deze afluisterpraktijk, of terrorist surveillance, zoals Bush het liever noemt, binnen de speciale presidentiële bevoegdheden vallen die hem na de aanslagen van 11 september zijn verleend, toen het Congres militaire actie tegen Al-Qaeda goedkeurde. In de Senaat wordt daar duidelijk anders over gedacht. De Republikeinse voorzitter van de senaatscommissie voor Justitie, Arlen Specter, bestreed dat Bush een blanco cheque had gekregen, en kondigde een grondig onderzoek aan naar de (il-)legaliteit van het binnenlandse spionageprogramma. Daarbij schuwde Specter zelfs het woord impeachment niet, hoewel hij zei niet te verwachten dat het zover zou komen.

Opiniemakers en wetenschappers zien in de opsporingsmethoden van de regering-Bush een belangrijke schending van grondrechten. In hun ogen gaat het niet alleen om een overtreding van de Foreign Intelligence Surveillance Act, die rechterlijke toestemming vereist voor het plaatsen van telefoontaps, en een schending van de Fourth Amendment van de Amerikaanse grondwet, die unreasonable searches verbiedt. Zij zien in het optreden van de inlichtingendienst NSA en het ministerie van Justitie tevens een inbreuk op het recht van vrije meningsuiting zoals dat is vastgelegd in de First Amendment.

Want hoe vertrouwelijk kun je zijn in een telefoongesprek als vice-president Dick Cheney meeluistert, en hoe vrijelijk google je als je zoekopdrachten tot in lengte van dagen door de autoriteiten kunnen worden ingezien? De gevoelens van onbehagen zijn gevoed door berichten in de pers dat mogelijk ook de telefoon van CNN-correspondente Christiane Amanpour zou zijn afgetapt. Haar man, James Rubin, was onderminister van Buitenlandse Zaken in de regering-Clinton en adviseur van Bush' politieke rivaal John Kerry tijdens de verkiezingscampagne in 2004.

Zou de inlichtingendienst ook hebben meegeluisterd met gesprekken die James Rubin via de telefoon van zijn vrouw voerde? President Bush blijft halstarrig weigeren om specifieke vragen over de reikwijdte van het spionageprogramma te beantwoorden; hij wil alleen kwijt dat hij het als zijn taak ziet het Amerikaanse volk te beschermen.

In Nederland kan de algemene inlichtingen- en veiligheidsdienst AIVD zonder tussenkomst van de rechter telefoontaps plaatsen. De dienst hoeft slechts de verantwoordelijke minister, in dit geval Remkes, om toestemming te vragen. In de praktijk worden nagenoeg alle verzoeken van de AIVD gehonoreerd. Het parlement krijgt niet periodiek tekst en uitleg over de afluisteractiviteiten van de inlichtingendienst.

Het openbaar ministerie moet vooraf bij de rechter-commissaris om een machtiging vragen voor het afluisteren van telefoonverkeer. Die verzoeken worden vrijwel nooit afgewezen omdat rechters-commissarissen erop vertrouwen dat de eventuele onrechtmatigheid van telefoontaps later op de rechtszitting aan de orde zal komen. Die toetsing achteraf vindt echter alleen plaats als het onderzoek tot een strafzaak leidt, wat lang niet altijd het geval is. In strijd met de wet bijzondere opsporingsbevoegdheden, verzuimt het openbaar ministerie veelal om burgers, waarvan de telefoon is afgeluisterd maar die niet strafrechtelijk worden vervolgd, te informeren over de toegepaste telefoontaps.

Internetproviders zijn in Nederland wettelijk verplicht hun medewerking te verlenen aan de AIVD en het openbaar ministerie, en moeten ten behoeve van lopende onderzoeken gegevens over het internetgedrag van hun klanten afstaan. Daar is geen aparte machtiging van de rechter-commissaris of toestemming van de minister voor nodig. De databestanden kunnen door de diensten voor onbepaalde tijd worden opgeslagen. De wet voorziet niet in een notificatieplicht jegens betrokkenen, en de diensten willen of kunnen niet aangeven van hoeveel personen jaarlijks het internetgedrag wordt opgevraagd. De Tweede Kamer wordt hierover evenmin ingelicht.

Door de razendsnelle technologische ontwikkelingen is het in principe mogelijk dat overheden, tegen bescheiden kosten, het internetgedrag van grote groepen burgers traceren, en de gegevens voor onbepaalde tijd bewaren. Mensen krijgen dan als het ware een digitaal DNA, wat hen kwetsbaar kan maken. Het is de vraag of er in Nederland voldoende checks en balances zijn om de privacy van burgers te waarborgen. Duidelijk is wel dat hier veel afhangt van de integriteit van het openbaar bestuur. In de VS is men minder goed van vertrouwen. De Senaat gaat volgende maand de eerste getuigen horen over het binnenlandse spionageprogramma.

Bovendien vindt bijna 60 procent van de Amerikanen dat een speciale aanklager de affaire moet onderzoeken. De populariteit van Bush lijkt er niet onder te lijden. Volgens de laatste peilingen klimt hij zelfs weer wat uit het diepe dal van ongenade waarin hij na orkaan Katrina was beland. Kennelijk vindt het publiek de gedachte van een president die - zij het illegaal - terroristen bespioneert geruststellender dan een president die de godganse dag hout loopt te kappen op zijn ranch in Crawford, Texas.

Heleen Mees is jurist en publicist.

    • Heleen Mees