De man in pak vervangt de islamitische terrorist

De moderne bestuurders van de Palestijnse beweging zijn intellectuelen. Ingenieurs, artsen en zakenlieden uit de kleine Palestijnse middenklasse komen nu in het parlement.

Mohammed al-Kafarna, hoogleraar Arabische literatuur en burgemeester van Beit Hanun, personifieert het nieuwe gezicht van Hamas. Een keurige, zacht pratende intellectueel, gekleed in een donkergroen tweedjasje, weidegroen overhemd en das. Het uniform van de Hamas-bestuurder. In niets lijkt hij op de gemaskerde, zwaarbewapende islamitische terrorist. Zelfs zijn assistenten voor de deur van zijn werkkamer in het gemeentehuis zijn ongewapend.

'Het is een zware taak, het burgemeesterschap. Iedereen kijkt naar je en iedereen wil dat je zijn problemen oplost, zeker als je deel uitmaakt van de Hamas-beweging', vertelt hij. Het grote verkiezingssucces van de fundamentalistische beweging wordt gevierd met snoepjes, niet met champagne, want de Gazastrook is nagenoeg drooggelegd.

Hij bestuurt Beit Hanun sinds een jaar: de straten zijn gerepareerd, de verlichting functioneert, de bruggen over de droge wadi's zijn nieuw en de scholen worden op het ogenblik geschilderd en gerenoveerd; alle ambtenaren van de concurrerende Fatah-organisatie hebben hun werk behouden. De rekening van al deze werkzaamheden is betaald door de Europese Unie en USAID, de Amerikaanse hulporganisatie. 'Ik heb nog niets gemerkt van een boycot. De contacten zijn nooit verbroken, en ik hoop ook niet dat dat nu gebeurt, na de verkiezingen. De wereld moet de wil van de Palestijnen respecteren, vind ik.' De Verenigde Staten onderstreepten gisteren geen zaken met Hamas te willen doen zolang de organisatie de vernietiging van Israël voorstaat.

Natuurlijk wordt er in Beit Hanun al geklaagd over de burgemeester, die deel uitmaakt van een van de grootste en oudste families in de Gazastrook. Hij zou, zeggen twee winkeliers die hun namen niet willen geven, zijn familieleden en dan met name de Hamas-leden bevoordelen. Al-Kafarna: 'Ik weet het. In een aantal buurten hebben we achterstand opgelopen bij het aanleggen van nieuwe rioleringen en in de buurt van de Al-Masri-familie zijn er problemen met de elektriciteitsleidingen. We kunnen ook weinig doen aan de armoede.'

Over de elektriciteits- en de watervoorziening heeft Al-Kafarna regelmatig contact met de Israëlische nutsbedrijven. 'Ik ben van Hamas, maar als het in het belang is van de bevolking, heb ik natuurlijk contact met de Israëliërs.'

'Het is juist dat Hamas Israël niet erkent en Palestina beschouwt als islamitisch land',zegt Al-Kafarna, die in 1984 lid werd van de Moslimbroederschap en in 2005 door de Palestijnse Hamas op de lijst Verandering en Hervorming werd gezet. 'Ik ben een man van de vrede, ik vind het vreselijk als er onschuldige burgers worden gedood, en mijn hart bloedt, of er nu Palestijnse of Israëlische kinderen sterven. Maar waarom kijkt de wereld alleen naar het leed van de Israëliërs? De wereld moet, zoals de profeet Mohammed zegt, met twee ogen kijken en niet met één oog.'

Academici als Al-Kafarna, ingenieurs, artsen, succesvolle zakenlieden, allemaal gerekruteerd uit de betrekkelijk kleine Palestijnse middenklasse, bevolken de kieslijsten van Hamas en doen nu hun intrede in het Palestijnse parlement. Voor de kenners van Hamas is het hoge niveau van de kandidaten geen verrassing: de elf stichters van de islamitische verzetsbeweging waren, met uitzondering van sjeik Ahmed Yassin, goed opgeleid.

Hamas

'Ons huis opbouwen is ook jihad'

Nieuw is de gematigde taal, de verzorgde presentatie, de nadruk op politieke actie, het ontbreken van wapens tijdens de verkiezingsmanifestaties. In Ramallah werd zelfs een pr-adviseur ingehuurd om het imago van Hamas bij de internationale non-gouvernementele organisaties te verbeteren.

Een burgemeester als Al-Kafarna spreekt niet over 'de joden', maar over 'de Israëlische bezetters'. Retoriek over de vernietiging van Israël komt niet over zijn lippen: 'Nergens in ons handvest staat dat wij de joden de zee in willen drijven.' Er staat wel dat Palestina door middel van een jihad bevrijd moet worden. 'Een jihad ja, maar dat kan op heel veel manieren. Ons Palestijnse huis opbouwen, onze problemen oplossen, onze kinderen goed opleiden is ook een vorm van jihad.'

Al-Kafarna: 'Ik ben een moslim, ik ben tegen geweld, tegen alle vormen van geweld. Ik heb helemaal niets tegen de joden, in mijn studietijd ben ik met twee rabbijnen bevriend geraakt, maar ik ben tegen de bezetting. De wereld moet ook begrijpen dat de Palestijnen hun internationaal erkende aanspraken op een eigen land, op Jeruzalem, nooit zullen opgeven. En ik zie niet in waarom de wereld een islamitische Palestijnse staat niet zou accepteren.'

Al-Kafarna behoort tot de stroming in Hamas die vindt dat Israël zich moet terugtrekken achter de grenzen van 1967 en dus de Westelijke Jordaanoever moet ontruimen. 'Pas als Israël daartoe bereid is dan weet ik zeker dat met Hamas onderhandeld kan worden. Niet eerder, Hamas kookt op een laag vuur en heeft heel veel geduld.'

Het zal voor Hamas, hij beseft het als geen ander, niet eenvoudig zijn het Palestijnse huis 'op orde te brengen'. Alleen al het bewaken van de rust tussen de twee belangrijkste families in zijn stad bezorgt hem hoofdpijn. Zijn eigen familie, de Al-Kafarna's, hebben het afgelopen jaar bloedige gevechten gevoerd met de Al-Masri's. Het gaat om oude vetes, die honderd jaar geleden door de Turken met harde hand werden onderdrukt; de Egyptische heersers tussen 1948 en 1967 hingen iedereen op die de rust in gevaar bracht.

'De rustigste tijd was de periode dat alle mannen van Beit Hanun veel geld verdienden in Israël. Vetes werden afgekocht, want iedereen had geld. Nu is de werkloosheid groot, niemand mag meer in Israël werken. Dus als een ezelkar van de Al-Masri's aangereden wordt door een jongen van Al-Kafarna ontstaat er al een groot conflict. Ik heb veel boeven in mijn familie die moeilijk in toom zijn te houden', erkent hij. Een stad besturen in de Gazastrook is een zware taak. Verlangt hij al terug naar de rust van zijn bibliotheek op de universiteit? Met een lachje: 'Soms wel, ja. Nog een snoepje?'

    • Oscar Garschagen