Coming out

Farid vertelt We zitten met zo’n twintig mensen naar hem te luisteren, aan een lange, bruine tafel op de tweede verdieping van het COC-clubgebouw aan de Rozenstraat in Amsterdam. We, dat zijn vooral oudere homoseksuele mannen, hulpverleners, voorlichters. We zijn hier op een presentatie van Veilige Haven, een organisatie voor steun aan allochtone homo’s. Farid is vandaag een van de weinigen die in de openbaarheid zijn verhaal kwijt wil. Zijn vader is een Tunesiër, zijn moeder een Nederlandse.

Vijf jaar geleden, rond zijn twintigste, kreeg Farid een vriendje, een Friese jongen. Het leek hem niet dramatisch, maar toch sprak hij er thuis niet over. Zijn ouders zijn niet-belijdende moslims, tamelijk linkse mensen, VARA-kijkers. Farid merkte dat zijn vader niet meer naar Paul de Leeuw wilde kijken, toen hij eenmaal wist dat die homo was. Hoe moest dat nu verder met hem en die Friese jongen?

Ik vertel het mijn vader in de auto op weg naar Ajax, dacht Farid, dan hoef ik hem niet in de ogen te kijken. Wel een beetje riskant, want stel dat de oude heer spontaan een hartaanval kreeg. Ze parkeerden de auto en gingen te voet verder naar de Arena. Zijn vader vroeg hem naar meisjes die hij kende, en toen vertelde Farid over zijn liefde voor die jongen. Zijn hart klopte in zijn keel.

Zijn vader zei alleen maar: “Wij zijn geen homo’s.”

Daarna spraken vader en zoon een half jaar lang niet meer met elkaar. De Nederlandse oma van Farid bracht hen weer enigszins tot elkaar, maar het is nooit meer helemaal goed gekomen. Er wordt in het gezin niet gepraat over zijn homoseksuele gevoelens. De familie in Tunesië, waar ze af en toe op vakantie gaan, zal wel iets vermoeden, maar vraagt niets.

Toen hij daar met wat neven en vrienden rondliep, maakten ze opmerkingen over passerende meisjes. Iemand zei: dat zal Farid wel niet zo interessant vinden. Farid had die indruk haastig gecorrigeerd. Hij heeft zich heilig voorgenomen zijn familie nóóit in te lichten. Want dan hoeft hij er zich niet meer te vertonen.

Is hij nu veel wijzer geworden van zijn coming out? Hij zegt: “Ik weet niet of ik het mijn vader weer zou vertellen als ik het kon overdoen.”

Hij glimlacht soms terwijl hij over zijn ervaringen vertelt, maar hij klinkt niet vrolijk. De mannen aan de tafel, allemaal doorgewinterde COC-leden, geven hem adviezen.

“Je moet tóch het zwijgen doorbreken. Nu speelt zich een geheim af tussen jou en de mensen van wie je het meest houdt.”

“Ik zou er niet zo’n probleem van maken. Als je het altijd verdringt, krijg je klachten.”

Makkelijk gezegd. Aan het gezicht van Farid is te zien dat hij er weinig mee kan.

Aan het einde van de middag spreekt wethouder Aboutaleb nog een hartig woordje. Hij hekelt ‘de spiraal van spanningen’ in Nederland, hij deelt op het gebied van antisemitisme tikken uit naar allochtonen én autochtonen en hij stelt dat wie de djellaba respecteert, dat ook met het keppeltje moet doen. Tolerantie moet via het onderwijs aangeleerd worden, vindt hij.

Of de Farids van Nederland daarmee geholpen zijn? Voorlopig niet.

Naschrift (21 april 2017) De achternaam van Farid is om privacyredenen uit deze column verwijderd. [red.]

    • Frits Abrahams