De kus wordt te vaak een oorvijg

De rellen in de Parijse buitenwijken maakten duidelijk hoe lastig de positie van allochtone jongeren op de arbeidsmarkt is. Bedrijven gaan ze begeleiden. Anissa, Karima, Khaled en Guillaume volgen een cursus 'dynamisch werkzoeken'.

De casting staat symbool voor de crisis op de Franse arbeidsmarkt. De hoofdrolspelers Anissa, Karima, Khaled en Guillaume zijn begin twintig en werkloos. Ze hebben na hun eindexamen vier tot vijf jaar gestudeerd. Ze hebben diploma's gehaald. Ze zijn gemotiveerd om te werken. Ze komen wekelijks op het arbeidsbureau. Bij elkaar opgeteld hebben ze in de laatste maanden meer dan honderd sollicitaties de deur uit gedaan. Maar geen van hen heeft tot nu toe ook maar één uitnodiging voor een gesprek ontvangen.

Dus toen het bedrijvennetwerk Alliances in Lille hen, samen met veertien anderen, uitnodigde voor een cursus 'dynamisch werkzoeken', zeiden ze geen nee. 'Ik weet niet of het helpt, maar wie weet', meent Karima, toch licht mismoedig. 'Ik hoop vooral dat het me nieuwe contacten oplevert', zegt Khaled.

Anissa, Karima en Khaled hebben wortels in Noord-Afrika. Sinds de rellen in de Franse voorsteden wil iedereen weten hoe jongeren zoals zij tegen het leven en hun positie op de arbeidsmarkt aankijken. Maar zelf kijken ze vooral moeilijk als je over de lessen van la crise des banlieues begint. 'Mijn werkloosheid heeft niets te maken met de rellen in de voorsteden', zegt Anissa (24) en in het bezit van een master's kwaliteitsbewaking in de voedselindustrie.

Vanmiddag hoeven ze het daar ook niet over te hebben. Want succesvol solliciteren begint met toneelspelen, zo blijkt op deze grauwe middag in een vergaderkamertje van het kantorencomplex la Cité des Echanges in Marcq en Baroeul, een voorstad van Lille. Cursusleidster en toneelregisseur Anne-Fréderique de Bettignies geeft opdrachten voor het rollenspel. Zoals deze: werk al improviserend zo snel mogelijk toe naar een climax - een kus of een oorvijg?

Anissa kiest de rol van een jonge vrouw die haar verleider weerstaat. Degene die de verleider speelt, is een verrassing: geen werkloze, maar Frédéric Taquet, chef personeelszaken van de winkelketen Jules - 232 herenkledingzaken in heel Frankrijk. Hij speelt zijn rol overtuigend. Draait verlegen rond, handen op de rug. Begint over zijn echtgenote. Anissa bevriest even, precies zoals het moet. Een halve minuut later loopt het sprookje - dit sprookje - toch uit op eind goed al goed. Met een hulpeloos handgebaar, gecombineerd met een lichte buiging, beeldt de directeur een kus uit, op een veilige meter afstand van de werkloze. 'Ik leer hier goed op mezelf te letten, en niet bang te zijn voor wat ze aan de overkant van de tafel van me denken', zal Anissa na afloop zeggen.

Echte gesprekken met directeuren human resources verlopen voor jongeren nog al eens minder gunstig: ze willen de kus, het wordt vaak de oorvijg. Uit onderzoek blijkt dat Franse jongeren er gemiddeld acht tot elf jaar over doen om een vaste baan te vinden. Veel van hen starten hun loopbaan met periodes van min of meer langdurige werkloosheid afgewisseld met tijdelijke contracten.

Nieuw is dat behalve de overheid, ook ondernemers steeds meer initiatieven ontplooien om de gevolgen van deze crisis op te vangen. Alliances in Lille was er vroeg bij. In 1994 ontstond de stichting als netwerk van Noord-Franse ondernemingen die hechten aan sociale verantwoordelijkheid. Een van de initiatieven die daarbij horen is sinds enkele jaren het begeleiden van jongeren die 'moeite hebben hun weg op de arbeidsmarkt te vinden', zoals de website www.alliances-asso.org vermeldt.

In de praktijk zijn enkele tientallen jongeren, vaak allochtoon, de afgelopen twee jaar door managers uit de bij Alliances aangesloten bedrijven begeleid, vertelt organisator Catherine Desurmont. Ze hebben geleerd hoe te solliciteren, hoe een netwerk op te bouwen, hoe een carrièreplan te maken. Voor de meesten heeft dat geleid tot een vaste baan, en lang niet altijd bij de aangesloten bedrijven. 'Ik heb vorig jaar één jongen aangenomen', vertelt Taguet. 'Maar iedereen die ik begeleidde heeft werk gevonden.' Hij gebruikt zijn lunchpauzes voor zijn vrijwilligerswerk als coach.

Ondernemers die hun vrije tijd gebruiken om jongeren te helpen: bij Alliances gebeurt het al langer, maar sinds de rellen in de voorsteden is het verschijnsel overal in opmars. Op het ministerie van Justitie kwamen deze week in Parijs 250 ondernemers bijeen die zich hebben aangemeld als vrijwillige begeleider voor jongeren met een justitieel verleden. Een groeiend aantal bedrijven toont zich geïnteresseerd in ondertekening van een 'charte de Diversité'. Daarmee beloven zij in hun personeelsbeleid een culturele diversiteit na te streven die de Franse samenleving weerspiegelt. Het charte is een initiatief van de progressief-liberale denktank Institut Montaigne, opgericht door een van de invloedrijkrijkste ondernemers van Frankrijk: Claude Bébéar, voormalig voorman van verzekeraar Axa. Sinds hij overstapte van de raad van bestuur naar de raad van toezicht van Axa, trekt hij vooral aandacht met zijn voorstellen voor sociale integratie. Zo werpt Bébéar zich op als pleitbezorger van het solliciteren via anonieme cv's, om discriminatie tegen te gaan. Axa geeft het voorbeeld, de praktijk verspreidt zich over andere grote ondernemingen.

Alliances is in Lille een van de verspreiders van het charte de Diversité, vertelt de nieuwe voorzitter van de stichting, Philippe Vasseur. De oud-minister van Landbouw (1995-1997) is directeur van de Crédit Mutuel Nord Europe, een bank met vierduizend werknemers, voornamelijk in Noord-Frankrijk, België en Parijs. In anonieme cv's gelooft hij niet zo. 'Daarmee kom je niet voorbij personeelchefs die niet willen meewerken. Het gaat om hun houding, daar moeten bedrijven over nadenken.' In zijn kantoor in het centrum van Lille legt Vasseur uit waarom bedrijven in zijn ogen voordeel hebben bij het ontplooien van sociale activiteiten - nog afgezien van de 'burgerplicht' die zij in zijn ogen hoe dan ook hebben, en hun belang bij een goed imago.

Volgens Vasseur is er sprake van 'een echte crisis' in het land. De Fransen hebben het vertrouwen in structuren verloren - niet alleen in de politiek, het onderwijs en de media, maar ook in bedrijven. 'Als wij niets doen om sociale verbanden te herstellen, zullen ook bedrijven een hoge rekening moeten betalen voor het desintegreren van de maatschappij.' Zeker na de rellen in de voorsteden wil Vasseur er niet om heen draaien: 'Vooral jongeren van 'buiten-Europese afkomst' hebben veel moeite om hun plaats te vinden. En dat probleem moeten ook bedrijven zich aantrekken.'

Anissa, Karima, Khaled en Guillaume geven de schuld niet alleen aan bedrijven. Na afloop van het middagje rollenspel bespreken ze de redenen voor hun werkloosheid. 'Ik heb hier geen adressenboekje, ik ken niet genoeg mensen die me op gang kunnen helpen', verklaart Khaled. Hij heeft in Tunis de handelsschool afgemaakt. Soms vraagt hij zich wel af of het door zijn afkomst komt dat hij nu al maanden werkloos is. Maar het antwoord geeft hij liever niet. 'Ik kan me beter afvragen wat ik verkeerd doe. Ik ben hier om te leren hoe ik mijzelf presenteer.'

Anissa is het met hem eens. 'Je moet het er gewoon niet over hebben.' Voor Karima is het geen vraag of ze slachtoffer is van discriminatie. 'Waarom zou ik anders geen enkele reactie krijgen op tientallen brieven?' Guillaume, een magere donkerblonde begin-twintiger, politicoloog, protesteert. 'Ik heb in vier maanden ook geen reacties gehad.' Hij gooit het op een gebrek aan ervaring.

Alliances waakt ervoor alleen jongeren met een Noord-Afrikaanse achtergrond uit te nodigen voor de cursussen. 'We zorgen altijd voor een of twee autochtonen per cursus, zodat de groep zich niet kan verschuilen achter gevoelens van slachtofferschap', vertelt Catherine Desurmont van Alliances. 'We nemen alleen gemotiveerde jongeren die voldoende stabiel zijn om zich in een baan te ontwikkelen.' In zijn kantoor in Lille was Philippe Vasseur ook al duidelijk geweest: 'Wij doen hier niet aan liefdadigheid. Maar iedereen doet wat hij kan om de situatie een beetje te verbeteren.'

    • René Moerland